Emotionele bakstenen

De langdurige mode van de baksteen in de architectuur gaat nu een nieuwe fase in: gevels met veel reliëf.

Hoek van het woonhuis op IJburg in Amsterdam, ontworpen door Marc Koehler, 2007 Foto Marcel van der Burg Burg, Marcel van den

Al tien jaar duurt de mode van de baksteen nu. Na de voltooiing van de reusachtige, helemaal uit donkere bakstenen opgetrokken Piraeus-woonkazerne in Amsterdam in 1994, werd Nederland overspoeld door gebouwen van donkerbruine en zwarte donkere bakstenen. Op IJburg bijvoorbeeld, de Vinex-wijk van Amsterdam, staan ze nu blok na blok in het gelid aan weerszijden van de hoofdlaan.

Er zijn nu zo veel zwarte en bruine kolossen in Nederland, dat het verzadigingspunt van de mode van de donkere baksteen bereikt lijkt. Maar net nu de donkere baksteen het publiek dreigt te vervelen, gaan steeds meer architecten over op nieuwe, inventieve toepassingen van de baksteen: de baksteenmode heeft een expressionistische fase bereikt. De laatste jaren zijn er steeds meer gebouwen gekomen waarin bakstenen op een ongewone manier zijn gebruikt. (zie kader). Hiervan is het woonhuis op IJburg, ontworpen door architect Marc Koehler (1977), een van de opvallendste. Uit twee van de vier gevels van dit particuliere woonhuis steken tientallen bakstenen.

Ze zorgen voor muren met veel reliëf. „De opdrachtgevers wilden een robuuste woning met een ruwe textuur”, legt Marc Koehler uit. „Ze dachten aan een huis dat helemaal overwoekerd is met

planten. Eerst suggereerde ik om de gevels van het huis helemaal op te trekken uit grijze betonstenen, maar dat vonden ze te extreem. Zwarte bakstenen vonden ze wel goed.”

Het patroon van de uitstekende bakstenen is ontleend aan dat van een slangehuid, vertelt Koehler. Het metselen van dit patroon bracht veel werk met zich mee. Om te bepalen hoe ver de bakstenen konden uitsteken, werd in de mortelfabriek van Maxit in Eindhoven een mock up van

een gevel, een model op ware grootte, gemaakt. „Met een paar aanpassingen van de mortel en het gebruik van een keiharde strengperssteen, kregen we het voor het elkaar om de stenen 5 centimeter uit te laten steken”, zegt Koehler. „Het metselwerk van het huis op IJburg werd door het uitsteken van de stenen, schat ik, 20 procent duurder dan normaal. Dat lijkt veel, maar als je bedenkt dat het metselwerk maar een klein deel van de bouwsom uitmaakt, gaat het uiteindelijk om een paar duizend euro extra. Het metselen zorgde ook voor ambachtelijk plezier. De metselaars vonden het wel stoer en hadden er lol in om listen te verzinnen om het voor elkaar te krijgen. Dat geldt trouwens voor alle betrokkenen. De baksteenfabrikant, adviseur Bricx, de mortelproducent – allemaal deden ze graag mee om van het huis iets bijzonders te maken.”

Koehler geeft een aantal praktische redenen voor de aanhoudende populariteit van de baksteen in de Nederlandse architectuur. „Het is een goedkoop, betrouwbaar en onderhoudsvrij gevelmateriaal”, zegt hij. „Iets simpelers dan een spouwmuur met metselwerk bestaat er eigenlijk niet. Bovendien kun je er als architect en als opdrachtgever eindeloos mee variëren: er is geen bouwsysteem dat zo veel variatie biedt. Er bestaan honderden soorten bakstenen en dan heb je ook nog vele manieren om die te voegen met elk hun eigen effect. Bijkomend voordeel van uitstekende bakstenen is dat je heel gemakkelijk draden kunt spannen voor klimplanten, zoals de opdrachtgevers bij het woonhuis op IJburg wilden.’’

Daarnaast zijn er ook gevoelsmatige redenen voor het gebruik van baksteen. „Baksteen is een emotioneel geladen materiaal”, zegt hij. „Veel meer dan een gevelplaat van metaal kan baksteen verschillende uitdrukkingsvormen aannemen; warm-kill, ruw-glad, hard-zacht etc. Het is een materiaal dat je wilt aanraken. Het is ook een echt poldermateriaal: de klei waarvan bakstenen worden gemaakt,komt gewoon uit de Nederlandse riviergrond. Bijna alle historische Nederlandse bouwstijlen zijn dan ook van baksteen: het Hollandse classicisme, de Amsterdamse School, de Delftse school, de Bossche school, de nu zo geliefde jaren-dertig-huizen. Helaas is in de wederopbouw periode de kunst van het metselen verloren gegaan. Door de kunst van het metselen opnieuw te ontdekken en toe te passen op vernieuwende woningontwerpen, kan baksteen voor een besef van continuïteit zorgen zonder dat architecten in een neo-traditionalisme hoeven te vervallen”.

Tot slot zijn er volgens Koehler ook maatschappelijke en culturele redenen voor de nog altijd voortdurende stroom baksteenarchitectuur. „De naoorlogse modernistische architectuur stond in het teken van functionaliteit en standaardisatie en drukte universaliteit en transparantie uit. Ik geloof dat veel mensen hier nu minder behoefte aan hebben. De multiculturele samenleving, globalisering en

andere verwante ontwikkelingen leiden bij velen tot een verlangen naar afsluiting, geborgenheid en eigenheid. In de huidige samenleving willen veel mensen niet meer een huis dat zich opent naar de wereld, maar een ingetogen en beschermende bunker van waaruit zij hun wereld samenstellen. Het huis wordt het centrum van de stad en krijgt een representatieve monumentale uitstraling. Door hun eindeloze variatie-mogelijkheden geven bakstenen gebouwen ook een eigen identiteit.”