Liever een arts van hetzelfde geslacht

Waardigheid

Twee jaar geleden meldde ik mij in het plaatselijke ziekenhuis voor een sterilisatie. Ik nam een operatiehemd in ontvangst en in het kleedkamertje worstelde ik met onduidelijke lappen en linten totdat de deur openzwaaide en ik met openhangend hemd de behandelkamer betrad.

Daar wachtten vijf jonge vrouwen op mij: de chirurg met een assistente, een stagiaire en twee losse dames. Alle vijf droegen ze een kap voor de mond, zodat alleen hun ogen zichtbaar waren – de associatie met moslima’s was onontkoombaar. Dat hemd kon ik zo laten, zeiden ze, ik mocht meteen op de tafel plaatsnemen. Enkele injecties brachten de verlangde verdoving, waarna de chirurg wroetend naar de zaadleiders begon te zoeken. Kennelijk om mij op mijn gemak te stellen, vroegen de losse dames uitgebreid naar mijn gezinssituatie. Omdat ik vijf kinderen heb (daarom lag ik daar), was dat onderwerp niet onmiddellijk uitgeput.

De chirurg zweette inmiddels flink, want die zaadleiders bleken haast onvindbaar. Toen na een uurtje alles toch nog gepiept was (normaal duurt zo’n ingreep ongeveer tien minuten), kreeg ik het advies om de rest van de week rustig aan te doen – een advies dat van een vooruitziende blik getuigde.

Hoewel de hele gebeurtenis aanvankelijk wel iets weghad van een feministische wraakactie, waarbij zogezegd een deel van mijn mannelijkheid onklaar gemaakt werd, kreeg ik geen moment het gevoel dat mijn waardigheid in het geding was. Knap werk.

Paul Sprangers

Seksediscriminatie

1. Wegens een gezwel op mijn penis, zond de huisarts mij door naar de dichtstbijzijnde huidarts: een vrouw , een jonge charmante vrouw.

Bij het onderzoek greep zij, behandschoend, mijn penis stevig vast en schoof de voorhuid omlaag om het gezwel op de eikel beter te kunnen zien. Ondertussen keuvelden we over van alles. Zij nam een aantal monsters voor laboratoriumonderzoek en schreef medicijnen voor. Ik ben drie keer terug geweest voor controle, met steeds hetzelfde verloop. Ik geloof niet dat we last van het sekseverschil hadden.

2. Ik ben onder behandeling geweest van een cardiologe. Vervolgens onderging ik een openhartoperatie door een chirurge. Die heeft, volgens deskundigen prima werk geleverd. In ieder geval heb ik al zes jaar nergens last van.

3. Mijn vrouw is drie jaar onder behandeling geweest van een mannelijke gynaecoloog. Een uitstekende relatie. We zijn hem nog altijd dankbaar voor een behandeling, die hem door vakgenoten als te riskant werd afgeraden.

4. Hoeveel kost de seksediscriminatie door de goedgelovigen de gemeenschap ?

M.T.J. Smit

Vrije artsenkeuze

Er mag van worden uitgegaan dat een zwangere vrouw en haar partner willen dat hun kind in zo goed mogelijke conditie geboren wordt. Deze wens kan wrikken met de vrije artsenkeuze. Een bevalling is min of meer een spoedsituatie, want deze vindt bijna altijd plaats op een onverwacht moment. Dat daarbij dan veelal onbekende hulpverleners aanwezig zijn is niet vreemd, zeker niet als je weet dat er een grote kans is dat de verloskundige je tijdens de bevalling naar het ziekenhuis moet verwijzen. Daar kun je je als zwangere bijna negen maanden op voorbereiden; je realiseren dat jouw vrije artsenkeuze omgekeerd evenredig is met de mate van spoed. Wat inhoudt dat grote spoed betekent: geen keuzevrijheid. Hierbij moet je afwegen of je jouw kind aan onverantwoorde risico’s wilt blootstellen door kostbare tijd te laten verstrijken tot de gewenste hulpverlener gevonden is. Ieder weldenkend mens zal begrijpen dat dit een aanstaande moeder maar één keus laat.

Tot slot: vrije artsenkeuze (in de niet-spoedeisende situatie) betekent dat de patiënte zelf de verantwoordelijkheid moet nemen om die arts van keuze te vinden. Dat betekent dus vooraf zoeken op de website van het ziekenhuis en desnoods langer wachten tot de betreffende arts beschikbaar is. Het erop aan laten komen en een ongewenste hulpverlener op ‘het moment suprême’ confronteren met afwijzen is discriminerend en dient ten allen tijde vermeden te worden.

Ellen Everhardt Voorzitter Nederlandse vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Seksespecifiek

De onderstaande tekst is komt letterlijk uit de brief die wij naar het VU ziekenhuis hebben geschreven na de bevalling van onze zoon.

‘Op 29 april jl. om ongeveer 4 uur ben ik met weeën voor de bevalling van ons eerste kind opgenomen. Met de gynaecologe in dienst liep ook een mannelijke co-assistent mee. Er moest gekeken naar de ontsluiting. Ons werd verteld dat eerst de co-assistent kijkt maar hij mocht de uitkomst niet vertellen, daarna zou de gynaecologe zelf mij onderzoeken. Op dat moment wilde ik alleen maar zo snel mogelijk worden geholpen aangezien ik hevige weeën had.

Achteraf verbaast het mij echter in hoge mate dat ik zo voor het blok werd. Ik heb begrip voor het feit dat in een academische ziekenhuis ook onderwijs wordt gegeven, maar ik had het prettig gevonden wanneer mij van te voren gevraagd was of ik het goed vind om door een man onderzocht te worden.

Wat ons betreft was dit geen aanleiding om er een brief over te schrijven maar wel vervelend genoeg om er nog eens op terug te komen, mocht daartoe de gelegenheid zijn. Toen ons tijdens de controle afspraak op 2 juli de vraag werd voorgelegd of we nog ergens op terug wilden komen, wilden we dit punt wel graag bespreken. De reactie op ons verhaal van de zijde van de gynaecologe in dienst, leek ons echter wel voldoende aanleiding om deze brief te schrijven. Deze reactie in samenvatting in onze woorden was: ‘de overgrote meerderheid van de vrouwen wil bij de bevalling door een vrouw geholpen worden en het beleid is om daaraan geen gehoor te geven omdat de mannelijke collega’s zich gediscrimineerd voelen’. Voor de volgende keer zouden wij naar een verloskundige praktijk moeten gaan, als we niet wilden dat de bevalling door een man werd begeleid.

De redenering is ons inziens volstrekt onbegrijpelijk. Het lijkt ons toch niet meer dan normaal dat bij een goede en moderne zorg het perspectief van de patiënt centraal staat en niet die van de zorgverlener. Bovendien als het zo duidelijk is dat bij sommige ingrepen zoals bij gynaecologische onderzoeken er vrouwen zijn die, om welke reden dan ook problemen ervaren bij een mannelijke zorgverlener, is het toch niet meer dan normaal om dit in een standaard procedure met hen te bespreken en in ieder geval de keuze aan henzelf over te laten? Een goede zorg is tenslotte seksespecifiek.’

Als reactie hierop hebben we maanden later een juridisch opgestelde brief gekregen waarin wordt betoogd dat ze handelen volgens de richtlijnen van de KNMG. Even voor de duidelijkheid: mijn vrouw en ik zijn niet moslim maar overtuigd atheïst! Naar onze mening heeft het recht om bij sommige onderzoeken door een arts van het zelfde geslacht (indien beschikbaar) behandeld te worden weinig met religie te maken. Het is een teken van goede zorg!

K. Shahbazi