Naturalis vindt kiekendief van Darwin in depot

Een beetje verfomfaaid is hij wel, en zou een kiekendief echt zulke grote kraalogen hebben? Maar het kaartje verraadt waarom deze opgezette vogel binnenkort toch in een aparte kast komt te staan, in het natuurmuseum Naturalis in Leiden. “Voy. Darwin. Malouines. 4 Janvier 1837.” Deze grijze kiekendief (Circus cinereus) nam Charles Darwin mee van de Falkland Eilanden, tijdens zijn vijfjarige reis op de HMS Beagle. Eergisteren maakte Naturalis bekend dat een vrijwilliger, tijdens het reorganiseren van het depot, een van de verloren ‘Darwin-vogels’ heeft teruggevonden.

Darwin verzamelde 468 vogels. Hoewel het overgrote deel in eerste instantie spoedig terecht kwam bij de Londense Zoological Society, is nu ongeveer de helft zoek. Verdwenen na veilingen, kapot, verloren in museumladen. De kiekendief uit Leiden behoorde, tot voor kort dus, tot de laatste categorie. Het kaartje bij de vogel laat niets te raden over, maar in Naturalis’ catalogus was het ooit verkeerd overgeschreven. De genoemde datum 4 januari 1837 is de dag dat Darwin zijn vogelhuiden aan de Zoological Society gaf.

Directeur collecties René Dekker: “We hebben 250.000 dode vogels, die gaan niet elke dag door je handen.” De tweede directeur van het museum, dhr. Schlegel, kocht de opgezette kiekendief in 1860 van de Amsterdamse handelaar Gustav Adolf Frank. De grijze kiekendief is overigens een heel algemene vogel in Zuid-Amerika. De vrouwtjes zijn bruin. (HvS)