Woningbouwvereniging doet nu aan jeugdwerk

Woningcorporaties die aan jeugd- en opbouwwerk doen. Het gebeurt in Leiden en Utrecht. De Leidse wethouder Witteman: „De corporatie weet het beste wat in de wijk speelt.”

Met blauwe emmertjes van de Gamma en papierprikkers lopen de kinderen door de Leidse Slaaghwijk. Ondanks het regenachtige winterweer zijn ze toch nog met z’n twaalven gekomen om de straten rond hun flats van zwerfvuil te ontdoen. „Ik heb al bijna m’n cadeaubon”, roept de 12-jarige Hamid enthousiast. Enkele grotere kinderen verdienen een zakcentje van 2 euro per uur door de kleinere te begeleiden.

Elke week komen tot zo’n veertig kinderen naar het lokaal van woningcorporatie Portaal. Dat Slaaghwijk schoner wordt is mooi, minstens zo belangrijk is dat de kinderen zich niet vervelen en bij hun buurt worden betrokken.

Wijkbeheerder Sukru Saritas loopt er twee keer per dag z’n ronde om te kijken of er problemen zijn, door overlast, onveiligheid of vervuiling. Ook organiseert hij met andere corporatiemedewerkers activiteiten voor oudere en jongere bewoners. Zo loopt er met hulp van mbo-scholieren een project waarbij flatbewoners elkaar diensten verlenen: van computers repareren of software installeren tot taalles en schilderwerk. Dat moet ook het onderlinge vertrouwen vergroten.

„En voor de kinderen organiseren we dingen als voetbalwedstrijden”, zegt wijkbeheerder Saritas. „Want sportclubs zijn hier niet.” Kinderen melden zich via de huismeesters, of de wijkbeheerder haalt ze zelf van straat. Binnenkort geven Amerikaanse basketballers, die een flat van Portaal bewonen, een clinic voor kinderen.

Volgens directeur Lex de Boer van Portaal Leiden doet zijn corporatie in Slaaghwijk eigenlijk aan jeugd- en opbouwwerk. De gemeente geeft subsidie aan het welzijnswerk, maar het aanbod sluit volgens hem niet aan op de behoeften in de wijken. Dat komt door de aanbesteding. De Boer: „Dan komt er een jaarprogramma met zoveel uren voor de ene wijk en zoveel voor de andere. Als je dan ineens een probleem hebt met hangjongeren, dan zegt de welzijnsorganisatie dat ze maar zoveel uur hebben.”

De Leidse wethouder Marc Witteman (Wonen, PvdA) beaamt dat de corporatie „het beste weet wat in een wijk speelt”. Maar hij bestrijdt dat de gemeente onvoldoende flexibel op behoeften in wijken kan inspelen. Witteman: „We geven miljoenen aan welzijn en sport. En wat de woningcorporatie doet, komt er bovenop. Wat je wel ziet, is dat je het als gemeente nooit alleen kunt doen.”

Portaal-directeur De Boer vreest dat de aanpak van de veertig probleemwijken van minister Vogelaar (Wonen, Wijken, Integratie) bij welzijn „dezelfde problemen als bij ons zal geven door een carrousel van kleine projecten”.

„Bij ons in Utrecht speelt exact hetzelfde als in Leiden”, beaamt lokaal Portaal-directeur Victor Verhoeven. Vorige week bereikten drie woningcorporaties, waaronder Portaal, overeenstemming met de gemeente over een extra investering door de corporaties van 21,5 miljoen euro voor 2008 en 2009 in de Utrechtse ‘Vogelaarwijken’ Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en Zuilen. Daarvan is ruim de helft voor sociale maatregelen; bevordering van werk, integratie, leren en veiligheid. Verhoeven wil proberen via de aanbestedingseisen van de gemeente de kwaliteit van het welzijnswerk te verhogen.

„In Kanaleneiland en Overvecht hebben we problemen met hangjongeren”, vertelt hij. „Het reguliere welzijnswerk is er actief. Maar hun buurthuizen zijn open van 1 tot 6 uur ’s middags, daarbuiten zijn er geen voorzieningen.” Portaal heeft nu zelf met een welzijnsorganisatie geregeld dat een ‘spellenbus’ vaker langskomt. Verhoeven sluit niet uit dat zijn corporatie de personele kosten van die organisatie gaat betalen.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) sneed het probleem in 2005 al aan in zijn veelgeprezen rapport ‘Vertrouwen in de buurt’. Volgens de WRR moeten corporaties bij welzijn als ‘hoofdaannemer’ fungeren en de door gemeenten gesubsidieerde welzijnsorganisaties als ‘onderaannemer’. Met de aanpak van de probleemwijken lijkt het accent bij corporaties verder in ‘sociale’ richting te verschuiven. Zo’n taakverbreding dient ook het eigenbelang, want door verbetering van leefbaarheid en veiligheid stijgt de vastgoedwaarde. Ook is er de druk van de politiek, die meer maatschappelijke investeringen eist.

Verhoeven van Portaal vindt dat Utrecht „nog wat angsthazerig” met zo’n nieuwe rolverdeling omgaat. Hij vraagt begrip voor het feit dat hij als directeur „de sociale uitgaven van de woningcorporatie moet kunnen verantwoorden”.

De Utrechtse wethouder Harrie Bosch (Wonen, PvdA) lijkt tegemoetkomend. Hij is „absoluut positief” over de corporaties. Hij wijst op de herstructurering van de Overvechtse buurt De Gagel, waarvoor de gemeente samen met drie corporaties een concept-gebiedsplan maakte. Het gaat niet alleen om sloop en nieuwbouw, ook om ‘hulp op maat’ voor bewoners. Portaal enquêteert met een gespecialiseerd bureau alle 720 huishoudens van zes sloopflats. Zo worden niet alleen hun wensen voor de buurt in kaart gebracht. Via huisbezoeken kijkt de corporatie ook ‘achter de voordeur’ om te inventariseren waar behoefte aan hulp is: van opvoedingsondersteuning, jeugdhulpverlening en schuldhulp tot taalles of begeleiding bij het zoeken naar werk.

Portaal overweegt meer te investeren in maatschappelijk vastgoed, zoals scholen en buurthuizen. „Als je dan een wat lagere huur berekent, kunnen scholen weer een conciërge in dienst nemen”, zegt Verhoeven. Zijn corporatie is, in overleg met de gemeente, projectleider voor de bouw van een ‘werkhotel’ waar jongeren worden begeleid bij zelfstandig wonen, opleiding en werk.

„Ik ben terughoudend als corporaties in andere ‘bedrijfstakken’ actief zouden worden”, onderstreept wethouder Bosch. Tegelijk wil hij corporaties niet verplichten branchevreemde activiteiten, zoals welzijnswerk of onderwijs, alleen via de gemeente te financieren. Corporaties kunnen dat volgens hem ook goed rechtstreeks doen. „Ieder denkt dat wethouder en raad alles kunnen vaststellen, maar eigenlijk deel je regie en verantwoordelijkheid met elkaar.”