Oorlogsheld en gedreven schrijver

Jaan Kross, chroniqueur van de Estse geschiedenis, werd vaak getipt voor de Nobelprijs. „Wij Esten hebben het niet getroffen.”

Jaan Kross in 1998 (Reuters) FOR RELEASE WITH FEATURE BC-ESTONIA-KROSS - Undated file photo shows Estonian writer Jaan Kross. The tiny Baltic state of Estonia may have escaped Moscow's grip seven years ago but Kross is still dissecting the impact of five decades of Soviet occupation. CVI/CLH/ REUTERS

Jaan Kross, schrijver, dichter en chroniqueur van de roerige Estse geschiedenis, is op 87-jarige leeftijd overleden, zo is gisteren bekendgemaakt. De bekendste schrijver van Estland werd vaak getipt als winnaar van de Nobelprijs, maar kreeg hem nooit. Het kon hem niets schelen. „Esten houden niet van heldendom”, zei hij in 2004 tegen NRC Handelsblad. „We hebben het niet getroffen, klimatologisch niet, historisch niet. Dat vormt je nationale karakter.” Zijn bekendste roman De gek van de tsaar uit 1978 is Kross ten voeten uit: het verhaal over een Baltisch-Duitse edelman die als verrader in de cel belandt speelt zich af in de negentiende eeuw, maar is eigenlijk een metafoor voor zijn eigen ervaringen in Siberische strafkampen, een beproefde methode om de communistische censuur te omzeilen.

Kross werd geboren in 1920, het jaar van de Estse onafhankelijkheid. Als rechtenstudent aan de Universiteit van Tartu was hij getuige van de onttakeling van de jonge republiek: in 1940 werd Estland bezet door de Sovjet-Unie, een jaar later door nazi-Duitsland. De verplichte inlijving in de Wehrmacht bleef Kross bespaard maar hij werd wel aangesteld als tolk voor het Duitse leger. Tegelijkertijd speelde hij informatie door aan het Estse verzet. In 1944 werd zijn dubbelspel ontdekt en belandde hij in de cel. Kort daarop keerden de sovjettroepen terug en kwam Kross vrij. In 1946 werd hij opnieuw gevangen gezet. Twee jaar later volgde een verbanning naar een werkkamp in Siberië, waar hij onder meer werd belast met het drogen van viltlaarzen. „Ik had het ten minste warm.”

In 1954 mag hij terugkeren. In de daarop volgende jaren begon hij met het schrijven van gedichten. Pas in 1970, als hij al vijftig is, verschijnt zijn eerste boek, het eerste in een lange reeks historische romans, waarin de helden altijd worden verscheurd tussen collaboratie en verzet. Zijn magnus opus is het vierdelige Leven van Balthasar Rüssow. Het waar gebeurde verhaal gaat over een pastor die in de 16e eeuw in het geheim de Kroniek van Estland schreef, het eerste geschiedenisboek van het land, dat destijds verboden werd. Kross’ werk is in 25 talen vertaald.