Grote vliegtuigen

De Antonov AN225, het grootste vliegtuig ter wereld, is even op Schiphol geweest. Honderden vliegtuigspotters stonden langs de weg om het wonder te zien landen of opstijgen of allebei. Die spotters heb ik altijd een beetje een sneu volkje gevonden. Als je zelf in het vliegtuig zit, zie je ze in hun geparkeerde auto langs de speciale spottersweg. Wat doen ze daar? Noteren of vlucht KL 641 wel op tijd vertrokken is? Stiekem hopen dat er eens iets mis gaat, zodat ze daarover eens flink kunnen bloggen? Alles opschrijven? Dit spotten is me een raadsel. Als je in deze tijd één vliegtuig hebt gezien, heb je ze allemaal gezien. Bijna. Voor de Antonov maak ik een uitzondering.

Grote vliegtuigen zijn wonderen op zichzelf. Heel lang geleden had je de Fokker F36, een hoogdekker met een niet-intrekbaar landingsgestel. Als kleine jongen heb ik het toestel van Schiphol zien opstijgen, en doe ik nu mijn ogen dicht dan zie ik dat schouwspel weer nauwkeurig voor me, en ik voel opnieuw de twijfel. Zou het lukken, loopt dat wel goed af? Het ging goed. Statig verdween de gigant in de wolken. Toestel is een ander woord voor vliegtuig. Onder een toestel versta ik een hoogst ingewikkeld ding dat in werking gezet kan worden. In de Middeleeuwen probeerden de monniken toestellen te bouwen om goud te maken. Zo is het buskruit uitgevonden. Nooit zal ik een vliegtuig een ‘kist’ noemen. Dat klinkt te familiair, tenzij het gebruikt wordt door piloten. Dan is het een vakterm.

Omvang wordt aangetast door inflatie. Wat toen gigantisch werd gevonden, is nu gemiddeld of aan de kleine kant. Van zo’n Fokker F-36 kijkt geen vliegtuigspotter meer op, tenzij hij gespecialiseerd is in antieke toestellen. In de oorlog zagen we de zware bommenwerpers overvliegen, viermotorige Vliegende Forten, Liberators. Met behulp van een verrekijker kon je je een vage voorstelling van hun omvang maken. Eerlijk gezegd viel het me toen een beetje tegen, maar dat werd goedgemaakt door het aantal en het geluid van op z’n minst achthonderd motoren. Ik heb er toen een gedicht over gemaakt, waarin sprake is van ‘het metalen koor der honderden motoren.’

Het grootste vliegtuig van na de oorlog was eerst de Douglas Skymaster met vier zuigermotoren. Toen kwamen de DC-6 en de DC-7. Door een toeval waarvan ik u de verklaring zal besparen ben ik met een DC-7 van de Militairy Air Transport van het vliegveld München Riem via de Azoren en Bermuda naar McGuire Airbase in Massachusetts gegaan. Ik was de enige passagier. Na een paar uur begin je je dan in zo’n sigaar wat alleen te voelen. Toen verscheen een lid van de bemanning. ‘Heb je trek in een kop koffie?’ Nou, alstublieft meneer. Ik werd in de cockpit gelaten, hoefde ook niet meer terug naar mijn eenzaamheid.

Tussen de Azoren en Bermuda vroeg een van de piloten plotseling: ‘Wil je ook eens sturen?’ Hij legde uit hoe het werkte, ik moest wel voorzichtig zijn, geen scherpe bochten maken en toen mocht ik in een van de pilotenstoelen gaan zitten. Ik heb deze DC-7 eerst een flauwe linkerbocht en toen een rechterbocht laten maken, louter door de stuurknuppel te bewegen. Neemt u dit van mijn aan: als je dat voor het eerst overkomt, ervaar je het als een wonder en tegelijkertijd geeft een gevoel van opgetogenheid: macht.

Toen, door weer een heel andere samenloop van omstandigheden, kwam ik een jaar of tien geleden in een oude tweemotorige bommemwerper terecht, een B-25 Mitchell. Daardoor werd de toegang tot een heel ander hoofdstuk herinneringen geopend. Ik zat in de neuskoepel. De motoren werden gestart. Ik dacht aan de film The Best Years of Our Lives, waarin Dana Andrews gezagvoerder van een B-17 is. De oorlog is voorbij. Hij komt op een vliegtuigkerkhof waar in lange rijen de onttakelde, motorloze toestellen staan. Klimt in de cockpit, gaat zitten, kijkt naar links en naar rechts en hoort het geraas van de motoren. Een zuigermotor maakt een volstrekt andere muziek dan een straalmotor. Hij is terug in zijn jeugd.

In deze B-25 vlogen we boven Rotterdam, laag, en vrijwel dezelfde route die op 14 mei 1940 de Heinkels 111 bij het bombardement hadden gevlogen. Ik zag mijn ouderlijk huis en de stadsdriehoek, met de kleur van nieuwe steen. Ook een bezoek aan een jeugd waarvan de coulissen radicaal verdwenen zijn.

Ik heb nooit piloot willen worden. Maar het vliegtuig als toestel, als centrum van een spektakel heeft me altijd groot plezier gedaan. Graag had ik de gigant van Howard Hughes, The Goose, zien vliegen. Het opstijgen van een 747 blijft een dramatische voorstelling. En nu de Antonov AN-225. Ja, daar had ik wel aan boord willen zijn, liefst even in de cockpit om dit wonder even een linker en een rechterbocht te laten maken. Wie weet krijg ik nog een kans.