In Fictie

In de actualiteit weerklinkt de literatuur. Deze week de nieuwe missiedrang van de christelijke kerken en de roman Stilte (1966) van de Japanse schrijver Shusaku Endo.

Shusaku Endo: Stilte. Meulenhoff, 234 blz. Alleen nog antiquarisch leverbaar.

Twee grote kranten openden ermaandag mee, maar het was dan ook de vooravond van Kerstmis: het christendom groeit overal, behalve in West-Europa. ‘Christelijke kerken gaan op missie’ kopte de Volkskrant, verwijzend naar de ‘missionaire drive’ die van Nederland weer een godvruchtig land zou moeten maken. NRC Handelsblad hield het op ‘Het christendom schuift op naar elders’ en concentreerde zich op het succès fou van het christelijk geloof in Azië: 5,1 miljoen Chinese bekeerlingen tussen 2000 en 2005, megakerkgebouwen en vier diensten per dag in Zuid-Korea. Want, zo zei een hoogleraar kerkgeschiedenis, „veel Aziaten missen een richtinggevende visie, die maatschappelijk houvast en troost biedt.”

De hosannaverhalen uit het heden vormen een mooi contrast met het moeizame Aziatische missiewerk in de 17de eeuw, zoals dat beschreven wordt in de klassieke roman Stilte van de katholieke Japanse auteur Shusaku Endo (1923-1996). De hoofdpersoon van het verhaal is de fanatieke Portugese padre Rodrigo, die in 1637 met een aantal medepriesters gedropt wordt in Japan om zijn leermeester Ferreira op te sporen. Over (de overigens historische) Ferreira wordt verteld dat hij na verschrikkelijke martelingen door de Japanse autoriteiten het geloof heeft afgezworen – het zoveelste slachtoffer van de christenvervolgingen waarmee Japan eind 16de eeuw was begonnen. Roderigo zal hem uiteindelijk vinden, en door hem worden overgehaald om ook zijn geloof te herroepen.

Dit laatste gebeurt vooral in de sleutelscène van het boek, een gesprek tussen Ferreira en de gevangen Rodrigo waarbij ook een tolk aanwezig is die de padre verwijt dat de goedgelovige Japanse boeren alleen maar last hebben van zijn bekeringsijver: ‘Hoe vaak moet ik nog zeggen dat het de Japanners zijn die sterven voor jullie zelfzuchtige dromen, eer jullie dat begrijpen? De tijd om ons met rust te laten is aangebroken.’

Ferreira is al tot dat inzicht gekomen. ‘Dit land is een moeras,’ zegt hij tegen Roderigo. ‘Welke zaailing je ook plant, zijn wortels gaan rotten. [...] Wat de Japanners aanbaden in de kerken die wij in dit land bouwden, was niet de God van het christendom. Het is een god die zij hebben gekneed op een voor ons onbegrijpelijke manier.’

Stilte gaat over een belangrijke morele vraag: wat is de zin van trouw aan een god die zwijgt over de verschrikkingen die zijn achterban worden aangedaan? Maar ook Ferreira’s evaluatie van het evangeliseren is actueel. ‘Jullie kijken alleen maar naar de buitenkant van het missiewerk, maar over de kern ervan denken jullie niet na,’ zegt hij tegen Roderigo. En: ‘Er is iets in dit land dat zich tegen het christendom keert.’

Er is ongetwijfeld veel veranderd sinds 1637. Maar juich niet te vroeg; per slot van rekening ging aan de grootscheepse christenvervolgingen in 17de-eeuws Azië een succesvolle bekeringscampagne vooraf.

Shusaku Endo: Stilte. Meulenhoff, 234 blz. Alleen nog antiquarisch leverbaar.