Struikrovers zongen als eerste ‘Whiskey In The Jar’

Leo Blokhuis: Het plaatjesboek. Een muzikale ontdekkingsreis. Ambo, 204 blz. € 19,95

‘Whiskey In The Jar’ van Thin Lizzy, begin jaren zeventig. Het begon met een lange, galmende gitaarsolo. Daarna kwam pas het lied zelf, gezongen door een wat doffe stem, niet erg verstaanbaar. Coupletten, en dan een raar refrein dat steevast eindigde op ‘whiskey in the jar’, dus het zal wel een drinklied zijn geweest.

Leo Blokhuis wilde er meer van weten en ging op onderzoek uit. Het lied werd al gezongen in 1951, in Ierland. Maar in 1941, in Amerika, ook al door Ierse emigranten. De bron was vermoedelijk een struikroverslied uit de 17de eeuw.

Daarna vertelt Blokhuis hoe in de jaren zestig in Amerika onder Ieren het besef van de eigen muzikale traditie tot leven kwam. Allerlei folkbandjes gingen ‘Whiskey In The Jar’ zingen. Zo waaide het lied over, of liever: waaide het weer terug, naar Ierland zelf, waar het vanaf 1967 in de pubs werd gespeeld.

Zo kwam het ook in het hoofd van Phil Lynott terecht, een naar Engeland uitgeweken Ier. Hij speelde het eens gedachteloos voor zich uit, zijn bandleden van Thin Lizzy speelden mee, en zo ontstond een stevige rockversie van een eeuwenoud volksliedje – een hit in 1973. ‘Het is een beetje alsof een groep Nederlandse emigranten in Canada ‘Berend Botje’ opneemt, begeleid door de klompendans en daar veel succes mee heeft in de hippe uitgaanswijken van Quebec’, zegt Blokhuis.

Zo gaat het vaak bij popliedjes. Ze hebben bijna allemaal ingewikkelde en onwaarschijnlijke stambomen. Blokhuis zoekt het graag uit en vertelt er met veel liefde over. In Het Plaatjesboek heeft hij, op dezelfde manier als in Grijsgedraaid (2006), zestien gevallen opgenomen: ‘You’ll Never Walk Alone’ bijvoorbeeld, en ‘Wild thing’, maar ook ‘Volare’ en de achthonderd verschillende versies van ‘Louie Louie’. Het zijn zestien kleine essays geworden, over veel meer dan alleen maar dat ene lied: over een genre, over de tijdgeest, over politieke en culturele achtergronden. Als je al zijn verwijzingen naloopt, kun je per essay gemakkelijk een dag uittrekken, zo is mijn ervaring. Geen vervelende dag.

Het boek heeft geen register, maar wel veel foto’s. En rare lijstjes, van Blokhuis zelf: zoals ‘de tien beste intro’s’. Volgens Blokhuis zijn er maar zes intro’s beter dan dat van ‘Whiskey In The Jar’. Het nummer staat op de bijgeleverde cd.