Hele advocatuur ten onrechte zwartgemaakt

De Amsterdamse rechtbank besloot op 20 december de wettelijk ongeoorloofde handelwijze van het OM inzake het telefonisch aftappen in de Angelszaak af te straffen. Gesprekken van verdachten met hun advocaat waren door het Amsterdamse OM ten onrechte niet gewist en de zaak `ging uit het raam`, zoals dat heet.

Dat is winst voor de rechtsstaat, maar de advocatuur is allerminst gerustgesteld. Het niet wissen van gesprekken met geheimhouders lijkt veel vaker voor te komen. Er is alle reden voor een onafhankelijk onderzoek naar de werkwijze van politie en justitie in deze.

Het hoofdredactionele commentaar van NRC Handelsblad van 20 december naar aanleiding van deze zaak opent echter met de zin: ”Heeft de verloedering in een klein deel van de advocatuur nu ook het Openbaar Ministerie bereikt?”

Het is alsof de krant eerst het slachtoffer van een misstand bestraffend toespreekt - `U heeft deze ellende aan uzelf te danken` - om zich pas daarna tot de pleger te wenden. Bovendien: welke verloedering en om wie gaat het? Als de krant meer weet over `de verloedering van een klein deel van de advocatuur`, laat men daarmee dan voor de draad komen, zodat de toezichthoudende dekens hun werk kunnen doen.

Er valt niet te bagatelliseren, laat staan te verdoezelen dat er advocaten zijn die over de schreef gaan. Dat gebeurt helaas in alle beroepsgroepen. Maar zonder concretisering wordt hier de hele advocatuur verdacht gemaakt. Dat is niet alleen treurig, maar ook onrechtvaardig.