De rockster onder de kandidaten

Begripvolle moeder, vrouw van de wereld: Hillary Clinton werkt zorgvuldig aan dit tweezijdige imago. Ze wordt gedreven door de vernederingen uit de jaren negentig.

Campagneposters voor Hillary Clinton in een brandweerkazerne in Denison, Iowa. Clinton sprak er kiezers toe voor de eerste voorronde van de presidentsverkiezingen. Foto Reuters Campaign signs for Democratic presidential candidate Senator Hillary Clinton (D-NY) are seen in front of firefighter uniforms in a firehall in Denison, Iowa December 27, 2007. Clinton made a campaign stop at the station to address supporters. REUTERS/Andy Clark (UNITED STATES) REUTERS

Hillary Clinton heeft aan haar stem gewerkt. Haar bekende geluid – hard, doordringend – wisselt ze nu af met een gedempte en intieme klank. Bijna fluisterend weet ze de zaal in Carroll, Iowa, aan het einde van haar speech voor zich te winnen.

Na de rituele kritiek op Bush en een paar subtiele stompjes in de maag van opponent Barack Obama volgt het onderwerp dat elke kandidaat onvermijdelijk aansnijdt: hoop. „Niets”, zegt ze zachtjes. „Niets”, zegt ze nog zachter. „Niets is onmogelijk in Amerika.”

Het ultieme cliché – maar ze krijgt er de zaal mee in vervoering. Joelen, extatisch krijsen: niemand weet deze dagen zo goed the next president of the United States te spelen als Hillary Rodham Clinton.

Zij is de rockster onder de kandidaten. „Ik heb nooit geloofd in een vrouw als leider van mijn land”, zegt gepensioneerd timmerman James Daniel (74) na afloop. Maar zij kan het. „Nu heb ik het zelf gezien. Zij kan het écht.”

Haar twee stemmen staan voor het profiel waarmee Clinton de eerste voorronde van de presidentsverkiezingen – donderdag in Iowa – probeert te winnen. Ze vertegenwoordigen inlevingsvermogen en strijdbaarheid. De begripvolle moeder (dochter Chelsea wijkt amper van haar zijde), en de vrouw van de wereld: twee Hillary’s, één president.

Het is een strategie die succesvol lijkt. Minder dan een week voor de eerste voorronde schrijven toonaangevende strategen haar de beste kansen toe voor de overwinning volgend jaar november. Nationaal is ze nog altijd ruim koploper van de Democraten. In Iowa staat ze nipt voor op Obama.

De dramatische gebeurtenissen in Pakistan, hoe navrant ook, geven Clintons kansen een nieuwe impuls. De aanslag op Bhutto brengt terrorisme terug op de politieke agenda, en op dat punt hebben Amerikanen aanzienlijk meer vertrouwen in haar dan in Obama.

Of dat in Iowa al zal blijken is ongewis: de Democratische campagne richt zich daar nagenoeg alleen op binnenlandse onderwerpen – gezondheidszorg, veteranen, landbouw, de middenklasse.

Clinton paste haar speech slechts beperkt aan toen het bericht van Bhutto’s overlijden haar campagne bereikte. Ze roemde Bhutto’s moed, ze herinnerde aan een bezoek dat ze in 1995 met Chelsea aan de toenmalige premier bracht – om vervolgens haar repertoire over „de problemen van gewone Iowans” te hervatten.

In haar optredens – telkens staand achter een metershoge Amerikaanse vlag, alles van a tot z geregisseerd, vragen stellen uitgesloten – presenteert ze zich als de ervaren tegenhanger van Obama, die vooral populair is bij de intellectuele bovenlaag. Clinton presenteert zich daarentegen als gematigd, realistisch, soms anti-intellectualistisch.

In elke speech smaalt ze op Obama’s verheven ambities, zonder hem te noemen. „Sommige mensen willen [de maatschappij] veranderen door het te vragen. Anderen door het te hopen. Ik bereik veranderingen door ervoor te werken, keihard te wérken.”

Zo bereikt Hillary Clinton de ruggengraat van haar partij: laagopgeleide arbeiders, werkende moeders, ondernemers zonder ziektepolis. Overbelaste mensen met een groot hart voor God en een diepe afkeer van de elites in het bedrijfsleven.

„De twee oliemannen in het Witte Huis”, noemt Clinton Bush en Cheney, telkens weer tot genoegen van haar gehoor. Decadente leiders die alleen oog hebben voor de superrijken. „Government of the few, by the few, for the few.” Klaterend applaus, overal.

Evengoed heeft haar achterban een hang naar alledaags conservatisme. Mensen die met weerzin terugkijken op de jaren zestig – een sentiment waaraan Clinton zonder gêne tegemoetkomt als ze zich subtiel distantieert van de anti-Vietnam-betogingen. Overal vraagt ze aandacht voor de veteranen, „die destijds niet het welkom kregen dat ze hadden verdiend”.

Obama presenteert zich als de man die niet is geïnfecteerd door de cynische polarisatie van Washington, de wereld van platvloers opportunisme. Hij onderstreept dat hij na de universiteit straathoekwerker werd in de sloppen van Chicago. Hij ervoer het doorleefde bestaan van de zwakkeren. En hij mag dan weinig ervaring in internationale politiek hebben, maar toen het erop aankwam zag hij al in 2002 in dat de oorlog in Irak moest uitlopen op een fiasco.

Clinton countert door er op te wijzen dat ook zij na de universiteit enige jaren in de zachte sector werkte, bij een organisatie voor verwaarloosde kinderen. En zij combineert dat – terwijl ze zwijgt over haar aanvankelijke steun aan de oorlog – met een ander politiek kapitaal: de kans dat zij de eerste vrouwelijke president uit de Amerikaanse geschiedenis wordt.

Twee liedjes worden op elke bijeenkomst grijsgedraaid: An American Girl (Tom Petty and the Heartbreakers) en Every little thing she does is magic (The Police). Ze refereert aan de moeilijke jeugd van haar moeder, geboren toen vrouwen nog geen stemrecht hadden. Ze vertelt over haar bezoek aan een vrouwenconferentie, waar de Chinese regering haar het zwijgen probeerde op te leggen. Zij stond op, legt ze uit. Ze ging voorop in de strijd. „Vrouwenrechten zijn ook mensenrechten.”

Maar bovenal ambieert Hillary Clinton dat ze alsnog de Republikeinen de baas kan worden die haar het leven in de jaren negentig zo zuur maakten. „Ik ben bereid de strijd opnieuw aan te gaan. Tot hun grote ongenoegen ben ik nog steeds niet verdwenen.”

Tom-Jan Meeus’ verkiezingsweblog: nrc.nl/race08