Fluitkikkers in de mist

Het piepkleine Caraïbische Saba staat op de nominatie een Nederlandse gemeente te worden. Het eiland heeft een tropennatuur en een Ecolodge.

Als een groene berg duikt het op uit de Caraïbische Zee. Het Antilliaanse eiland Saba, dat in het nieuwe jaar mogelijk een Nederlandse gemeente wordt, is eigenlijk een slapende vulkaan, 877 meter hoog en op de top bedekt met sprookjesachtig nevelwoud. Slechts zelden verlaten de nevelslierten dit bos, waar planten vechten om een plekje op de natte takken. Bromelia’s, varens, orchideeën, mossen en zelfs jonge bomen groeien op de takken en doen ze lijken op hangende tuinen.

Na een steile klim omhoog in de tropische hitte kunnen wandelaars zich neervlijen op de zachte bosbodem. Wie dan naar boven kijkt, ziet veel kale takken; die zijn door de windstoten van de orkanen Georges en Lenny (1998 en 1999) van hun bladeren ontdaan. Het weerhoudt de planten er niet van om gewoon verder te groeien op de uiteinden van de kale takken, die als tentakels de lucht in steken. Alsof je in een griezelfilm terecht bent gekomen.

Het pad gaat verder naar een van de twee uitzichtpunten op de berg. Pech. Geen mooi panorama. Zoals zo vaak op het eiland benemen wattennevels het zicht op ‘hoofdstad’ The Bottom. Slechts af en toe schuift een mistgordijn opzij en kan er een flard opgevangen worden van de roodgedakte huisjes, die zo kenmerkend zijn voor Saba.

Halverwege de afdaling ligt middenin het regenwoud de Ecolodge Rendez-Vous. Een hotel met oog voor de natuur, waar je bovendien uitstekend kunt eten. Het wordt gerund door het echtpaar Tom van ’t Hof, bioloog, en Heleen Cornet, kunstenares, die al twintig jaar op Saba wonen. Hun ideeën voor een hotel in het regenwoud werden niet meteen hartelijk begroet. Want waarom zou Tom ineens in het bos mogen bouwen dat hij als voorzitter van de lokale natuurbeschermingsorganisatie altijd zo had beschermd? Het gaat weliswaar om secundair regenwoud – bos dat ontstond nadat het oorspronkelijke regenwoud in de zeventiende en achttiende eeuw door Saba’s kolonisten was gekapt – maar regenwoud is regenwoud, zo redeneerde de bevolking.

Op het balkon van een van de kleurrijke huisjes legt Heleen uit dat ze het regenwoud nooit zonder pardon hebben willen kappen. „Kijk maar om je heen. Alle grote bomen hebben we laten staan, we hebben alleen kleine stukjes vrijgemaakt waar de huisjes werden gebouwd.”

Tom vult aan: „We hebben geprobeerd zo veel mogelijk duurzaam te werken en op een verantwoorde manier met energie en milieu om te gaan. Wat ons eigenlijk voor ogen stond was toeristen weer in aanraking te brengen met de natuur. In steden en dichtbevolkte gebieden zien mensen vaak geen sterrenhemel, ze kunnen geen natuurgeluiden herkennen en hebben geen idee hoe bepaalde producten groeien. Gebrek aan begrip en kennis is de grootste bedreiging voor de natuur. Op de Ecolodge kun je dat allemaal weer ervaren.”

Maar verwacht geen luxe. Slapen op de Ecolodge is een veredelde vorm van kamperen: de fraai beschilderde houten cottages hebben echte bedden plus een hangmat voor het ultieme junglegevoel, maar verder een basale inrichting. En wie na een wandeling een douche wil nemen, moet wel tevoren een zak douchewater in de zon hebben gelegd, anders wordt het afzien. En nee, geen tv, wel elektriciteit (12 volt van zonne-energie), maar telefoon of laptop kunnen alleen in het restaurant worden opgeladen.

Wie ’s avonds liever niet naar het concert van de fluitkikkers luistert, maar een filmpje op zijn laptop wil bekijken en dus meer voltage nodig heeft, kan in een van de andere hotels terecht. Het dertien vierkante kilometer grote Saba (Schiermonnikoog is negenendertig vierkante kilometer) heeft er maar liefst acht. Van eenvoudige cottages tot luxueus. Het hotelletje Juliana’s bijvoorbeeld ligt midden in het dorpje Windwardside, op vierhonderd meter hoogte. Het heeft een mooi uitzicht en is gebouwd in de typisch Sabaanse stijl: witte houten huisjes, rode daken en groenwitte luiken. De hotels op het eiland worden voornamelijk bevolkt door wandelaars en duikers – onder water is de natuur namelijk net zo mooi als daarboven.

Luieren aan het strand is er op Saba niet bij. Het eiland ligt dan wel tropisch in de Caraïbische zon te bakken, fraaie palmenstranden zul je er niet aantreffen. Tenzij je de smalle reep zand die enkele maanden per jaar bij Well’s Bay ligt een strand wilt noemen. Of de paar zandkorrels bij Cove Bay.

Toch kan de bezoeker in overvloed van de zee genieten. Door te duiken bijvoorbeeld, een absolute aanrader; evenals snorkelen, al zijn de mogelijkheden beperkt als je vanaf de kant naar de mooie plekjes wilt.

Er is nog een optie: de getijdepoelen, die in hun kaalheid een groot contrast vormen met de vochtig-tropische begroeiing van Saba’s top. Ze liggen aan de noordkust, waar de vulkaan ooit roodgloeiende lavastromen in zee stortte. Inmiddels zijn die gestold tot rozerode rotsen waar wandelaars, soms met enige moeite, overheen kunnen klauteren om bij de kleine poeltjes te komen. In alle kleuren krioelen hier jonge visjes, zee-egels, slakken en anemonen. Als ze groot zijn spoelen ze met hoog water zo de zee weer in. Voorlopig genieten ze van de rust waarin ze opgroeien.

Ook de bezoeker ervaart die rust, hoewel hij in feite onderaan het vliegveldje van Saba loopt. Dat ligt op een vlak stukje van Saba’s rotsen en heeft ’s werelds kortste commerciële landingsbaan: vierhonderd meter. Het is dan ook schrikken wanneer plotseling een meter of zes hoger met donderend geraas een vliegtuigje overvliegt. Het glijdt van de landingsbaan over zee de lucht in. Daar gaan de dagjesmensen. Terug naar het drukke en volgebouwde Sint Maarten.

www.sabatourism.com, www.ecolodge saba.com, www.julianas-hotel.com

Rectificatie / Gerectificeerd

Zaterdag &cetera

In een deel van de editie van de bijlage Zaterdag &cetera is door een technische fout een pagina van de Reizen-rubriek weggevallen. Ook was pagina 7 dubbel afgedrukt. Hierdoor werd het artikel over Saba afgebroken en ontbrak de wandelrubriek. Beide worden zaterdag (opnieuw) afgedrukt.