Danceteam Luvabulls: een vleugje Amerika in Haarlem

De danseressen die het publiek bij de Chicago Bulls vermaken, zijn een attractie tijdens de Basketbalweek. Voor de Luvabulls gelden strenge selectiecriteria.

Begin tegen directeur Cathy Core van de Luvabulls niet over cheerleaders. „Wij zijn een danceteam”, zegt Core vinnig, nadat acht dansende meiden in het Kennemer Sportcenter meer applaus hebben gekregen dan de tien basketballers van de Israëlische nationale ploeg en het Estse Valga Welg. „Deze meiden zijn atleten, die als scholier uitblonken in atletiek, basketbal, volleybal, softbal en dansen. Velen kunnen mijn training fysiek niet eens aan.”

De Luvabulls zijn het vaste danceteam van Chicago Bulls, zesvoudig kampioen van de Amerikaanse profcompetitie NBA. In de rust en bij time-outs vermaken de twintigers het basketbalpubliek met uitdagende dans op dreunende hiphop-, rock- en dancemuziek. Hun kleding is strak en weinig verhullend, hun tandpastalach lijkt aangeboren. „Lekker”, „onschuldig” en „vrouwonvriendelijk” zijn veel gehoorde kreten in Haarlem, waar de Luvabulls voor de twaalfde keer pauzeact zijn bij de basketbalweek tussen Kerst en nieuwjaar.

Cheerleading is onlosmakelijk verbonden met de drie grootste Amerikaanse sporten (honkbal, American football en basketbal) en heeft zich ontwikkeld tot een professionele bedrijfstak. Cathy Core en haar echtgenoot Joe, die verantwoordelijk is voor het zakelijke gedeelte, verzorgen al vijfentwintig jaar het entertainment bij thuiswedstrijden van Chicago, waarvan de Luvabulls de hoofdact zijn. De choreografieën waarmee de paradepaardjes op landelijk niveau werden onderscheiden, staan ver af van de aanmoedigingsdansjes die op high schools te zien zijn.

„Cheerleaders, dat zijn meiden die leuk naar het publiek zwaaien, levende piramides bouwen en stunts met trampolines uithalen. Dat bestaat al vijftig jaar”, dicteert Cathy Core. „Wat wij doen gaat verder. De relatie tussen mij en de danseressen is die van een baas en zijn werknemers. Dat betekent dat ik met de ‘zweep’ knal als er niet gebeurt wat ik wil.”

Voor de Luvabulls gelden strenge selectiecriteria: een minimumleeftijd van 21 jaar, high school afgemaakt en een voltijdbaan of studie met parttime aanstelling. Core: „Een dansachtergrond is gewenst en je moet snel kunnen leren. Natuurlijk moeten het ook gewoon mooie meiden zijn. Jonge vrouwen met een gezond en goed verzorgd lichaam. En je moet bereid zijn om twee keer vier uur per week de keiharde trainingen te volgen naast je gewone werk.”

Jaarlijks denken honderden vrouwen uit de noordelijk gelegen staat Illinois aan dat profiel te kunnen voldoen. Zo’n tweehonderd van hen worden op basis van schriftelijke motivatie en foto’s uitgenodigd voor de audities. Dertig vrouwen worden uiteindelijk geselecteerd om een seizoen lang Luvabull te zijn. Core: „Daarna moet je opnieuw auditie doen. De gemiddelde periode is twee of drie jaar. Ik heb er nu eentje die er acht jaar bij zit. Daar verbaas ik mezelf over. Dat is eigenlijk onmogelijk.”

Joe Core toont zich enthousiast over de reacties in Haarlem op de Luvabulls, die bij thuiswedstrijden van Chicago Bulls een vergoeding krijgen die varieert van tientallen tot honderden dollars. „Het onthaal in Europese landen is vaak zelfs nog beter dan in de Verenigde Staten. De Bulls-fans zijn gewend aan de danseressen, ze zien ze eenenveertig thuisduels per seizoen.”

„Hier is de sporthal kleiner en kijk je mensen recht in het gezicht. Dat geeft wel enorme energie”, zegt Luvabull Shanon Lersch (25), die in Haarlem gewillig met baby’s poseert voor opgewonden ouders met fototoestellen. „In het United Center in Chicago zien de mensen ons wekelijks. Elk sportteam in Amerika heeft cheerleaders, niemand kijkt er van op. In Europa merk je steeds dat we iets doen wat nieuw is voor het publiek.”

De studente aan de DePaul University in Chicago denkt dat vaste danceteams ook in Nederland zouden aanslaan. „Hele families gaan naar basketbal als er meer te doen is dan de wedstrijd. Naast de Luvabulls heeft Chicago vier andere acts. Ook zijn er spelletjes op de vloer en optredens van bands. Zo betrek je meer mensen bij de sport dan alleen de fans. Waarom zou dat bij soccer niet werken?”

Lersch meldde zich, omdat ze van kinsbeen supporter is. Ze is bezig aan haar vierde achtereenvolgende seizoen bij de Luvabulls. „Ik ben Bulls-fan vanaf mijn geboorte en heb van mijn vader geleerd dat er maar één ploeg is waar je fan van kunt zijn. En ik hield als kind al van dansen. Het is fantastisch dat ik dat nu voor 25.000 mensen kan doen. De trainingen zijn zwaar, maar je leert veel meer dan dansen. Je leert in een team te werken maar doet ook ervaring op met leidinggeven. Dat kan ik ook gebruiken als ik stop als Luvabull.”