Het walvishertje

In Kashmir is een fossiel hertje ontdekt dat als een nijlpaard over de rivierbodem liep. Volgens een Nederlandse bioloog ontstond de walvis uit dit dier of zijn verwanten. Michiel van Nieuwstadt

Een diertje met het postuur van een hert en de zware botten van een nijlpaard is een voorloper van moderne walvissen. Dat concludeert een groep van paleontologen en biologen onder leiding van de Nederlander Hans Thewissen, verbonden aan de Northeastern Ohio Universities (Nature, 20 december). Het 48 miljoen jaar oude fossiel, Indohyus gedoopt, bevestigt dat de voorouders van walvissen evenhoevigen waren en daarmee verwant aan herten, giraffen, varkens en schapen.

Volgens recente analyses van erfelijk materiaal zijn, binnen de groep van evenhoevigen, de nijlpaarden de nauwste levende verwanten van walvissen. “Het gaat een stap te ver om te zeggen dat mijn fossielen die conclusie ondersteunen”, aldus de in Utrecht opgeleide Thewissen in een telefonische toelichting. “Want uit de fossielen valt niet op te maken of nu het nijlpaard of een andere evenhoevige de nauwste verwant van de walvissen is. Dat heeft er vooral mee te maken dat er geen heel oude fossielen zijn gevonden van nijlpaarden of nijlpaardachtigen. De genetische analyse die laat zien dat nijlpaarden de nauwste verwant zijn van dolfijnen en walvissen acht ik niettemin overtuigend.”

planteneters

Lang gingen wetenschappers ervan uit dat walvissen evolueerden uit roofdieren op het land. Dat lag voor de hand, omdat moderne walvissen en dolfijnen geen planteneters zijn. De aanwijzingen dat toch de plantenetende hoefdieren het nauwst verwant zijn aan de walvissen zijn inmiddels echter zeer sterk.

Die conclusie is niet alleen gebaseerd op een vergelijking van het DNA. “Een extra scharnier in het enkelgewricht zorgt ervoor dat evenhoevigen grotere stappen kunnen nemen dan andere dieren”, zegt Thewissen. “Dit kenmerk hebben wij ook gevonden in Pakicetus attocki, de vroegste walvis waarvan wij in 2001 het skelet hebben ontdekt.”

Thewissen en zijn collega’s denken dat Indohyus in het water leefde, ondanks het feit dat het dier niet goed was aangepast om te zwemmen. Het zou net als nijlpaarden in het water hebben gewaad en op de bodem hebben gelopen, geheel kopje onder. Dat maken zij onder andere op uit de dikke buitenlaag op de botten van Indohyus. Die zou dienen als ballast, net als de zware botten van het nijlpaard.

Misschien hielp het duiken Indohyus te ontsnappen aan vijanden. Thewissen wijst erop dat de moderne Afrikaanse kantjils of dwergherten (Hyemoschus aquaticus) ook onder water duiken als ze worden bedreigd. Maar de Afrikaanse kantjil kan zich onder water verstoppen, ondanks het feit dat het diertje de zware botten van het nijlpaard mist. “Misschien kan dat dier heel goed zijn adem uitblazen”, zegt Thewissen. In zijn plompe bouw doet de Afrikaanse kantjil in de verte aan een dwergnijlpaard denken. “De gracieuzere Aziatische kantjil ontsnapt niet onderwater.”

zweten

Een tweede aanwijzing dat Indohyus in het water leefde, haalt Thewissen uit zuurstofisotopen, verschillende varianten van het element zuurstof in het tandglazuur van het dier. “De zuurstof die wordt ingebouwd in lichaamscellen komt uit het water dat een dier drinkt. In zoet water is een kenmerkende verhouding herkenbaar van de standaard zuurstofisotoop en een variant met twee extra neutronen in de kern. Dieren die in het water leven, zweten minder dan dieren op het land en dat is terug te vinden in de ratio van de zuurstofisotopen in het tandglazuur.”

Indohyus is al sinds 1981 bekend. Tot nog toe waren echter alleen losse kiezen en kaakfragmenten beschreven, en deels onderzochte fossielen die in het Indiase deel van Kashmir gevonden zijn. Dat Indohyus een walvishertje is ontdekte Thewissen toen hij de botten opnieuw onder de microscoop legde.

Een dwerghertje dat aan een Afrikaanse kroonarend ontsnapt door onder water te duiken is te zien op Youtube: Eagle vs. water chevrotain