De Duitse reuzenkonijnen

Carola Houtekamer stelt de vraag of liefhebbers zulke extreme dieren fokken dat deze bijna bezwijken (W&O 22 december). Ik denk dat dit probleem wel meevalt. Er ontstaan doorgaans pas problemen als de commercie een rol gaat spelen.

In principe is er geen grens aan een selectie als het resultaat van je selectie maar in evenwicht is met zichzelf. Dus als je een kip wil fokken die grote eieren legt dan moet je ook op een grote cloaca fokken. Een dier dat in evenwicht is met zichzelf is vitaal en vitaliteit is het belangrijkste kenmerk bij het keuren van door liefhebbers gefokte dieren. Dieren die niet vitaal zijn worden bij keuringen meteen uitgesloten, ongeacht hun andere kenmerken.

De in het artikel genoemde misstanden stammen dan ook bijna allemaal uit de broodfokkerij. Productiedieren worden vrijwel alleen op productiekenmerken gefokt. Immers: Alle pluimveehouders willen kippen van het merk dat bij eenzelfde hoeveelheid voer één eitje meer legt. Er is nauwelijks ruimte voor selectie op andere kenmerken. Houtekamer vergelijkt de peren van liefhebbers met de rotte appels van broodfokkers.