De eenzaamheid neemt af omdat alleen leven gewoon is geworden

Een alleenwonende taxichauffeur die zich verliest in zijn werk heeft geen hulp nodig, vindt Maarten Huygen.

Het voordeel van een beeldscherm is dat je lekker binnen zit, terwijl je kunt gluren naar mensen in gure buitentemperaturen. Terwijl wij, het publiek, ons vorige week samen in een zaaltje van het Nijmeegse Lux aan de uitgedeelde glühwein verwarmden, zagen we een televisiefragment over eenzaamheid. Een taxichauffeur stond alleen buiten op een plein geparkeerd en uit zijn opengedraaide raam keek hij naar de passerende mensen in dikke jassen en sjaals. Dat vond hij mooi. Hij verloor zich in zijn baantje. „Als ik acht dagen in de week kon werken, zou ik dat ook doen”, onthulde hij.

Even later zagen we hem door de straten rijden terwijl zijn ogen oplettend over het verkeer en de mensen heen en weer zwenkten. Passagiers stapten in en hij reed weg. Maar aan het einde van de lange dag lag hij alleen thuis in zijn witte overhemd en zwarte broek op een beige sky-leren bank naast een salontafeltje met volle asbakken: „Hier lig ik toch maar naar het kastje te kijken. Dat is niet gezellig”, zei hij.

De man kwam uit een groot gezin maar ze waren uit elkaar gegroeid sinds zijn moeder was overleden. Alleen een broer kwam eens in de twee weken langs. Zijn twee volwassen dochters zag hij niet sinds zijn scheiding. Terwijl hij dit uitlegde, was hij voor zijn opgeknapte oude arbeidershuisje zijn auto liefdevol aan het verzorgen zoals een boer zijn enige trekpaard koestert. Een trekpaard uit de eenzaamheid.

Kortom, in dit filmfragment, afkomstig van het NCRV-programma ‘Heilig Vuur’, zagen we een drama met mysterieuze oorzaken. En nauwelijks waren we uit de roes van dit meeslepende verhaal ontwaakt, of daar kwam de ontnuchterende vraag van de spreekster, de Utrechtse sociologe Anja Machielse: „Moeten we er iets aan doen?”

Hier kwam de scheiding der geesten. We zaten namelijk in Nijmegen. Dat is een stad met een rijke historie aan sociale zorg met een katholiek tintje. Eenderde van de aanwezigen had de vinger opgestoken toen werd gevraagd wie hulpverlener was. Sommigen drongen aan op ‘interventie’ bij de taxichauffeur die het niet gezellig had. Maar dat klonk hard voor iemand die zichzelf sociaal overeind wist te houden zonder anderen te hinderen. Maar als je samen iets warms drinkt, lijkt iedere eenling ongelukkig.

Moest er toch niet een hulpverlener gaan aanbellen, drongen sommigen aan. Gerontologe Nan Stevens vond dat de taxichauffeur zijn lot in eigen handen had. „Er is genoeg te doen, als je wil”, zei ze. „Zolang hij geen auto-ongeluk krijgt, hoeft er niet te worden ingegrepen.”

Met haar licht Angelsaksisch getinte uitspraak klonk Stevens aangenaam liberaal. Ze heeft een succesvolle vriendschapscursus opgezet voor wie dat nodig had. Maar uiteindelijk bepalen de mensen hun leven zelf. De taxichauffeur hoorde tot de zogeheten ‘contactarmen’, mensen die zichzelf kunnen redden zonder veel contacten. Maar hij was wel kwetsbaar, stelde Machielse. Als hij zijn werk niet meer had zou hij in een gat vallen. Dat kan, lijkt mij, maar het kan ook net zo goed niet.

Toch waren de meeste mensen in de zaal ervan overtuigd dat de eenzaamheid in Nederland toeneemt. Dat is een wijdverbreid misverstand, doordrenkt van nostalgie naar dorpjes en wijkjes waar familieleden dicht bij elkaar wonen en de buren elkaar kennen en helpen. Die gemeenschappen lijken op kerstkaarten met lustig timmerende schoenmakers, warme watten van sneeuw en schoorsteentjes met witte rookpluimen.

Ik ken een dorp waar de bewoners voortdurend hun hand klaar moeten houden om door het raam te zwaaien naar bekende passanten. Lijkt me niet prettig. In arme landen wonen opa en oma nog in. Uit armoede. Zodra mensen het kunnen betalen, gaan ze uit elkaar. Het is prettiger voor ouders om niet meer bij hun kinderen te hoeven wonen maar op zichzelf kunnen blijven met een eigen pensioen. Veel mensen voelen zich eenzamer als ze onder anderen verkeren dan als ze alleen zijn. Sociaal zijn ze dan niet eenzaam maar emotioneel wel.

In die hechte wijk waar heimwee naar is, zaten mensen ’s avonds in het portiek om afleiding te zoeken en om elkaar te beloeren. Nu hoeft dat niet meer want binnenshuis houden de media hen gezelschap. De televisie geeft leven in huis en met een computer kun je terugpraten zonder anderen in hun bezigheden te storen. De televisie heeft mensen geleerd om te praten over levensproblemen als dood, ziekte of verbroken relaties. Het komt minder voor dat mensen lang bij elkaar zitten te zwijgen. Alcohol heeft als voordeel dat het de tongen losmaakt.

Het is niet aangetoond dat de eenzaamheid toeneemt. Integendeel, volgens vergelijkingen tussen 1978 en 2003 van Theo van Tilburg, hoogleraar sociale gerontologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, neemt de eenzaamheid zelfs af. „De kwaliteit van de relatie is beter geworden”, zegt hij. Dankzij enige fysieke afstand hebben ouders en kinderen een betere band. De mensen hebben weliswaar minder broers en zussen maar meer ooms, tantes, grootouders of kleinkinderen doordat ze langer leven, zegt Van Tilburg. Veel mensen hebben geen partner of ze zijn gescheiden – alleen wonen is normaal geworden. Een alleenwonende is niet langer een incompleet mens. Er zijn meer faciliteiten.

Dat wil niet zeggen dat de eenzaamheid is verdwenen. Er zijn nog steeds eenlingen die hulpverleners nodig hebben. Maar dat geldt net zo goed voor sommige gezinnen. Immigranten voelen zich eenzaam omdat ze zich nooit hebben kunnen hechten aan hun nieuwe land, maar hun oude land ontwend zijn. Tien procent van de mensen is ernstig en twintig procent is matig eenzaam. Dat is niet meer dan vroeger. Mensen zijn zelfstandiger en kunnen een oplossing zoeken. Op een singlevakantie, samen fietsen of zomaar een potje buiten verenigingsverband bowlen. Ze kunnen ook lid van een vereniging worden. De taxichauffeur droomt ervan dat ooit een vrouw ‘met wie het klikt’ zal plaatsnemen in zijn taxi. Die droom komt waarschijnlijk niet uit, maar hij kan altijd nog via internet contacten leggen, een vriendschapscursus volgen of vrijwilligerswerk doen.