Kunnen dan Pakistan democratie brengen? alleen bannelingen of martelaren

Misschien was voor Benazir Bhutto een leven zonder politiek wel beangstigender dan een leven in de gevaarlijke Pakistaanse politiek. Na haar dood verkeert het land in een chaos. Er zijn veel scenario’s denkbaar, maar de Pakistaanse democratie is morsdood.

Naema Tahir

Schrijfster en jurist, van Pakistaanse afkomst. Auteur van ‘Een moslima ontsluiert’ en ‘ Kostbaar bezit’.

Al in september 2006 werd tijdens mijn tweewekelijkse bezoek aan Lahore gefluisterd over haar terugkeer. Benazir Bhutto’s verrassende beeltenis sierde een affiche op het achterraam van een van de vele auto’s van een advocaat en vriend van mij. Met deze zoon van een lokale politicus sprak ik, en ook met enkele politici en toneelacteurs. Uit hun kosmopolitisch klinkende monden klonk hetzelfde: ‘Benazir Bhutto komt terug.’

Pas na enkele maanden geloofde ik de voorzichtige voorspellingen van mijn Pakistaanse gesprekspartners. Vanaf begin 2007 verscheen Benazir Bhutto (1953), na een tijd weggeweest te zijn, weer in praat- en debatprogramma’s op de BBC. De tweevoudige ex-premier, die sedert 1998 in zelfopgelegde ballingschap in de Arabische Emiraten en Londen leefde om een onderzoek naar corruptie te ontlopen, sprak harde taal. Over de talibanisering van Pakistan, over de noodzaak van een rechtsstaat in haar vaderland. Haar mediaverschijningen betekenden voor mij niets anders dan dat ze het Pakistaanse volk voorbereidde op haar terugkeer. En misschien was het ook een signaal aan generaal Pervez Musharraf, die geconfronteerd werd met kritiek, dat de internationale media deze charismatische vrouw een rol van betekenis toekenden in de militair geregeerde kernmogendheid Pakistan.

Zo kwam het dat in dit voor Pakistan roerige jaar 2007, waarin het land zijn zestigjarig bestaan vierde, Benazir Bhutto in oktober weer voet zette in Karachi. In de acht jaar van haar afwezigheid was het land onveiliger geworden. Dat belette haar niet te blijven tamboereren op de noodzaak van democratie – precies zoals ik mij dat herinner toen zij, ruim twintig jaar geleden, ook terugkeerde om voor het eerst een gooi te doen naar het premierschap.

Het was april 1986 en ik woonde in Pakistan. Het eerste interview met foto’s in een Urdu-krant dat ik van Benazir Bhutto zag, bevestigde de zwart-wit televisiebeelden die ik eerder van haar had gezien: een jonge vrouw in gesprek met de camera, donkerharig, beeldschoon en door haar Iraans-Kashmiri achtergrond blank. Haar koele ogen straalden overtuiging uit, haar houding verried ambitie en ondernemingszin en ze had een allerminst mediaschuwe glimlach. Mijn moeder zei tegen mij: „Let op haar lippen. Ze gaan altijd gestift.” Zo zou het vaak zijn. Benazir Bhutto, met haar verzorgde uiterlijk en feeërieke sluier, met haar stem die een octaaf lager was dan die van de meeste vrouwen in Pakistan, was zich vanaf het prille begin ten volle bewust van haar mediagenieke kwaliteiten, van haar aura en van de grootse rol die haar wachtte. Ze was dan ook de draagster van een van de meest marketable dynastienamen, à la Kennedy, à la Gandhi. Ze was dan de dochter van haar vader.

Zulfikar Ali Bhutto was de oprichter van de PPP, de People’s Party of Pakistan, een van de grootste en invloedrijkste politieke partijen van Pakistan. Hij was in 1973 premier geworden, maar generaal Zia ul Haq zette hem af in een coup en werd daarna de absolute heerser in een militair bewind. In 1979 werd Zulfikar Ali Bhutto schuldig bevonden aan samenzwering en opgehangen – om vervolgens voor miljoenen mensen voort te leven als martelaar.

Onder Zia ul Haq moet Benazir Bhutto zich bewust zijn geworden van haar wereldse missie. Ze leidde een beweging voor herstel van de democratie in Pakistan en werd dermate populair dat Zia ook deze Bhutto onder huisarrest plaatste. In 1984 verliet ze het land voor medische behandeling in Engeland aan haar ontstoken oor, waardoor ze doof was geworden.

Een jaar later maakte Zia onder internationale druk een einde aan het militaire bestuur en schreef hij verkiezingen uit. Benazir besloot toen dat het land haar nodig had. In april 1986 keerde ze terug.

Ik herinner me de affiches: een vrouw met onder haar hoofdsjaal een jongenspetje, als symbool van moderniteit. Verrassend genoeg droeg ze de shalwar kameez, een tuniek met loszittende broek zoals mannen die droegen „Ik heb gewoon aangetrokken wat iemand me gaf”, zei ze desgevraagd tegen een journalist, waarmee ze wilde laten zien dat ze belangrijkere zaken aan haar hoofd had dan tradities te eren. In de modehoofdstad Lahore werd die stijl prompt een rage. Ineens droegen wij mannentunieken, met een kraag, hoewel de radicale moslims een kraag hadden verboden voor moslimvrouwen, en met een taille die niet ingesnoerd was maar los. Mannelijk en vrouwelijk tegelijk.

Misschien was die rage wel de enige moderniteit die Benazir Bhutto bracht. In ieder geval was het het enige wat vrouwen verenigde, want politiek gezien waren we haar lang niet allemaal gunstig gezind. Zoals nu zagen ook toen velen meer heil in een stabiele staat, en de geschiedenis had geleerd dat alleen het leger, het best georganiseerde instituut van het land, die kon verzekeren. Ik was zelf nog te jong om te begrijpen dat de rust in het land gehandhaafd werd met behulp van de shari’a, strenge zedenwetten en een verbod op politiek activisme en andere vrijheden, maar wij waren wat dat betreft ook typische Pakistanen, heel vaderlandslievend.

Aan familieleden die er een andere politieke overtuiging op nahielden, stuurden we zelfs krantenknipsels die Benazir Bhutto in een slecht daglicht stelden. Zoals de foto waarop ze een journalist in de haren vloog omdat hij een onheuse opmerking had gemaakt over haar vader. Misschien was dat wel haar grootste zwakte: dat ze tijdens haar felle campagnes, en later als premier, niet in staat was om afstand te nemen van haar vaders beleid. Papa’s kleine meisje was ze. Haar aanhangers waren dan ook de aanhangers van haar vader.

Toch won ze de verkiezingen van november 1988, zij het met een nipte meerderheid – niet in de laatste plaats omdat haar moeder netjes een huwelijk voor haar had gearrangeerd met een telg uit een invloedrijke tribale clan, de playboy Asif Zardari. Ongetrouwd had zij veel minder kans gemaakt er met de winst vandoor te gaan. Zeker zo belangrijk voor haar overwinning was de plotselinge dood van Zia ul Haq, die in augustus 1988 om het leven kwam bij een mysterieuze vliegtuigcrash. En hij had zich nog wel zoveel moeite getroost om de uitgeschreven verkiezingen nog één keer uit te stellen om, zoals het verhaal ging, de campagne van de inmiddels zwangere Benazir te ontregelen.

In haar kraambed, net voor de verkiezingen, becommentarieerde een uitgemergelde Benazir als kersverse moeder de dood van Zia ul Haq. Het was het einde van een tijdperk. Benazir Bhutto, amper 35 jaar, werd de eerste vrouwelijke premier, democratisch gekozen, van een islamitisch land.

Haar twee termijnen als premier zijn bepalend voor hoe het volk zich Benazir Bhutto herinnert. Ze stond op de lijst van de vijftig mooiste vrouwen die het Amerikaanse tijdschrift People opstelde. Ze was controversieel, droeg westerse colberts als verwijzing naar haar opleiding in Harvard en Oxford, en trotseerde kritiek uit orthodoxe kringen die ‘schande’ riepen nadat ze had plaatsgenomen naast de Indische premier Rajiv Gandhi. Ook werd ze achtervolgd door beschuldigingen van corruptie. Eerst betroffen die vooral haar echtgenoot, die in zakelijke overeenkomsten met de overheid financiële kickbacks inde en door het leven ging als Mister Ten Procent. Tijdens haar tweede termijn zou ook zij zich op grote schaal hebben verrijkt – de aanklachten hiervoor lopen nog. Haar man belandde in de gevangenis, maar ze kregen samen wel drie kinderen. Het leverde haar de bijnaam Permanent Pregnant Prime Minister op, een zinspeling op de naam van haar partij, de PPP. Van beloftes om de feodale structuur aan te pakken, armen uitzicht op welvaart te bieden, en vrouwen meer rechten te geven kwam bar weinig terecht. Wegens corruptie en wanbeleid werd ze door de toenmalige president naar huis gestuurd, om vervolgens met lede ogen toe te zien hoe onder haar opvolger, premier Nawaz Sharif, de democratie ook het onderspit delfde met aanklachten van corruptie en wanbestuur, waarmee de weg vrij kwam voor de zoveelste ingreep door het enige instituut dat in dit land de stabiliteit werkelijk weet te dienen, te weten het leger.

Ouder en wijzer geworden was Bhutto zich maar al te goed bewust van die sleutelpositie van het leger. Daarop wijst de uiterst curieuze deal die ze kennelijk met president Musharraf sloot voordat ze in oktober haar – naar nu blijkt – laatste terugreis naar Pakistan maakte. Musharraf zou haar amnestie verlenen inzake de aanklachten wegens corruptie, en zij zou hem steunen in zijn verlangen naar presidentschap.

Waarom deed ze dat? Benazir heeft een tumultueus leven gekend. Ze was zelf niet onbekend met gevangenis en leefde tijdenlang afgezonderd van een echtgenoot die ook gevangen werd genomen. Twee broers vonden allebei op dubieuze wijze de dood, waardoor zij de enige erfgename werd van de dynastie die eigenlijk begon met de bloedige stroppendood van haar vader. Voor een groot deel van een volk en van de internationale gemeenschap was zij de redster, en de hulp van een machtig legerleider bood haar de mogelijkheid om haar corruptieschandalen te ontlopen. Door al deze factoren bij elkaar was voor deze activiste een apolitiek leven kennelijk beangstigender dan een daadwerkelijk beangstigend politiek leven. Ze keerde terug naar de Pakistaanse politiek omdat het haar lot en haar noodlot was.

Als Benazir Bhutto de verkiezingen had gewonnen en ze ondanks de huidige wetgeving voor een derde termijn premier zou zijn geworden, wat had ze dan kunnen bereiken? Had ze, met Musharraf naast zich, van Pakistan ’s werelds eerste Militaire Democratie kunnen maken? Had ze het land kunnen leiden naar oprechte democratie en herverdeling van de welvaart? We zullen het nooit weten.

Voedsel! Kleding! Onderdak! Dat waren de campagneslogans waarmee Bhutto de allerarmsten hoop gaf. Zelf had ze aan deze dingen geen gebrek. Waar ze wel gebrek aan had, was veiligheid. En dat is waarschijnlijk juist datgene waar het volk van Pakistan nu het meest behoefte aan heeft. De moord op Bhutto heeft het land in een miserabele chaos gestort, de grootste uit zijn geschiedenis. Waarschijnlijk zal de geest van de 54 jaar geworden ‘people’s prime minister’, nu een martelaar, nog lang de politiek beheersen. En het scenario voor de toekomst? Een burgeroorlog? Het imploderen van het land? Toenemende talibanisering? Onrust in het leger, de hoeder van de ruim honderd kernkoppen die dit land rijk is?

Welke kant Pakistan ook opgaat, de implicaties voor de regio en zelfs voor de wereldvrede zijn, gelet op Pakistans strategische ligging, zijn kernwapens en het broedende extremisme, enorm. Alleen al om die reden zullen de Verenigde Staten de veiligheid en stabiliteit die voortkomen uit een strakke regie door het leger, weleens voorrang kunnen geven boven het daadwerkelijk op de rails zetten van een democratiseringsproces.

Niets is nog zeker in Pakistan behalve dit: de terroristen hebben Benazir Bhutto gedood. Premier Gordon Brown zei: „De terroristen mogen de democratie in Pakistan niet doden”. Maar deze woorden waren al achterhaald voordat ze waren uitgesproken. In een land waar een vrijheidsstrijder alleen op affiches kan voortleven, als banneling of martelaar, vermag voortleven, is de democratie morsdood.