Hamas bouwt eigen Hollywood om sympathie wereld te winnen

De Palestijnse fundamentalistische organisatie Hamas gaat in de Gazastrook een eigen Hollywood opzetten. Doel: wereldwijd sympathie te winnen.

In het woestijnzand enkele kilometers ten zuiden van Gazastad staan lukraak wat stenen op elkaar gestapeld. Het ziet er niet veelbelovend uit, maar dit is het begin van een groots toekomstplan dat de fundamentalistische moslimbeweging Hamas heeft uitgestippeld voor de Gazastrook. Hier moet in enkele jaren het Palestijnse equivalent van Hollywood verrijzen. Fathi Hammad, brein achter het plan, gelooft er heilig in. „De joden zijn er met Hollywood in geslaagd om via de filmindustrie zichzelf als slachtoffer neer te zetten en wereldwijd sympathie te winnen. Wij gaan hetzelfde doen.”

Waar twee jaar geleden nog een joodse nederzetting stond, is nu een braakliggend terrein dat met hulp van de Verenigde Naties is geruimd. Over vijf jaar moet deze zandvlakte ingrijpend zijn veranderd in een pretpark met filmstudio’s, Bedoeïenententen, boomgaarden en spaanplaten gevels van vluchtelingenkampen en gevangenissen.

Een vliegende start heeft het project niet gemaakt. Door de Israëlische blokkade van de Gazastrook sinds juni, komen er geen bouwmaterialen binnen. De afsluiting van het gebied waar ruim 1,4 miljoen Palestijnen leven, dient als straf voor de machtsovername door Hamas in juni. Sindsdien zijn er alleen honderd perzikbomen geplant en hier en daar wat stenen gedumpt. Een verroeste container doet dienst als kantoor voor de opzichter die vertelt dat hij al maanden werkloos op het terrein heeft geleefd. Het zand stuift door een uitgezaagd raam naar binnen. Voor nadere informatie verwijst hij zenuwachtig naar Hammad, het hoofd van Al-Aqsa-tv, de televisiezender van Hamas, en tevens volksvertegenwoordiger namens Hamas.

In een gesprek in het verlaten parlementsgebouw in Gazastad zegt Hammad vastbesloten te zijn films, tv-series en documentaires te gaan maken. Hij bevestigt dat ‘Al-Asdaa’ (De Echo), zoals het complex gaat heten, een propagandamachine wordt. „Daar is niets mis mee. We gaan uitbeelden hoe het Palestijnse volk lijdt onder de bezetting en hoe we ons met heldendaden daartegen hebben verzet. We gaan de confrontatie aan met de dominantie van de Amerikaanse filmindustrie. De Amerikaan wordt altijd als de good guy of de onoverwinnelijke superman gepresenteerd. Wij gaan laten zien dat het Palestijnse verzet ook goed en sterk is.”

Hammad klaagt dat het lot van de Palestijnen is genegeerd door de artistieke wereld. Niet alleen in het Westen maar ook door de Arabische buren. „De filmindustrie van Egypte, Libanon en Syrië heeft ons in de steek gelaten. Daarom zullen we het zelf moeten doen.” Achter hem hangt een spandoek met de portretten van veertig bebaarde en streng kijkende Hamasparlementariërs die in het afgelopen jaar door Israël zijn gearresteerd. „Niet één Arabische regering heeft het voor mijn broeders opgenomen.”

Het klinkt allemaal wat vergezocht, maar Hammad is doodserieus. „We gaan acteurs opleiden en filmmakers uitnodigen om ons te trainen. Natuurlijk kunnen we niet meteen Hollywoodkwaliteit leveren. Daar hebben we geen geld voor. We zullen met vrijwilligers moeten werken. Maar wij beschikken over natuurtalent en met de huidige mogelijkheden van de computertechnologie is het allemaal niet zo ingewikkeld meer.”

In eerste instantie zullen de filmproducties alleen op Al-Aqsa-tv te zien zijn. „Maar op den duur zullen we onze films wereldwijd verkopen. We gaan internationale erkenning krijgen. We gaan meedoen voor de Oscars.” Als groot voorbeeld noemt hij de film Lawrence of Arabia uit 1962 met Peter O’Toole, Anthony Quinn en Alec Guinness over de Arabische opstand van 1916 tegen de Ottomaanse overheersing.

De eerste film staat al op de rol: het geromantiseerde levensverhaal van Imad Aqel (1971-1993), een verzetsheld van het Palestijnse volk. Aanvankelijk droeg hij zorg voor de liquidatie van Palestijnse collaborateurs. Later, als leider van de Izz al-Deen al-Qassam brigade, de militaire vleugel van Hamas, was hij verantwoordelijk voor terreuraanslagen in Israël. Omdat hij telkens weer ontsnapte aan Israëlische liquidatiepogingen, werd hij bekend als de man met negen levens. Uiteindelijk werd Aqel in 1993 door Israëlische troepen ingesloten en doodgeschoten. Nu, veertien jaar na zijn dood, hangt zijn levensgrote martelaarsportret nog altijd langs de straten van de Gazastrook.

Met dit thema volgt Hammad de bestaande formule van Al-Aqsa-tv: de verheerlijking van zogenaamde martelaren die terreurdaden begaan. Het kanaal toont bijna volcontinu beelden van raketbeschietingen op Israël en militanten voordat ze zichzelf in zelfmoordaanslagen opblazen. Dat alles gecombineerd met zwaarwichtige islamitische muziek of koranrecitaties gemanipuleerd door een echo-effect. „Dat is nu eenmaal onze interpretatie van de werkelijkheid. Het Palestijnse volk ligt onder vuur en vecht terug. Daar schamen we ons niet voor, daar zijn we juist trots op.”

Maar het filmproductiehuis Al-Asdaa zal niet worden gebruikt om tot de dood van Amerikanen en joden op te roepen, zoals dat doorgaans wel op Al-Aqsa-tv en tijdens straatbetogingen gebeurt, verzekert Hammad. Hij wil positieve zaken laten zien. „We gaan aantonen hoe de Palestijnen en het Westen van elkaar kunnen leren. Hoe moslims naar het Westen zijn gegaan voor onderwijs en daar wijzer van zijn geworden. Of over de religieuze vrijheid die moslims in het Westen genieten. Er bestaat een negatief beeld onder veel Palestijnen dat moet worden bijgesteld. Omgekeerd gaan we ook jullie beeld aanpassen dat wij allemaal terroristen zijn.”

Wat voor ideeën heeft hij? „Misschien gaan we een film maken over Alan Johnston”, zegt Hammad verwijzend naar de BBC-correspondent die 114 dagen werd gegijzeld in de Gazastrook totdat Hamas in juni de Gazastrook overnam en een maand later voor zijn vrijlating zorgde. Hammad: „Ik denk aan een geromantiseerde versie. Het Westen zal Hamas leren waarderen.”