‘Elke aandelenbelegger is een optimist’

Dit jaar was een wild jaar voor aandelenbeleggers. Rolf Stout haalde met beleggingsfonds Fortis Obam een rendement van bijna 30 procent in elf maanden. Hoe doet hij dat?

Rolf Stout (1948) is een van de beste, zo niet dé beste aandelenbelegger van Nederland. Hij leidt Fortis Obam, een mondiaal beleggend aandelenfonds, dat met een Nederlandse en een Luxemburgse variant samen 6,5 miljard euro beleggingen heeft. Stout staat aan het roer sinds 1989. „Waarom stoppen als je je vak zo leuk vindt?”

Eind november had Fortis Obam circa 40 procent in het Verre Oosten en Japan belegd. De rest is bijna gelijk verdeeld over Europa en de VS. In de eerste elf maanden van dit jaar boekte het fonds een rendement van 28,9 procent, dat is ruim 30 procentpunt meer dan de mondiale MSCI-beursindex.

Bent u een optimist of een pessimist?

„Elke aandelenbelegger is een optimist, anders moet je in obligaties gaan. Wie denkt dat het slechter zal gaan heeft een renteverlaging nodig om geld te verdienen. Een aandelenbelegger moet het hebben van de zonnige kant van het leven. Maar hij moet ook een realist zijn. Je moet op een meer abstracte manier naar bedrijven en beleggingsthema’s leren kijken, zodat je niet verliefd wordt op thema’s of bedrijven die je na een tijdje niet meer in je beleggingsportefeuille moet hebben.”

Ging u aandelen beleggen omdat u een optimist bent?

„Sinds de middelbare school ben ik gefascineerd door aandelen. Ik ben begin jaren zeventig begonnen. Geen tijd met hoogtepunten. Ik kreeg toen de beschikking over wat vermogen. Ten opzichte van wat een bank daarmee bereikte, dacht ik: dat moet ik zelf gaan doen. Ik studeerde economie en kon dat combineren met werk als beleggingsanalist bij Bank Mees & Hope. Toen ik afstudeerde ben ik dat blijven doen. In 1986 vroegen ze of ik bij vermogensbeheer wilde gaan werken. In oktober 1987 kwam de crash. Sommige van mijn professionele klanten waren net begin 1987 ingestapt, die hadden meteen 25 tot 30 procent verlies. Dat moet je hun uitleggen: dat de beursgraadmeter nog harder is gedaald, zodat je een paar procent voor hen hebt verdiend. Zoiets vertellen vind ik nog steeds moeilijk. Obam heeft veel particuliere beleggers. Je moet je realiseren dat geld heel moeizaam verdiend is, en dat je het op de beurs gemakkelijk kwijtraakt. In 1989 werd me gevraagd of ik Obam wilde leiden. En dat doe ik nog steeds. In Nederland vinden mensen dat een heel lange tijd. Dat komt omdat fundmanager hier niet wordt gezien als een carrière. Dat is in de City in Londen wat anders als je 6,5 miljard euro beheert.”

Fortis Obam heeft een benijdenswaardige rendement. Meer dan 10 procent gemiddeld de laatste vijftien jaar. Jaarlijks ruim 3 procentpunt beter dan de beursgraadmeter. Wat is uw primaire leidraad: intuïtie of cijfers?

„Met kwantitatieve modellen heb ik helemaal niets. Dat zijn modellen met cijfers uit het verleden die nooit iets zeggen over de toekomst. Steeds als het in de financiële wereld misgaat, zoals met de kredietcrisis, komt dat door die theoretische modellen waar dan precies die kans op onheil optreedt die volgens de statistici maar eens in de 25.000 jaar kon voorkomen.”

En wat doet u wanneer – zoals op vrijdag 10 augustus – vervolgens de bodem onder de markt lijkt weg te vallen?

„Kijken.”

Kijken?

„Ja, wat moet je anders? We nemen wel eens eens wat uit de markt als de koers van een aandeel te ver omlaag is geschoten.

„Het zijn van die momenten dat je je moet afvragen: is de markt behept met de waan van de dag, of moet ik me heroriënteren? De fout die veel particuliere beleggers maken is dat zij zich te veel door kortetermijnoverwegingen laten leiden, niet vasthouden aan hun lange termijn. Kijk, als je belegt in aandelen, bereid je dan voor op de langere termijn. Over een periode van drie jaar moet je het goed kunnen doen.

„Obam hanteert een aantal uitgangspunten voor zijn langetermijnvisie. Wat is de kwaliteit van het bedrijf? Van de sector? Van het management? Hoe staan ze tegenover beleggers die geen deel uitmaken van de familie, want zeker in het Verre Oosten heb je veel bedrijven die geleid worden door families die tevens de dominante aandeelhouder zijn. Wat heeft dit bedrijf voor speciaals dat het zich in de toekomst extra goed kan ontwikkelen? En wat is de prijs nu, want te duur kopen willen we ook niet. Dat maakt ons ook een beetje een value-belegger. En we zitten niet de hele dag aandelen te kopen en te verkopen. Dat is dodelijk voor je rendement. De gemiddelde periode dat we aandeelhouder zijn is nu zes tot acht jaar.

„Onze stijl is aan weloverwogen keuzes vast te houden, zodat we soms met onze beleggingen sterk afwijken van de mondiale beursgraadmeter. Dit jaar is overigens heel exceptioneel qua rendement. Alle thema’s en zo ongeveer alle individuele aandelen die we hadden gekozen, pakken positief uit.”

Waar haalt u de nodige informatie vandaan?

„Ik ben eenderde van mijn tijd onderweg, bedrijven spreken. Ik zie 120 tot 125 bedrijven per jaar. Je spreekt de directie. Je krijgt een beter beeld van wat ze doen, hoe ze het doen, soms krijg je ook betere informatie over hun concurrenten. Vroeger kwamen veel bedrijven in Amsterdam langs op een financiële roadshow, maar dat is nog maar 10 procent van wat het vijftien jaar geleden was. De pensioenfondsen hebben hun vermogensbeheer uitbesteed naar Londen of waar dan ook, dus loont het niet meer om hier te komen. Dat is iets waar Holland Financial Centre [lobbyclub van overheid en geldwereld voor financiële positie Nederland, red.] niets aan kan veranderen. Ik probeer op reis zo’n zeven bedrijven per dag te zien. Maar de avond hou ik graag vrij. Voor de e-mails en de fitness.”

U kocht in januari aandelen ABN Amro bij. Wat zag u daar toen in?

„Ik heb ons belang in die periode met eenderde vergroot, ook om geld te beleggen dat vrijkwam uit een verkoop. Ik zag toen veel waarde in het bedrijf zitten en weinig risico. Ik wist ook niet wat later zou gebeuren. Het enige risico dat toen in ABN Amro zat was dat het een tijdje dood geld zou zijn.”

Heeft u als belegger nog sentimenten bij de verkoop van ABN Amro en de opsplitsing waarin Fortis de Nederlandse activiteiten neemt?

„ABN Amro is toch altijd het boegbeeld van de Nederlandse financiële wereld geweest. Een global brand. Voor Fortis is dit een geweldige mogelijkheid. Voor het vermogensbeheer van Fortis Investments ligt nu de kans om van twee middelgrote beheerders een wereldspeler te maken. Fantástisch.”

Is de leegverkoop van het Nederlandse bedrijfsleven (ABN Amro, Numico, Grolsch) onvermijdelijk?

„Diverse factoren spelen daarin een rol. Nederlandse aandelen vind ik nog steeds relatief goedkoop. Nederlandse bedrijven zijn kwetsbaar omdat zij een kleine thuismarkt hebben. Nederland heeft een overheid die openheid van de economie heel belangrijk vindt. KLM verkopen kan hier wel, elders geeft zoiets weerstand. Die openheid speelt bedrijven als TNT en KPN parten als wij de markt wel opengooien, maar het buitenland niet. Nederlandse bedrijven kennen geen loyale aandeelhouders. En Nederlandse bedrijven hebben nogal wat Angelsaksische commissarissen, die veel sterker naar het aandeelhoudersbelang kijken en naar persoonlijke schadeclaims als zij beleggersvriendelijke biedingen blokkeren.”

Wat zijn uw beleggingsthema’s voor 2008?

„Eigenlijk dezelfde als dit jaar. Van de beleggingen zit ongeveer 60 procent in grote bedrijven, de rest zit in thema’s. Dan moet je denken aan alternatieve energie, met name zonnecelenergie. Verder Oost-Europa en privatiseringen daar. Neem Griekenland, dat met enige vertraging volop profiteert van de Europese Unie en de lage rente die de euro biedt. En opkomende markten waar fundamentele veranderingen plaatsvinden, door economische groei, politieke veranderingen of de grondstoffenboom, een van onze andere thema’s. Denk aan landen als Zuid-Korea en Indonesië. Sectoren als scheepsbouw.

„Voor de markt als geheel ben ik niet pessimistisch. De beurs heeft wat dat betreft tijd nodig. Je weet bij de banken nog steeds niet wat boven water komt aan risico’s en stroppen. Maar wij hebben relatief weinig in financiële instellingen. Ik zie geen mondiale kredietcrisis, de winstgroei van bedrijven is heel behoorlijk. Fusies en overnames gaan door.”

U constateert zelfs dat het aantal aandelen van bedrijven daalt, terwijl de spaaroverschotten en de pensioenvermogens meer beleggingsgeld opleveren. Maken de beleggers hier hun eigen luchtbel?

„Ik zie dat juist als een gunstige verschuiving in de vraag- en aanbodverhoudingen. Een van de argumenten voor optimisme.”