Schilders tonen het kille gezicht van de terreur

Tentoonstelling Moderne meesterwerken uit Moskou. Russisch-joodse kunstenaars, 1910-1940. T/m 10 febr, Joods Historisch Museum, Amsterdam. Open dag 11-17u, do. 11-21u. Cat. €24,95.

Het begrip icoon is aan inflatie onderhevig. Was een icoon oorspronkelijk een met heiligheid omgeven schilderij van Jezus, Maria of een andere christelijke heilige, tegenwoordig kan bijna alles een icoon zijn. Zelfs Paris Hilton is er een. Maar in het Joods Historisch Museum in Amsterdam hangt nu een schilderij dat weliswaar een niet-christelijke heilige laat zien, maar toch een echte icoon kan worden genoemd: Lenin in Smolny.

De socialistisch-realistische schilder Isaac Brodsky maakt het in 1930, zes jaar na de dood van Lenin, de grootste bolsjewistische heilige. Het bijna fotografisch precieze schilderij laat de revolutionaire hoofdman zien, zittend in een stoel in het Smolny Instituut, de kostschool voor adellijke meisjes in Sint-Petersburg dat in het revolutiejaar 1917 als hoofdkwartier van de bolsjewieken diende.

Dat het communistische icoon nu in het Joods Historisch hangt, komt doordat Brodsky, in de jaren dertig de favoriete portrettist van de stalinistische machthebbers, joods was. Het schilderij is het pronkstuk van Moderne meesterwerken uit Moskou. Russisch-joodse kunstenaars, 1910-1940. Aan de hand van schilderijen, tekeningen, boekillustraties, kostuum- en decorontwerpen van en filmpjes over Russisch-joodse kunstenaars geeft de tentoonstelling een goed overzicht van de ontwikkeling van de Russisch kunst, van het spetterende kubisme van Robert Falk via het abstracte ‘suprematisme’ van Ilja Tsjasjnik (een leerling van Kazimir Malevitsj) tot het socialistisch realisme van Brodsky en anderen.

Opvallend weinig werken zijn als joods te herkennen. Eigenlijk zijn alleen de illustraties uit 1917 van El Lissitzky van Chad Gadya, een oud Pesachlied, duidelijk joods. In dat jaar stond Lissitzky onder invloed van Marc Chagall, schilder van het joodse leven in Vitebsk. Chagall is overigens opvallend afwezig op de tentoonstelling. Dit komt doordat alle werken afkomstig zijn uit de Tretjakov Galerie en het Centrale Theater Museum in Moskou, die blijkbaar niets van hem hebben.

De expositie laat zien dat joodse kunstenaars een niet onbelangrijke rol speelden in de Russische kunst voor en na de Oktoberrevolutie. Het waren zelden pioniers die een nieuwe stijl definieerden, maar ze droegen wel bij aan de verdere ontwikkeling ervan. Zo bewerkte El Lissitzky het platte suprematisme van Malevitsj tot ruimtelijke constructies. Eigenlijk speelden joodse kunstenaars alleen een hoofdrol in het ontstaan van het socialistisch realisme: Brodsky’s Lenin in Smolny werd een voorbeeld voor alle socialistisch realistische kunstenaars.

Sommige Russisch-joodse kunstenaars ontwikkelden een hoogst persoonlijke stijl. Van hen is Solomon Nikritin goed voor het indringendste schilderij op Moderne meesterwerken uit Moskou: de Volksrechtbank. Nikritin schilderde het in 1934, toen de stalinistische terreur na de moord op Kirov verhevigde. Het toont het kille, meedogenloze gezicht van de terreur. Vijf rechters zitten om een gedekte tafel. Alleen de middelste kijkt met een precies geschilderde maar volstrekt uitdrukkingloos gelaat de bezoeker aan, de grof geschilderde vier anderen kijken allemaal weg. Wie dit lugubere schilderij ziet, kan zich er alleen maar over verbazen dat Nikritin zelf de stalinistische terreur heeft overleefd. Er zijn er om minder geëxecuteerd.