Voortijdig einde ‘Moeder van Pakistaanse politiek’

Benazir Bhutto werd door haar aanhangers gezien als de verlosser van Pakistan. In 1988 werd ze de eerste vrouwelijke premier van een islamitisch land. Ze had een turbulente carrière.

Op 18 oktober ontsnapte zij ternauwernood aan een nietsontziende zelfmoordaanslag, maar een nieuwe aanval is haar alsnog fataal geworden. Benazir Bhutto, oud-premier van Pakistan, is gisteren om het leven gekomen in Rawalpindi toen een onbekende man het vuur op haar opende en zichzelf vervolgens opblies tijdens een verkiezingsbijeenkomst van haar Pakistaanse Volkspartij. Bhutto, een dappere vrouw van 54 jaar, laat een man, een zoon en twee dochters achter.

Haar ‘doodvonnis’ werd ruim twee maanden geleden al aangekondigd, vlak voordat zij terugkeerde naar Pakistan, uit een vrijwillige ballingschap van acht jaar. Een commandant van de Talibaan had gewaarschuwd dat Bhutto met zelfmoordaanslagen ontvangen zou worden, nadat zij in het openbaar had gepleit voor hard optreden tegen islamitische militanten. Zelf zei zij destijds meer angst te hebben voor radicale elementen in het regime van president Musharraf.

Met de dood van Bhutto is een einde gekomen aan een turbulent, weerbarstig leven en een buitengewone politieke carrière. Op haar 35ste, in 1988, werd Bhutto in een klap wereldberoemd, toen zij als eerste vrouwelijke premier van een islamitische republiek was gekozen. Bovendien was ze zeer jong. Het was een opmerkelijke prestatie van een vrouw in een conservatieve samenleving die door mannen en militairen werd en nogal altijd wordt gedomineerd.

Als leidster van de Pakistaanse Volkspartij, de grootste partij van Pakistan, had zij bovendien een groot deel van haar campagne gevoerd toen zij zwanger was. Hoewel ze nooit vloeiend is geweest in Sindhi, de taal van haar thuisprovincie Sindh (hoofdstad Karachi), en de nationale taal, Urdu, correct maar zonder zwier sprak, wist Bhutto als geen ander in haar land de massa’s te bespelen.

Als zij sprak, lag het publiek aan haar voeten. Haar achterban adoreerde haar. Ze was de slimste, de beste en werd door veel van haar aanhangers gezien als de verlosser van Pakistan. Bhutto werd ook wel de moeder van de Pakistaanse politiek genoemd.

Maar haar eerste taal was toch het Engels, resultaat van haar opvoeding als kind van een schatrijk feodaal geslacht – een Engelse gouvernante, onderwijs op een klooster van Ierse nonnen en afgeronde studies aan Harvard en Oxford. In Oxford – zij studeerde politieke wetenschappen – wist zij als eerste buitenlander de positie te verwerven van voorzitter van de prestigieuze debatclub van de universiteit.

Het politieke bloed stroomde door de aderen van de familie, maar zelf had Bhutto een diplomatieke carrière voor ogen. De brute dood van haar vader, Zulfikar Ali Bhutto, in 1979 dreef haar echter op 26-jarige leeftijd in een andere richting, die van de Pakistaanse politiek.

Haar vader was de oprichter van de Pakistaanse Volkspartij. En haar moeder Nusrat, die van Iraanse afkomst was, was ook actief in de partij.

Zulfikar Ali Bhutto was president (1971-1973) en premier van Pakistan (1973-1977). Hij was de eerste premier van Pakistan, na de afscheiding van Bangladesh. Zijn regime is een van de weinige geweest in Pakistan die het leger min of meer buiten de deur wisten te houden. De loopbaan van Bhutto’s vader kwam echter na de verkiezingen in 1977 abrupt ten einde nadat bekend werd dat er geknoeid was met verkiezingsuitslagen.

Demonstraties in het land leidden er toe dat Muhammad Zia-ul-Haq, opperbevelhebber van de Pakistaanse krijgsmacht, Zulfikar Bhutto afzette. Twee jaar later liet hij hem executeren, een actie die van Bhutto’s vader een martelaar en een symbool voor democratie maakte.

Het was in de periode voor zijn dood dat Benazir Bhutto haar opmars in de partij maakte. Zij hield vlammende toespraken tegen het militaire bewind en leidde tal van protesten – zij had de campagnefakkel overgenomen van haar moeder die met een zwakke gezondheid kampte. Haar optredens versterkten haar populariteit in het land. Ze leidden ook tot haar eerste huisarrest – de afgelopen 30 jaar heeft zij ongeveer tien jaar vastgezeten, in de gevangenis en onder huisarrest.

Ondanks haar populariteit is Bhutto niet onomstreden geweest. Tweemaal mocht zij regeren.

De eerste keer 20 maanden, de tweede keer iets langer, van 1993 tot 1996. Beide keren stuurde de president haar naar huis. Zij en haar man werden verdacht van nepotisme en corruptie. Haar echtgenoot, Ali Asif Zardari, was een cementfabrikant. Tijdens haar tweede bewind was hij de minister van Investeringen. Zardari stond bekend als ‘Meneer 10 procent’ omdat hij overal geld voor zou vragen als minister – hij heeft uiteindelijk acht jaar vastgezeten, onder meer wegens corruptie.

Tijdens haar tweede bewindsperiode kwam haar broer Murtaza om het leven. Murtaza zag zichzelf eigenlijk als de opvolger van zijn vader binnen de partij, was een rivaal van Benazir, maar werd tijdens een duistere schietpartij met de politie in 1996 doodgeschoten. Tegenstanders van Bhutto en Murtaza’s dochter Fatima zeggen dat Benazir achter zijn dood zat. Tien jaar daarvoor was haar andere broer, Shahnawaz, die eveneens actief was in de politiek, ook onder verdachte omstandigheden omgekomen, in Zuid-Frankrijk.

In 1999 ontvluchtte Bhutto het land nadat een rechtbank haar had veroordeeld voor corruptie, een uitspraak die volgens haar onder politieke druk tot stand was gekomen. Pas op 18 oktober van dit jaar keerde zij weer in Pakistan terug. Op de dag van haar terugkeer werd zij in Karachi opgewacht door duizenden aanhangers, en een man die zichzelf liet exploderen tussen de mensen. Bij deze aanslag kwamen bijna 150 mensen om.

Ze was teruggekomen, zei ze, om te helpen van het Pakistan van Musharraf, de president in generaalsuniform, weer parlementaire demoncratie te maken. De waarschuwingen voor aanslagen op haar leven ten spijt, niets kon haar stoppen – tot de dag van gisteren.