‘Ik moet een soort jeuk voelen’

Wilfried de Jong zit 24 uur lang met één persoon in een kleine studio. Een uitputtingsslag.

Tv-presentator Wilfried de Jong: „Nee, ik ben nooit gek geweest of totaal gedeformeerd” Foto Vincent Mentzel Wilfried de Jong (1957) ,theatermaker,presentator. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 23 december 2007 Mentzel, Vincent

Hoe hard is de slag geweest waarmee hij haar doodde? Sloeg hij zeven of veertien keer? Bloedde zij heftig? „Journalisten willen dit soort details weten van Richard Klinkhamer en daar slaat hij van dicht. Het gaat mij er meer om: hoe komt iemand tot de daad om zijn vrouw te doden? Hoe verloopt iemands leven tot de moord en wat gebeurt er na de misdaad?” zegt Wilfried de Jong, theatermaker, schrijver, columnist en tv-presentator.

Hij trekt een dag en een nacht uit om op zoek te gaan naar de leidmotieven in iemands leven in het nieuwe VPRO-programma 24 uur met… In het op een Brits format gebaseerd programma sluit De Jong zich een etmaal lang op met een gast in een broeierige studio. Ze hebben geen telefoon of klok. Schrijver en moordenaar Richard Klinkhamer, acteur Tygo Gernandt, politicus Bram Peper, rapper Lange Frans, popmuzikant Dinand Woesthoff en cabaretière Sanne Wallis de Vries doen achtereenvolgens aan de marathonzitting mee.

De Jong zag op dvd een uitzending van de Engelse versie 24 hours met Bobby Brown, muzikant en ex-man van zangeres Whitney Houston. Beiden gleden af naar de zelfkant van het bestaan. „Je zag in die aflevering de tijd verstrijken en mensen steeds hangeriger, vermoeider en opener worden. Fascinerend’’, zegt De Jong. „Het programma is een uitputtingslag. Maar anders dan in een gewoon interview ga je in 24 uur als interviewer en geïnterviewde ook in de herkansing.’’

Zo’n ontmoeting noemt De Jong een schaakspel. „Denk vooruit, voel waar de spanning zit, houd de lijnen vast en vraag steeds gedetailleerder over de omslag- en pijnpunten in iemands leven. Die lijnen filter je eruit in de montage, want 24 uur worden teruggebracht tot slechts 30 minuten televisie, in chronologische volgorde.” Ook de momenten van erdoor zitten of van pure verveling, de oefeningen om de spieren los te maken of de balorige stoeipartijtjes halen de uitzending.

Het afgesloten studiodecor en het strakke kader geven het vraaggesprek soms een theatraal effect. De Jong is de aangever en de regisseur, die zijn gasten een hoofdrol biedt. „Ik heb er enorm respect voor dat ze meedoen”, zegt hij. „Ik heb belang bij een openhartig gesprek, maar de geïnterviewde heeft óók een belang. Die komt uit ijdelheid, of om beeldvorming over zijn persoon te veranderen of ter voorkoming van een dagje eenzaamheid. Niemand laat zich zomaar interviewen.”

In de aflevering met Klinkhamer blijkt gevangenschap de rode draad in diens leven te zijn: hij had een verstikkende liefde voor zijn echtgenote, raakte opgesloten in zijn eigen gedachtespinsels die hem tot een moord brachten, zat jarenlang in een cel na het misdrijf. Tijdens het interview zit hij opnieuw gevangen in een studio met twee banken, twee stoelen en een keukentje. Klinkhamer ijsbeert als ervaringsdeskundige door de ruimte. Hij móet in beweging blijven. Zo deed hij dat ook in zijn cel. „Ik heb daar twaalf paar sokken versleten”, zegt hij. En als het eindsignaal klinkt, haast hij zich de deur uit, met zijn schoenen nog in zijn handen.

„Gasten mogen ook alles van mij weten. Ik geneer me nergens voor”, zegt De Jong. „Maar Klinkhamers levensverhaal is zoveel indrukwekkender dan het mijne. Ik ben een keer uit een decor gevallen in mijn theatertijd, van zes meter hoogte. Ik brak voor een volle zaal mijn heup en verbrijzelde mijn pols. Dat is traumatisch, maar niets vergeleken bij zijn leven: hij vermoordde zijn vrouw, zijn moeder pleegde zelfmoord en als driejarige werd hij alleen, in oorlogstijd, met de trein naar familie in het buitenland gestuurd.

„In de journalistiek moet je snel naar de belangrijke velden in iemands leven. Je weet: dat veld staat onder spanning. Er ontstaat vaak verzet bij de gast: moet ik na zeven minuten al vertellen dat ik een krans op het graf van mijn kind heb gelegd? Ik doe nu het tegenovergestelde, wat niet wil zeggen dat een lang interview per se beter is dan een kort. Maar in dit geval is het zo extreem. De eerste keer wil Klinkhamer het niet hebben over de dood van zijn vrouw, na drie uur komt het weer aan de orde en op een later moment praten we er lang over. Dan, na veertien uur, zit hij op de grond met zijn rug tegen de koelkast en zegt hij dat hij heel erg eenzaam is en dat er na de dood van zijn vrouw nooit meer echte liefde zal zijn en dat hij zelf wat hij aan liefde had om zeep heeft geholpen.”

De Jong verloochent zijn toneelervaring niet. Hij voegt theatrale elementen toe aan de journalistieke programma’s die hij maakt. In het programma Pakhuis de Jong maakte hij zijn interviews in een kale ruimte met fel licht en in Holland Sport liggen de geïnterviewden met een handdoekje op een massagetafel en praten aan de hand van blessures over hun sportcarrière. Soms houdt hij een geïnterviewde letterlijk een spiegel voor en vraagt wat hij ziet. „Ik vind dat televisie vooral beeldend moet zijn. In het geval van de massagetafel is het een goed huwelijk tussen vorm en inhoud, omdat ik het lichaam van een sporter met hem bespreek. Je kunt het hebben over knieën die vollopen met vocht en die knie ook laten zien.” Zo’n enscenering werkt niet altijd. Zo kwam een interview in bed met meerkampers Karin Ruckstuhl en Chiel Warners die ook een relatie hebben, gekunsteld over. „Je moet soms ook lekker op je bek kunnen gaan”, zegt De Jong. „Holland Sport is live tv en dan ga je af en toe ook de mist in.”

Zou hij zelf ook op de massagetafel gaan liggen of voor een spiegel gaan staan om zichzelf te beschrijven? „Ja hoor, geen enkel bezwaar”, zegt hij. Hij schuift de pijp van zijn broek omhoog en toont een blauwe knie die hij opliep bij een val van zijn fiets. „Voor mijn werk is het alleen niet zo belangrijk om die beurse plek op televisie te laten zien. Ik ben geen topsporter.”

En de spiegel? „Dan zie ik een man die er een strak leven op nahoudt omdat hij twee programma’s maakt en wekelijks een column schrijft voor NRC Handelsblad. Ik zie een redelijk frisse figuur die gewapend is om iedere keer de strijd aan te gaan. Geestelijk is 24 uur met zwaarder dan lichamelijk. Ik sluit me nu voor veel dingen af. Ik leid een vrij Spartaans bestaan en ben een beetje geharnast.”

Hij gaat even door het leven met een topsportmentaliteit. Net als de sporters die hij portretteert zoekt hij zelf ook nieuwe grenzen op. „Ik moet een soort jeuk voelen: dit kan goed worden.” En dan is er ook altijd het risico dat het mislukt. Hij lacht. „Ik ben nu vijftig en probeer nog steeds nieuwe dingen. Dat is puur nieuwsgierigheid. Als je in het diepe durft te springen dan kun je verzuipen, maar het kan ook tot mooie dingen leiden. Dat heb ik in mijn theatertijd geleerd. Met Martin van Waardenberg moest ik binnen vier maanden een nieuw programma van negentig minuten verzinnen vanuit het niets. Dat doe ik ook met 24 uur met… Iemand komt binnen en je moet gaan aftasten terwijl er duizend mogelijkheden zijn.”

In zijn sportcolumns in NRC Handelsblad kan hij alinea’s wijden aan één detail; een bidon, een T-shirt of een fietszadel. Een voorwerp kan heroïsche proporties krijgen. Hij heeft zo leren kijken, zegt hij. Het is inmiddels zijn handelsmerk. Tijdens een vakantie met twee vrienden las hij het boek Museo Sentimental van K. Schippers. „Ik lag achter in een oude auto. Het was bloedheet. We reden door Spaans landschap. K. Schippers probeert in dat boek steeds tot nieuwe waarnemingen te komen over feiten die leken vast te staan. Je kunt in je fantasie dingen omdraaien. Dat boek was een soort drug voor mij. Ik werd bevangen door angst: mijn God, wat is achter, wat is voor en wie ben ik eigenlijk? Ik besefte ineens dat mijn eigen kijk relatief is. Alles kun je moeiteloos onderuit halen. Zo ben ik ook gaan kijken. Het is heel leuk om met de werkelijkheid aan de haal te gaan.”

Zijn verbeeldingskracht heeft hem nooit in de weg gezeten. „Nee, ik ben nooit gek geweest of totaal gedeformeerd. Zo’n manier van denken zorgt er wel voor dat je in je werk extremen kunt zien. Voor het maken van tv, theater of columns is het heel fijn als je je geest los kunt laten en kunt denken: misschien is achter wel voor en misschien is pijn wel fijn.”

24 uur met… Uitzending: 1 t/m 4 jan., 23.30 dagelijks op Ned. 3. Vanaf woensdag 9 januari, wekelijks op Ned. 3. Holland Sport, maandag, 20.30 uur, Ned. 3. De column van Wilfried de Jong staat iedere maandag op de sportpagina van NRC Handelsblad en Next.