Bush kan niet anders doen dan zwijgen

Het Amerikaanse beleid ten aanzien van Pakistan wordt nu gezien als een opeen-stapeling van miscalculaties en overmoed. De hoop op een goede afloop is klein.

Het onheilspellendste nieuws kwam van Bill Richardson. De oud-VN-ambassadeur van Bill Clinton, nu gouverneur van New Mexico, wordt door zijn internationale ervaring vaak getipt als running mate van Hillary Clinton. Zijn eerste reactie op de dood van Benazir Bhutto markeert, signaleerden commentatoren, dat ook onder erkende internationalisten in de VS de hoop op een spoedige keer ten goede in Pakistan zorgwekkend klein is.

Richardson opperde dat de regering-Bush zijn handen volledig aftrekt van de president van Pakistan, Perez Musharraf. In veler ogen een ondenkbare optie – de VS zouden hun laatste bondgenoot in Pakistan verliezen. Richardson zelf begreep dat hij één stap te ver ging en nuanceerde zijn uitlating. En – belangrijker – Hillary Clinton liet op CNN weten dat zij aanblijven van Musharraf accepteert, op voorwaarde dat hij ,,spoedig vrije en eerlijke verkiezingen uitschrijft’’.

Dat is meteen de bandbreedte die Bush heeft om zijn Pakistan-beleid nog enigszins overeind te houden. De president belde vrijdag met Musharraf en deed er daarna wijselijk het zwijgen toe. Zijn beleid is, zo wordt hier in brede kring beaamd, een tragische opeenstapeling van miscalculaties en overmoed: enorme financiële steun aan een generaal die altijd heeft neergekeken op het Amerikaanse streven naar democratie, en die tegelijk als partner in de War on Terror geen enkele greep bleek te kunnen krijgen op Al-Qaeda.

Volgens oude rot Zbigniew Brzezinski, oud-veiligheidsadviseur van Jimmy Carter, is daarom het moment gekomen dat de VS, zeer impopulair in Pakistan, beter even afzijdig kan blijven van de Pakistaanse politiek. Amerika koos Musharrafs regime na 9/11 2001 als bondgenoot om de militaire verwijdering van de Talibaan uit Afghanistan snel te realiseren.

Vervolg Pakistan: pagina 5

Musharraf bracht niet wat Bush hoopte

Musharraf, die tot dat moment goede banden met de Talibaan onderhield, vroeg de VS in ruil voor zijn politieke steun een financiële tegemoetkoming.

Zodoende betaalde de regering-Bush de Pakistaanse militaire leider de afgelopen jaren zo’n tien miljard dollar – voor de instandhouding van zijn impopulaire regime, en om de strijd tegen Al-Qaeda aan de grens met Afghanistan te betalen.

Principieel was het vanuit Amerikaans perspectief een keuze tussen twee kwaden: Musharraf, in 1999 na een geweldloze coup aan de macht gekomen, kon amper als overtuigde democraat worden beschouwd. De Amerikaanse steun aan hem was kortom een openlijke ondermijning van Bush’ streven naar de verspreiding van democratie in de wereld.

Intussen wist Musharraf niet te beletten dat leiders van Al-Qaeda vanuit Pakistan gingen opereren, vermoedelijk aan de grens met Afghanistan. De miljarden dollars voor Musharraf brachten in geen enkel opzicht wat Bush ermee beoogde.

Vervolgens was het diezelfde regering-Bush die er zich het laatste anderhalve jaar voor inspande de verzwakte binnenlandse positie van Musharraf te redden met een terugkeer van Bhutto. Het kostte duidelijk grote moeite Musharraf én Bhutto van dit idee te overtuigen. Musharraf werd erdoor gedwongen zijn macht te delen, Bhutto moest er haar leven voor op het spel zetten.

Onder druk van onderminister John Negroponte van Buitenlandse Zaken kwamen de twee niettemin een compromis overeen: het aftreden van Musharraf als legerleider, de terugkeer van Bhutto, vrije parlementsverkiezingen op 8 januari. Bhutto zou daarna als premier naast president Musharraf het politieke leiderschap van Pakistan op zich nemen.

Begin vorige maand liet Musharraf al blijken dat het met zijn democratische gezindheid nog altijd mager gesteld was: hij ontsloeg het Hooggerechtshof dat de geldigheid betwistte van de verkiezingen waarmee hij zijn presidentschap kort ervoor veilig had gesteld.

Maar de Amerikanen – én Bhutto – bleken opnieuw Musharrafs gevangene: ze konden niet anders dan uiteindelijk zijn ingreep accepteren, in de hoop dat de verkiezingen van januari door zouden gaan, en de machtsdeling alsnog gerealiseerd zou worden.

In deze comedy of errors is nu ook die laatste mogelijkheid vervallen. In de Amerikaanse media wordt volop gespeculeerd over nieuwe bondgenoten die de regering-Bush in Pakistan zoekt, maar tot nader order zit ’s werelds enige grootmacht opgescheept met de impopulaire en onbetrouwbare Musharraf, leider van een nucleaire macht op de rand van interne chaos.