Column

Dodelijke sms

A@fgelopen donderdag. Mijn mobiel gaat. Een vriend. Een vriend die schrikt als ik mijn naam noem. Hij vraagt twee keer of ik het echt ben. Ik ben het echt. Tenminste: volgens mij wel. Ik praat, dus ik ben. Hij stamelt dat hij staat te trillen. Want? Hij had zojuist een onheilspellende sms ontvangen. Het bericht dat ik was overleden. Het gonsde door het bedrijf waar hij werkte. Youp was dood! Omdat hij het niet kon geloven pakte hij zijn mobiel en toetste mijn nummer.
Hij had geen idee wie hij zou krijgen. Misschien wel de geruststellende tekst: Dit is de mobiel van Youp, ik ben er even niet, spreek iets in na de piep en dan bel ik u zo spoedig mogelijk terug.
Na zo’n mededeling weet je nog niet of ik leef. De regel ik ben er even niet is op zo’n moment best grappig. Gelukkig nam ik op. Hij zei dat hij blij was. Blij dat ik nog leefde. Ik vertelde hem dat hij mijn seizoenkaart bij Ajax misliep. Die erft hij namelijk.
„God wat ben je gul”, lachte hij, „je seizoenkaart van Ajax. Daar moet geld bij!!!” Toen moesten de punten tegen Twente nog gemorst worden.
Niet dood, dacht ik. Ik leef. En hoe? Heb een heerlijk theaterseizoen achter de rug, onbedaarlijk veel lol gehad bij het maken van mijn glossy en ik stuiter van de toekomstplannen. Daarbij zat ik afgelopen week in het stadion bij Inter-AC Milan, had een heerlijk en vooral vrolijk kerstdiner met twintig lieve vrienden, stond op het punt om naar Londen af te reizen en had net de treintickets voor mijn paar dagen Parijs in ontvangst genomen. Geen zaken om chagrijnig van te worden.
Ik belde de vriend terug. Of het een macabere grap was? Dat was het niet. Het was een bloedserieuze sms van iemand die dit soort grappen niet uithaalt. De sms’er had het van iemand gehoord en diegene had het ook weer van iemand die iets op tv had gezien, zo ongeveer. Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan!
Hoe was ik overleden? Dat wilde ik nog wel even weten. Ongeluk? Zelfmoord? Hartstilstand? Hij had geen idee, wist alleen dat ik dood was, meer niet. En hij was blij dat ik nog leefde. Hij meende dat oprecht. Althans dat zei hij. Ik wilde hem vragen wat hij zou hebben ingesproken als ik echt dood was, maar dat durfde ik niet. Wat zeg je tegen iemand die dood is?
Ik ken een weduwe die nog heel lang de voicemail van haar overleden man heeft ingesproken. Ze liet daarvoor zelfs zijn abonnement doorlopen. Ze wilde telkens zijn aardige stem nog een keer horen. Wat ze tegen hem zei? Dat ze van hem hield, dat hij nu maar weer eens terug moest komen en hoe het met de kinderen ging. Ze wilde zijn auto op het grindpad horen, zijn sleutel in de voordeur, zijn jas aan de kapstok, zijn glunderende thuiskomst. Op een goede dag heeft ze het abonnement opgezegd. Hij belde toch niet terug. Hij was er even niet!
Hoe lang ben ik dood geweest? Een uur? Twee uur? Wanneer besloot mijn vriend mij te bellen? Hij vertelde dat hij maar heel even geaarzeld had. Hij geloofde het gewoon niet en wilde onmiddellijk zekerheid. Dus eigenlijk was ik al met al maar een minuut of vijf dood geweest. Vind ik persoonlijk aan de korte kant. In het echt hoop ik ooit langer dood te zijn.
’s Nachts droomde ik doorlopend. Beetje koortsig zelfs. Ik belde al mijn saaie kennissen en vertelde ze dat het gerucht door de stad ging dat ze leefden. Ze ontkenden dat onmiddellijk. Niks van waar. Al jaren dood. Ik was blij dat te horen. Zij waren ook opgelucht. Ze waren ook niet een beetje dood, maar echt hartstikke dood. En dat beviel heel erg goed. Ik hoefde me absoluut geen zorgen te maken!
Youp van ’t Hek