Goeiemoggel lokhomo!

Comadrinken, digizerk en gorisme zijn nieuwkomers in de Nederlandse taal.

Balkenende-norm

In 1999 bedoelde het CDA met de Balkenende-norm nog dat driekwart van het begrotingsoverschot naar de staatsschuld zou moeten en een kwart naar uitgaven. Deze norm was zo genoemd naar de toenmalige financiële woordvoerder in de Tweede Kamer, de relatief onbekende J.P. Balkenende. Inmiddels is deze woordvoerder gepromoveerd tot premier en bedoelt men met de Balkenende-norm dat openbare bestuurders in Nederland niet meer zouden moeten verdienen dan de minister-president. Hoeveel de premier nou precies verdient, is ondertussen niet helemaal duidelijk, het is ongeveer 128.000 euro, maar er komen toeslagen bij en het wordt straks 166.000 euro. Men spreekt ook wel van de JP-norm, de minister-president-norm of premier-norm, en als nieuwe afkorting is gesignaleerd: BdB (in deze krant geïntroduceerd door economieredacteur Menno Tamminga voor iemand die Beter Dan Balkenende verdient).

Bokito

We kunnen er niet omheen: terwijl de wereld dit jaar nog verder in duigen viel, sprak in Nederland weinig zó tot de verbeelding als de zilverrug Bokito, die op 18 mei 2007 ontsnapte uit zijn verblijf in Diergaarde Blijdorp om een vrouw uit Zoetermeer zwaar toe te takelen (ruim honderd beten, verbrijzelde hand, diverse breuken). De vrouw was een fan van B., bezocht hem viermaal in de week en keek hem recht in de ogen – wat je als vrouw beter niet kunt doen bij zilverruggen. Dit vertoon van mannelijkheid (‘jij moet mij dus niet in de ogen kijken’), de ontsnapping – het sprak allemaal zo tot de verbeelding dat de naam Bokito stante pede op ieders lippen lag. Er kwam een Bokito-kledinglijn, er zijn Bokitobrillen te koop, Bokito kwam in de Van Dale in de betekenis ‘scheldwoord voor een zwaarbehaarde man, voor een relschopper’ en we signaleerden samenstellingen als Bokitoproof (‘erg stevig’) en Bokitotrots (Youp van ’t Hek: ,,Ik ben Bokitotrots op het tijdschrift Youp’’). Theorie: de van oorsprong Duitse gorilla Bokito heeft de Nederlandse man anno 2007 een deel van zijn weggeëmancipeerde trots teruggegeven.

Comadrinken

Van Alexander de Grote is al bekend dat hij zoveel alcohol kon drinken dat hij dagenlang voor gaas lag, maar Alexander was toen al een volwassen man, hard op weg naar zijn dood en naar eeuwige roem. In Nederland wordt ook al lang heel veel gezopen (in de 19de eeuw meer dan ooit, ook door jongeren), maar relatief nieuw is het zogenoemde inzuipen of indrinken in zuipketen (eenvoudige onderkomens als caravans of bouwketen). Jongeren doen dit steeds meer, zelfs al op twaalf- of dertienjarige leeftijd, en omdat dit geregeld leidt tot alcoholvergiftiging en ziekenhuisopname wordt dit verontrustende verschijnsel comadrinken of comazuipen genoemd (een vertaling van het Duitse komasaufen, onze oosterburen kennen het dus ook). Comazuipen debuteerde in maart 2007 in de Twentsche Courant, in de kop „‘Comazuipen’ nieuwe hobby Duitse tieners”.

Digizerk

Een vandalismebestendig beeldscherm op een grafsteen, ziedaar de digizerk of digizuil. Het gaat hier om een uitvinding van werktuigkundig ingenieur Henk Rozema uit Grootegast. Bij begrafenissen en crematies, bedacht Rozema, worden steeds vaker foto’s en filmpjes vertoond. Waarom die foto’s en filmpjes niet ook vertonen op een digitale grafzerk, dan hebben de nabestaanden nog wat te kijken. Het kostte Rozema vier jaar werk en tienduizenden euro’s investeringskosten, maar eind mei 2007 werd de eerste digizerk (een roestvrijstalen apparaat met een lcd-scherm van 38 bij 24 centimeter) geplaatst op de begraafplaats van Rhenen. Alleen nabestaanden kunnen de digizerk starten, met een codeschakelaar of met hun gsm. Volgens Rozema zouden al diverse Bekende Nederlanders naar zo’n zerk hebben geïnformeerd, want – zoals bekend – the show must go on.

Ecothriller

Thrillerschrijvers gaan graag met hun tijd mee, vandaar de introductie, dit jaar, van de ecothriller. Voor de echte grote thrillers van de natuur hoef je maar uit het raam te kijken, of naar het Journaal, maar je kunt er natuurlijk ook nog een spannend boek over lezen, vol overstromingen, orkanen en andere klimaatellende – om nog verder aan het idee te wennen. Eerste Nederlandse ecothriller: Dagvals tijding van Marten van der Veen. Een goede ecothriller is overigens niet gedrukt op klimaatneutraal – een woord dat we sinds 2000 kennen – papier, omdat dit afbreuk zou kunnen doen aan het waarheidsgehalte ervan.

E-mailvrij

Veel ondernemingen in de VS doen het al, dus het zal hier ook wel komen: de e-mailvrije vrijdag. Een fijne dag, omdat er dan, tussen het koffiedrinken door, nog een beetje gewerkt kan worden. Lees: zonder een groot deel van de dag te hoeven besteden aan e-mail. E-mail wordt door velen gezien als een zegen – de grootste uitvinding sinds de boekdrukkunst – maar de mail die dagelijks binnenstroomt, wordt ieder jaar meer. Dit leidt niet alleen tot informatiestress (een woord dat we al sinds 1996 kennen) maar ook tot minder contact met de directe collega’s. Het is niet ongewoon geworden om iemand die twee bureaus verderop zit, een mailtje te sturen. Niet goed voor de gezondheid – te weinig beweging –, niet goed voor de intercollegiale contacten. Dus: de e-mailvrije vrijdag, die al bij een paar Nederlandse bedrijven is ingevoerd, zal navolging krijgen.

Gloeilampverbod

In februari 2007 kondigde Australië aan de ‘klassieke’ gloeilamp in de ban te gaan doen, en drie maanden later kwam milieuminister Jacqueline Cramer met hetzelfde idee. Na een werkbezoek bij Philips in Eindhoven, nota bene de Nederlandse bakermat van de gloeilamp. Philips reageerde verheugd – hoe meer gloeilampen er vervangen zouden worden, hoe meer handel – maar Cramer werd al snel teruggefloten, zowel door premier Balkenende als door de Tweede Kamer. ‘Gloeilampverbod bleek luchtballon’ was een goede kop geweest, maar is nergens aangetroffen. Wel deze, in De Telegraaf: ‘Pas op voor de lampenbrigade’ en ‘Zijn bij de minister de stoppen doorgeslagen?’

Goeiemoggel

Is het waar dat Nederlanders zich alleen nog met elkaar verbonden voelen als Oranje wint? En nog een klein beetje door de Koningin? Nee, ook een eenvoudige televisiereclame kan een groot gevoel van verbroedering oproepen, want wat we in die reclame zien, kennen we allemaal. Blank en zwart, christen en islamiet: allemaal maken we geregeld tikfouten als we sms’en, waardoor er worden ontstaan met een hoog poëtisch gehalte, zoals inktvip voor inktvis en goeiemoggel voor goedemorgen. Als er één woord is dat 2007 het best karakteriseert, dan is het goeiemoggel, want dit werd in korte tijd een grote hype. Zelfs prinses Laurentien presteerde het om begin december een congres met ruim duizend taalliefhebbers van het genootschap Onze Taal te begroeten met ‘goeiemoggel’. Het fijne van hypes is dat ze snel voorbijgaan, want wat even geestig is, wordt al snel melig en afgezaagd, maar nu kan het allemaal nog even: goeiemoggel Nederland; goeiemoggel juffrouw Jannie; goeiemoggel goeie dag...schotel, enzovoorts. Even zijn we weer één, dankzij een woordvondst.

Gorisme

De leer van Nobelprijswinnaar en klimaatactivist Al Gore dat de klimaatveranderingen te wijten zijn aan de mens. Aanhangers van deze leer worden soms goristen genoemd. Vincent Bijlo gebruikte gorisme in het Algemeen Dagblad in een dictee: ,,Het gorisme leidde dit jaar tot een milieububbel die bij grote delen van de bevolking een ernstige klimaatmoeheid tot gevolg had.’’ Klimaatmoeheid is ook een nieuwkomer, eentje die steeds meer terrein wint.

Keetdrinken

Je helemaal ongans drinken in een keet – daar zijn er naar schatting 1.500 van in Nederland –, wat geregeld leidt tot comadrinken. Zo’n keet wordt ook wel een zuipkeet genoemd. Zie verder bij comadrinken.

Lokhomo

We kenden al de lokfiets en de lokauto, maar dit jaar kregen we er twee bij: de lokhomo en het lokschuurtje (om de pyromaan van ’t Zandt te vinden). Je zou het alle potenrammers wereldwijd toewensen: dat ze op een lokhomo stuiten, liefst op een heel stevige (potige zou hier te woordspelig zijn). Juridisch is de lokhomo omstreden, want voor de wet mag een lokmiddel nooit gedrag uitlokken. Hoe dan ook: het woord lokhomo bleek het goed te doen in krantenkoppen, mogelijk vanwege het binnenrijm. Een kleine greep: ‘De “lokhomo” als middel tegen het toenemende geweld in Amsterdam’ (Dagblad Tubantia/Twentsche Courant), ‘Agenten in burger ingezet als lokhomo’s’ (BN/DeStem), en ‘Inzet van lokhomo’s is uitstekend initiatief” (Algemeen Dagblad).

Nonliner

In Nederland lijkt het begrip nonliner – voor iemand die niet online is – nog niet echt te zijn doorgebroken. Het deed het vooral goed in deze krant, onder meer in de kop ‘Ouderen vaak nog ‘nonliners’. Maar in de Engelstalige wereld, waar dit woord vandaan komt, wordt het volop gebruikt. Ondertussen hebben wij hier wel veel nonliners. In Nederland missen ongeveer 2,5 à 3 miljoen mensen de gemakken van internet. Doorgaans gaat het om mensen van boven de vijfenzestig. Het lijkt allemaal niet zo erg – zeven e-mailvrije dagen per week, waar vind je dat nog! – maar nu steeds meer overheidsdiensten alleen nog via internet worden aangeboden, dreigen de nonliners langzamerhand buiten de boot te vallen.

Prachtwijk

Zonder twijfel hét eufemisme van het jaar, in maart geïntroduceerd door minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie. Nederland telt momenteel veertig prachtwijken. Zou je er willen wonen? Nee, juist niet – want zo prachtig is het er allemaal niet. Maar het kunnen prachtwijken worden, of zelfs krachtwijken, als je er maar genoeg aandacht aan besteedt. Enkele eerdere aanduidingen voor dit soort wijken: achterstandswijk, probleemwijk en aandachtswijk. Aandachtswijk bestaat al zeker tien jaar. De aandacht die er sindsdien aan deze wijken is besteed, heeft tot nu toe niet mogen baten.

Sanitatie

Hij zei op zelfverzekerde toon: de wereld moest meer doen aan sanitatie. Want slechte sanitatie kost vooral veel kinderen het leven. Prins Willem-Alexander, die dit op 21 november in New York beweerde, heeft natuurlijk groot gelijk, maar er was wel een klein taalkundig probleem: het woord sanitatie bestaat niet. Het Engelse sanitation (‘bevordering van de volksgezondheid’) wel, maar van het Nederlandse sanitatie was tot nu geen levensteken vernomen. Prinsen zijn echter niet voor één gat te vangen, en dus riep Willem-Alexander het ‘Internationale Jaar van de Sanitatie’ uit, waardoor het woord opeens wel bestond. Pinkhof Geneeskundig Woordenboek steunde de kroonprins een paar weken later door dit ‘VN-sleutelbegrip’ in de digitale kolommen op te nemen, met als kanttekening: ‘niet te verwarren met “sanering”’.

Sonjabakkeren

Wilt u ooit uw naam vereeuwigd zien in een woordenboek? Bedenk een succesvol dieet. U verkoopt meteen honderdduizenden boeken en voor even bent u beroemd. Dat uw dieet op de lange duur niet helpt en wordt vervangen door weer een ander dieet, moet u voor lief nemen. Atkins, Montignac en tientallen anderen gingen u voor. Voor wat het waard is: honderdduizenden Nederlanders gingen in 2007 sonjabakkeren. Ook wel kortweg: sonja’en of bakkeren, want wij houden niet van lange woorden. Gehoord te Rotterdam, voor een spijbeldag van het dieet: een SAS-dag, kort voor: Schijt-Aan-Sonja-dag.

Weigerambtenaar

In 2001 dook het woord weigerambtenaar al even op in de regionale pers, maar daarna leek het van het toneel te zijn verdwenen. Tot 2007, toen het opeens honderden keren in de krant stond. Dat kwam door het nieuwe regeerakkoord, dat stelt dat een ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijk tussen twee partners van gelijke sekse mag weigeren. Een storm van protest brak los. Amsterdam was de eerste stad die de passage in het akkoord verwierp, en andere grote steden, zoals Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Groningen, volgden snel. In weer andere steden werden de weigerambtenaren juist in bescherming genomen, wat leidde tot krantenkoppen als ‘“Weigerambtenaren” in Kampen veilig’. Daarnaast stelde men een lijst op van weigervrije gemeenten – een onduidelijke aanduiding, die niet betekent dat je als ambtenaar in zo’n gemeente vrij bent om te weigeren, maar dat de gemeente vrij is van ambtenaren met gewetensbezwaren.

Wilfen

Door onder meer uitgeverij Van Dale en het Genootschap Onze Taal voorgedragen als dat ene nieuwe woord dat het jaar 2007 als geen ander zou typeren. En, vindt u dat wilfen alles samenbalt wat wij in 2007 hebben beleefd? De kans is groter dat u er nog nooit van heeft gehoord. Wilfen betekent, voor de duidelijkheid, zoekend op internet zo de weg kwijtraken dat je uiteindelijk iets heel anders vindt dan waar je naar op zoek was. Het vinden van de ongezochte vondst dus. Het oorspronkelijke Engelse begrip wilfing komt van ‘What was I looking for’. Het verschijnsel is natuurlijk al veel ouder, en goed bekend bij mensen die graag iets opzoeken in encyclopedieën.

Youtuben

Ik youtube, wij youtuben, zij hebben geyoutub(e)t. De Amerikaanse website YouTube kwam pas in februari 2005 in de lucht, in september 2006 werden er al zo’n 60.000 filmpjes per dag op deze site gezet en inmiddels worden er ruim honderd miljoen filmpjes per dag bekeken. Esmée Denters, een 18-jarig meisje uit Oosterbeek, werd in korte tijd wereldberoemd met covers van Justin Timberlake die zij op YouTube zette, en ook Amerikaanse politici hebben hun weg naar dit medium gevonden. Daarmee is ook het werkwoord youtuben in beeld gekomen. Vooralsnog heeft het twee betekenissen: kijken naar YouTube, en een filmpje toevoegen aan deze website. In Spits! verklaarde Claudia de Breij meteen na een show haar tanden te poetsen, zodat zij thuis zó haar bed in kan tuimelen. ,,Anders ga ik weer tot diep in de nacht achter de computer zitten youtuben en exen googelen. Kan ik úren volhouden, waardoor ik amper aan slapen toekom.’’

Met dank aan Jaap Engelsman.