Dakar zucht onder zandheuvels

In de aanloop naar een grote Islamtische conferentie in maart krijgt Dakar een facelift. Een nieuw vliegveld en vijfsterrenhotels moeten ook daarna toeristen aantrekken.

In de Senegalese hoofdstad Dakar worden afstanden niet in kilometers maar in tijd berekend. Vanaf het centrum naar de buitenwijk Thiaroye is het minstens drie kwartier rijden. Naar het strand bij Yoff een half uur. Behalve in de spits, dan loopt alles overal muurvast.

Dakar zucht onder zandheuvels, omleidingen en graafmachines, sinds een optimistische president Abdoulaye Wade vorig jaar het startschot gaf voor de voorbereidingen van een top van de Organisatie van de Islamitische Conferentie, gepland voor maart 2008.

Senegal is voor de tweede keer gastland van het evenement waar honderden bestuurders en diplomaten uit de moslimwereld op afkomen. Een mooie aanleiding om van het uitgewoonde en versleten Dakar de modernste hoofdstad van Franstalig Afrika te maken, vond Wade. Koeweit en Saoedi-Arabië werden bereid gevonden de kuilen in de weg te dichten. „Het is nu eenmaal makkelijker om investeerders te vinden als je zegt dat je nieuwe wegen nodig hebt dan als je zegt dat je geld nodig hebt”, zegt economisch adviseur Moubarack Lô.

Dakar ligt op een smal schiereiland dat de Atlantische oceaan in krult. Het kan de toevloed van nieuwe inwoners amper aan. Ruim 2 miljoen mensen, 22 procent van de bevolking, woont op 0,3 procent van de totale oppervlakte van Senegal.

Buiten de stad komt een nieuwe luchthaven die twee keer zoveel reizigers moet kunnen verwerken als het huidige vliegveld, dat middenin een woonwijk ligt en zijn beste tijd heeft gehad. Er wordt bijna 40 kilometer nieuwe snelweg aangelegd met bruggen, tunnels en viaducten. In de stad leggen hijskranen de laatste hand aan een een conferentiecentrum voor 1.500 mensen. De haven wordt groter gemaakt en langs de kustweg naar het koloniale centrum wordt driftig getimmerd aan vijfsterrenhotels met uitzicht op de oceaan.

De kustweg zelf, een belangrijke verkeersader die de Corniche heet, werd eerder dit jaar, precies één dag voor de presidentsverkiezingen in februari, al deels heropend. De bouwwerken zijn een paradepaardje van de 80-jarige Wade, die regionale leiderschapsambities heeft en graag laat zien dat hij niet stilzit.

Dakar hoopt zo de status van regionale hub te krijgen die Abidjan min of meer verloor toen in Ivoorkust een burgeroorlog uitbrak. Daags na het begin van het conflict in 2002 verhuisden de regionale kantoren van internationale hulporganisaties en persbureaus naar Senegal of Ghana. Maar tot nu toe is Dakar er niet in geslaagd zichzelf populair te maken bij investeerders. Expats klagen steen en been over de verkeerschaos en de gebrekkige elektriciteitsvoorziening. Vorig jaar ging er geen dag voorbij of de stroom viel uit.

Dakar hoopt ook aantrekkelijker te worden voor bezoekers met geld en zogeheten conferentietoeristen. Het aantal bedden in luxe hotels wordt verdubbeld van 4.000 naar 8.000. Senegal moet het nu vooral hebben van weinig kapitaalkrachtige toeristen, die hoofdzakelijk naar het strand gaan.

Onder de bevolking is felle kritiek op de projecten. Dat geldt niet alleen voor de mopperende forenzen die iedere dag in de file staan, maar ook voor de honderdduizenden jongeren die in sloppenwijkachtige voorsteden rondkomen van minder dan een dollar per dag.

Veel Senegalezen hebben het gevoel dat de bouwwerken alleen ten goede komen aan de rijken. „Die wegen en bruggen zijn echt niet voor ons bedoeld”, zegt Ismael Faye, een jongerenwerker die een buurtcentrum in de voorstad Pikine beheert. „Het enige wat we eraan hebben, is dat ze wat werkgelegenheid opleveren.” Ook econoom Moubarack Lô is sceptisch. „Neem de vijfsterrenhotels, het is nog maar afwachten of die na de top nog gebruikt worden. We hebben namelijk al een paar dure hotels en die komen niet eens vol. Het punt is: het evenwicht is zoek. Er wordt vrijwel niets in de rest van het land gedaan. Al die nieuwbouw stimuleert plattelandsbewoners om hun akkers in de steek te laten en naar de stad te trekken. De infrastructuur die nu aangelegd wordt zal straks dus onder grote druk komen te staan.”

President Wade is overtuigd van zijn gelijk. Hij heeft zijn zoon Karim benoemd tot hoofd van het bureau dat de projecten leidt, het Anoci. De oppositie ziet hierin een teken dat hij van Karim zijn opvolger wil maken en hem voorbereidt op het presidentschap.

De oude Wade laat zich door niemand dwarsbomen. In oktober vroeg ex-premier en parlementsvoorzitter Macky Sall Karim naar het parlement te komen om inzicht te geven in de boekhouding van het Anoci. Wade stak er een stokje voor en gooide Sall uit de regeringspartij. Afgevaardigden van de partij hebben inmiddels een motie ingediend om het mandaat van de parlementsvoorzitter te bekorten van vijf naar één jaar.