Milheeze–Handel

Het vriest maar een halve graad, de zon hangt als een gloeiende sjoelbakschijf halverwege de hemel, en er is geen redden aan: klontjes ijs vallen uit de kruinen van de bomen. Ik hoor ze inslaan, in de bodem, in het pad, in de gebarsten ijskorsten op de karresporen: tik... tik... tik... „Okidooo!” – de stem van een gsm’er doorbreekt het ijsbuiconcert. Ik zie hem nergens, maar bij vorst reiken stemmen verder. Geloof ik.

Over het pad komt ons een kleine groene bestelwagen achterop. Op de achterdeur lees ik ‘De man van licht en donker’. Aha! Dus híj doet dit allemaal! Gelukkig houdt hij vanmorgen het duister bij zich (in een black box?), en is hij ultrascheutig met licht en tegenlicht.

En wat voor licht. Het is helder en toch laat het een zweem van nevel toe. Het licht lijkt berijpt, net als alles hier. Met vergaand effect. Of, zoals man het uitdrukt: „Dit gaat eigenlijk te ver.”

Hij bedoelt dat het Stippelberg-bos er mooier bij ligt dan je zou geloven als iemand het je zou vertellen. Alles is zorgvuldig voorzien van ijsspinsels en die rijp maakt er wat van. De bundels lange naalden aan de laagbijdegrondse dennenscheuten lijken wel afwaskwasten en de toppen van de jonge sparren zijn, om in de kerstsfeer te blijven, alvast van een piek voorzien. Spinnewebben werden kortjakjezakdoekjes. Het gele pijpestrootje is getooid met rastakapsels, het mos heeft klitjes in zijn haar. Verder kregen alle kluiten en elke glooiing hun eigen witte schaduw en alle twijgen hun eigen borduursel of bevroren bontje. Het is compleet elegant. Man kan er maar niet over uit. „Zometeen krijg ik nog een Mariaverschijning”, vreest hij.

Het bos wordt afgewisseld door open akkerland met resten maïshout. Koud hoor, hier. Ik ga bijna onderuit, het asfalt is beijzeld. Het strakke landschap wordt ontsierd door de weeë geur uit de enorme varkensboerderijen die hier staan, met voedertorens in plaats van wachttorens. Arme beesten.

Er volgt meer bos, nu met sneeuwgeknap onder de schoenen. Ik zie de rode onderbuikveren van een grote bonte specht. Hij vliegt over of hij een surfplank berijdt.

De route wil ons een stille autoweg en rechttoe wandelcorvee besparen en kiest voor een terrein met smoezelige fabrieksgebouwen.

Iemand timmerde er tussen het onkruid een verblijf voor wat geiten, een kalkoen en een pauw. Dat is een ontroerend feit.

13 km. Kaarten 16, 15, 14 (plus aanlooppad uit Landgoed Nederheide) uit: Peellandpad. Uitg. LAW, Amersfoort 2001. Tel. taxi 0492 361111.