Van oude bestsellers, de boeken die voorbij gaan

Seks, exotica en spiritualiteit zijn al een eeuw de ingrediënten voor een bestseller. Couperus verkocht ook al meer sprookjes dan Haagse romans. Toch verandert er veel, blijkt uit een vergelijking van boekentoptienen.

‘Ik wijd mijn grote succes aan het simpele feit dat ik altijd recht uit mijn hart heb geschreven en zo de harten van anderen heb bereikt.’

Dit is geen citaat van Kluun of het geheim van The Secret. Deze zinnen zijn ruim een eeuw oud en afkomstig van Marie Corelli, een Engelse bestsellerauteur die in 1895 100.000 exemplaren verkocht van haar roman De smarten van Satan. Ze wordt aangehaald door anglist Clive Bloom als voorbeeld van een schrijfster die wist hoe ze in de smaak moest vallen: haar echte naam was Mary Mackay, maar in al haar uitlatingen legde ze het accent op haar exotische pseudoniem om duidelijk te maken dat haar werk garant stond voor een uitheemse, erotische en spirituele leeservaring.

Er lijkt dus weinig veranderd aan het ‘recept’ voor een bestseller: nog steeds benadrukken populaire schrijvers graag dat ze zo direct mogelijk het hart van de lezer aanspreken – geen omslachtig literair gedoe – en nog steeds lijken een exotische en spirituele thematiek, in combinatie met de nodige erotiek een garantie voor succes.

Vooral vrouwen lazen Corelli. Al twee eeuwen zijn vrouwen de voornaamste lezers, maar pas sinds de tweede feministische golf zijn vrouwen ook vaker terug te vinden in bestsellerlijsten. Dat gaat gepaard met een andere overeenkomst: ‘typisch’ vrouwelijke auteurs worden in de literaire kritiek vaak minder enthousiast ontvangen. Zo besprak in de jaren zeventig Jan Donkers Het ritsloze nummer van Erica Jong (het verhaal waarin men de liefde in vliegtuigen bedrijft om vliegangst te bezweren): ‘Mrs. Jong moet tot ontroerend werk in staat zijn als ze nog eens een écht boek gaat schrijven’. Het schema is simpel en ongenuanceerd maar niet onjuist – ‘vrouwenboeken’ verkopen beter; ‘mannenboeken’ worden beter besproken.

Is er dan niets veranderd? De verkoopcijfers van boeken worden pas sinds een jaar of tien systematisch bijgehouden, maar sinds 1975 bestaat wel de HP Boekentoptien. Toegegeven, een helemaal eerlijke vergelijking levert dat niet op: de CPNB meet zo objectief mogelijk en de Haagse Post (en sinds 1990 HP/De Tijd) raadpleegt de ‘betere boekhandel’. Die methode levert een vertekend beeld op, waarbij echte literatuur wordt bevoordeeld. Niet alleen omdat de meeste thrillers en dieetboeken door AKO en Bruna worden verkocht, maar ook omdat literaire prestige voor sommige boekhandels belangrijker werd gevonden dan de werkelijke verkoop: „Athenaeum zal niet gauw een Ludlum op zijn overzicht zetten, ook al wordt dat boek veel verkocht,” verklaarde een verkoper in 1995 aan NRC Handelsblad.

Maar de HP-lijstjes uit het verleden zijn wel goed te vergelijken met HP/De Tijd-lijstjes van nu. Dan valt op dat behalve de verkoop van ‘vrouwenboeken’ er nog meer constanten zijn: de verkoop van de bekende namen. Maarten ’t Hart en Harry Mulisch haalden deze eeuw de toptien met hetzelfde gemak als in de jaren zeventig. Vergelijk je die namen met de latere generatie (A.F.Th. van der Heijden en Arnon Grunberg) dan zijn ook zij in bestsellerlijsten te vinden, maar ze voeren die niet aan, zoals Mulisch en ’t Hart dat deden. Ook uit het Spaans vertaalde, magisch getinte verhalen zijn nog altijd geliefd, zij het dat Gabriel García Márquez en Mario Vargas Llosa via Isabel Allende zijn opgevolgd door wat Maarten Steenmeijer in de Volkskrant omschreef als ‘thraculs’: de cultureel-historisch-religieuze avonturenthrillers, volgens Gerrit Komrij ‘een mengeling van thriller en vertoon van geleerdheid’.

De ‘talpaïsering’ waarover Elsbeth Etty het vorig jaar in haar boekenjaaroverzicht had (Boeken 20.12.07), wordt in het licht van deze overeenkomsten dan ook enigszins gerelativeerd. De nieuwe etiketten die tegenwoordig op boeken worden geplakt, verhullen niet dat er weinig is veranderd. In de bestsellerlijsten hebben altijd boeken gestaan waarmee de literaire kritiek weinig kon. Jean M. Auel in de jaren tachtig, Lulu Wang in de jaren negentig, Kluun de afgelopen paar jaar, enzovoorts.

En toch is er wel degelijk iets veranderd. Zo stonden in 1983 in een en dezelfde toptien boeken van Hugo Claus, Harry Mulisch, Maarten ’t Hart, Gabriel García Márquez, Simon Carmiggelt en Marijke Höweler. En in een top 10 van dertig jaar geleden staat op nummer 1 Frans Kellendonks debuut Bouwval. Verder onder andere Harry Mulisch’ Oude lucht (ook al verhalen) en boeken van Ian McEwan, Oek de Jong, Hans Vervoort en de verzamelde gedichten van Kaváfis. Dat is andere koek dan de CPNB-bestsellerlijst van dit jaar, waarin afvallen, tovenarij en spanning vrijwel alle sporen van literatuur hebben verdrongen.

Maar ook een vergelijking met hedendaagse HP/De Tijd- lijstjes valt voor de literatuurliefhebber uit in het voordeel van het verleden. Zomaar een toptien uit het jaar dat bijna achter ons ligt (week 31): naast het exotisch mondialisme van Khaled Hosseini, Pascal Mercier en de ‘thraculs’ van Ildefonso Falcones en Carlos Ruiz Zafón, vinden we thrillers van Karin Slaughter, Esther Verhoef en Simone van der Vlugt – en er staan dan nog zowaar twee literaire boeken op: Kader Abdolah (dat kort daarvoor door een internetpubliek verkozen was tot het op één na beste Nederlandse boek aller tijden) en het prijs winnende Tirza van Arnon Grunberg.

Dit zijn de boeken die het in de ‘betere boekhandel’ goed deden, in de toptienlijst van de daadwerkelijke verkoop stonden die week twee edities van hetzelfde Harry Potter-boek, drie titels van Sonja Bakker en er was nog een plekje voor The Secret (het zelfhulpboek van het afgelopen jaar voor mensen die graag zwart op wit hebben dat ze erg leuk kunnen zijn zolang ze maar wíllen dat ze leuk zijn).

In de jaren zeventig en tachtig was het nog mogelijk dat een verhalenbundel op nummer één kon staan. Het lijkt nu toch moeilijk voorstelbaar dat een boek als Bouwval, het debuut van een blanke man van 26 dat bestaat uit drie literaire novellen, nog een bestseller kan worden. Of dat essaybundels als die van Gerrit Komrij en Rudy Kousbroek, die toen regelmatig in toptienen te vinden waren, nu nog een hoge notering halen.

Of neem de aflevering van Tirade over Nescio. Over het hele jaar 1982 kwam die in de top 20 van de HP terecht. Dat betekent weliswaar niet dat het een enorme bestseller was (8.000 exemplaren verkocht in een half jaar tijd), maar in een tijd dat vrijwel elk literaire tijdschrift worstelt of ten onder gaat, kijk je toch op van zo’n notering.

Iets anders dat veranderd lijkt te zijn, is de hoeveelheid exemplaren die worden verkocht. Met 40.000 boeken was je in de jaren tachtig een flinke bestseller en met 90.000 exemplaren kon je op nummer één staan (Etty Hillesum met Het verstoorde leven).Tegenwoordig telt De Bezige Bij de exemplaren van Hosseini in de honderdduizenden.

Van wat in de plaats is gekomen van de essays en poëzie, valt vooral het grote en in Nederland relatief recente succes van het spannende boek op. In 1998 schreef het Algemeen Dagblad nog ‘het gaat niet zo goed met het spannende boek in Nederland als de uitgevers ons willen doen geloven. En over de Nederlandse thriller past een zwijgen.’ Nu is er geen top tien meer zonder een paar detectives van Nederlandse bodem. Terwijl het spannende boek als een typisch mannelijk genre werd gezien, boeken nu vrouwen het grootste succes.

Een vergelijkbare omkering zie je bij het allergrootste verkoopsucces van de laatste jaren: De Gevoelige Man die ‘vrouwenboeken’ schrijft. Ook hij is niet zonder traditie (de sprookjes van Louis Couperus verkochten beter dan zijn Haagse romans), maar in de laatste jaren is zijn opmars ongekend: Arthur Japin, Khaled Hosseini, Paulo Coelho. De man die niet bang is zijn emoties te tonen, die begrip opbrengt voor de zwakkeren, die oog heeft voor de spirituele kant van het leven. De ‘keiharde’ Kluun is in dat opzicht slechts schijnbaar een tegenvoorbeeld: hij geeft namelijk eerlijk toe dat hij een niet begrijpende rotzak is in zijn relaties, en wat werkt ontwapenender dan dat? Ruwe bolster, peperkoeken hart. Frits Abrahams signaleerde in zijn kennissenkring dat voorstanders van Kluun vaak ‘vrouwen van omstreeks de dertig’ zijn, die het boek hadden gelezen; en tegenstanders ‘mannen van boven de vijftig waren die het boek níet hadden gelezen…’

Literatuur als ontspanning, een ‘sublieme vorm van amusement’ (in de woorden van Ton Anbeek) heeft het moeilijk. De ontspanning wordt niet meer in het sublieme gezocht, maar in spanning. En de behoefte om van literatuur beter te worden, bestaat nog steeds – zij het dat het niet langer om intellectuele, maar vooral om emotionele zelfverdieping gaat. Daar is het succes van boeken als The Secret en het werk van Paulo Coelho op gebaseerd.

Een andere factor in het succes van boeken was lange tijd de televisie. Onwaarschijnlijke boeken werden bestsellers (75.000 exemplaren in 1990 van Frans Pointls De kip die over de soep vloog; een omvangrijke biografie over Jean-Paul Sartre) door het Van Dis-effect. Tegenwoordig halen boeken de tv eigenlijk alleen wanneer de auteur om andere redenen bekend is, of wanneer er een grote literaire prijs in het geding is. Typerend is de manier waarop een programma als De wereld draait door met boeken omgaat. De biografie over voormalig minister-president Dirk Jan de Geer van Johan de Hertog werd goed ontvangen, maar de redactie en presentator Matthijs van Nieuwkerk nodigden niet de auteur uit, maar kleinzoon Ursul de Geer, een tv-presentator die zich niet zo veel van zijn grootvader kon herinneren.

Misschien draagt de literatuur zelf ook mede schuld aan haar marginalisering: schrijvers doen veel concessies om de aandacht te krijgen, maar benadrukken anderzijds dat het ze alléén om de literatuur gaat. Dat is inconsequent en zo wordt de kloof tussen schrijver en publiek steeds groter, vergelijkbaar met de kloof tussen burger en de Haagse politiek. Kiest de Tweede Kamer de slechtste politicus, dan eindigen Wilders en Verdonk op de plekken een en twee. Kiest het publiek daarentegen, dan belanden dezelfde twee politici juist op de hoogste plaatsen. Zo is het ook in de literatuur. Kluun is massaal gekraakt, maar er worden honderdduizenden exemplaren van zijn boek verkocht. Curzio Malaparte wordt in paginagrote stukken geprezen, maar effect heeft het niet. De lezer verkiest uit het Italiaanse aanbod het detectiveduo Monaldi en Sorti.

Al met al kan je concluderen dat de literatuur vrijwel is verdwenen uit het bestsellersegment – korte verhalen, essays, de laatste verdwaalde dichtbundel (bloemlezingen niet meegerekend): ze halen de toptien niet meer, noch van de algemene verkoop, noch in de betere boekhandel. Literatuur en bestsellers zijn nooit inwisselbaar geweest. Maar het verschil lijkt elk jaar groter te worden.

Wilt u reageren? boeken@nrc.nl