Een oorbeet voor een kopstoot

Wie komt er voor de rechter en waarom? Christopher uit Glascow beet een man die hem een kopstoot gaf, een stuk oor af. Was het paniek? Of was het een gerichte wraakactie?

Door Rinskje Koelewijn

Een volwassen man die een andere man een stuk oor afbijt. Dat moet wel een beest zijn.

Dit beest draagt een stropdas en een net grijs pas. Hij is lang, slank, bijna dertig en komt uit Glascow. Christopher heet hij. Hij woonde een aantal maanden in Amsterdam, toen hij coach van een voetbalelftal was. Nu is hij leraar Engels op een middelbare school in Parijs. Speciaal voor deze strafzitting is hij overgekomen naar Nederland. En dat lijkt een goede zet. De rechter is tevreden dat hij is verschenen, en Christopher kan laten zien dat hij in het echt misschien minder monsterlijk is, dan hij lijkt in het papieren dossier.

Christopher doet erg zijn best om zich van zijn beste kant te laten zien. Hij begint met veel sorry te zeggen, dat hij de volledige verantwoordelijkheid neemt voor zijn acties en dat hij het slachtoffer graag persoonlijk zijn excuses had aangeboden. Maar de man had weinig behoefte om hem in persoon aan te horen. Dus heeft Christopher een brief ingediend bij de rechtbank én biedt hij aan om alle schade te vergoeden.

Eerst maar eens dat oor, lijkt te rechter te denken. Hij haalt foto’s uit het dossier. Van het slachtoffer na de beet. Nee, Christopher hoeft de foto’s niet te zien, laat hij via de tolk weten. Hij weet wel ongeveer hoe het eruit zag. De rechter dringt aan: „Maar dit zijn kleurenfoto’s, die kent u nog niet.”

Op die avond in september ging Christopher wat drinken in Club 11, niet speciaal een gelegenheid waar je mot verwacht. Club 11 is een hip restaurant annex dancing boven het Amsterdamse Stedelijk Museum. Christopher, redelijk beschonken, spreekt een leuke dame aan, die aan de bar zit. Dan duikt de vriend van de dame op. Dat is een man van weinig woorden. Hij geeft Christopher een kopstoot in zijn gezicht.

Tot zo ver lopen de verklaringen van alle betrokken en getuigen synchroon. Ik dacht, zegt Christopher dat mijn jukbeen gebroken was. Hij wendt zich tot de barvrouw, die ogenblikkelijk de beveiliging waarschuwt. Met Christopher gaan ze op zoek naar de kopstoter, die inmiddels ergens op de dansvloer staat. Zodra hij is gevonden, zal hij de club uitgezet worden. Christopher moet de man aanwijzen.

Dat doet hij. En meer dan dat. Hij sprong, zegt een getuige die ernaast stond, onverhoeds op de rug van een man. Het bloed liep langs zijn gezicht. De barvrouw zag Christopher niet springen. Zij zegt tegen de politie dat ze dacht dat Christopher de man iets in zijn oor fluisterde. Zo van: loop je even mee. „Hij opende zijn mond, dichtbij zijn oor. Toen maakte zijn gezicht een scheurende beweging en daarna een spugende beweging.”

Een vriend, die het bijten niet had gezien, vroeg: „Gaat het?” Nee, zegt het slachtoffer. „Natuurlijk gaat het niet. Ga als de sodemieter een stuk oor zoeken.”

Van het bijten kan Christopher zich niets meer herinneren. Hij was, zegt hij, vreselijk in paniek. En ontzettend bang. En in die paniek, moet hij tot zijn rare actie zijn gekomen.

Was het soms wraak?, oppert de officier van justitie. Een oorbijt voor een kopstoot? Nee, nee, geen wraak, zegt Christopher. Angst. En paniek.

Dat heeft hij vast goed afgesproken met zijn advocaat. Want die staat op om een college te geven over noodweer en noodweerexces. In het eerste geval handel je in directe reactie op wat je wordt aangedaan. In het tweede geval ook, maar dan ga je net iets te ver. En beide gevallen zijn te verklaren vanuit een ‘hevige gemoedsbeweging’. Angst bijvoorbeeld. Of paniek.

De rechter hoeft niet heel hard na te denken om deze verdediging door te prikken. Dat zit hem in het woordje direct. Als Christopher nou meteen na de knal op zijn oog had gebeten, dan had het nog kunnen lijken op noodweer. Maar hij heeft eerst nog de barvrouw verteld wat hem was overkomen, er is gewacht op de uitsmijter en toen zijn ze gaan zoeken. Al met al zeker vijf minuten later, beet hij.

Om het oor weer een beetje toonbaar te maken, had de chirurg 12 hechtingen nodig. En het zal altijd een ‘ontsierende kwetsuur’ blijven. Dat komt in de buurt van wat juristen zwaar lichamelijk letsel noemen.

De rechter twijfelt. Want hoe moet je een Engelsman uit Parijs nou straffen. Voor een boete is het incident te erg. Dan wordt het dus zitten. Ook hier is de advocaat op voorbereid. Christopher is bereid in Nederland te komen wonen voor een taakstraf. De rechter aanvaard het aanbod. 100 uur werkstraf. En vergoeding van de 900 euro schade.