Moord Bhutto toont falen Musharraf

Met de moord op Benazir Bhutto heeft Pakistan een van zijn populairste politici verloren. Zij had haar land weer een democratisch gezicht moeten geven.

Vader Ali Bhutto wist wat hem te doen stond toen aartsrivaal India in 1974 de wereld deed opschrikken met een kernproef. Pakistan, sprak Bhutto, destijd premier van het land, zal desnoods „gras eten” om ook een kernwapen in handen te krijgen. Het duurde nog even maar in 1998 was het zover.

Ruim tien jaar later, moet de wereld zich zorgen maken over de stabiliteit van de kernmacht Pakistan – in een toch al gevaarlijke regio, met Afghanistan naast de deur. De brute moord gisteren op Bhutto’s dochter Benazir heeft verregaande binnenlandse consequenties. En ze zal grote implicaties hebben voor de wijze waarop het Westen naar Pakistan kijkt.

Cruciale vragen zijn nog open. Zit de geheime dienst achter de aanslag, zoals de oppositie vermoedt? Moet de dader worden gezocht in kringen van moslimextremisten? Is de claim authentiek dat de moord werd uitgevoerd door Al-Qaeda, zoals de Pakistaanse regering zegt te geloven?

Waarschijnlijk zullen de antwoorden nooit komen. Maar een conclusie kan al wel worden getrokken: met de gewelddadige dood van Benazir Bhutto heeft de Pakistaanse president Pervez Musharraf zijn laatste restje geloofwaardigheid als bestrijder van moslimextremisme verloren. Acht jaar geleden greep hij als legerleider de macht en begon hij aan zijn missie om, in eigen woorden, Pakistan het pad op te leiden van een vooruitstrevende, verdraagzame en gematigde moslimnatie. Die missie is mislukt, onderstreept de aanslag in de garnizoensstad Rawalpindi. De geschiedenis van Pakistan blijft in bloed gedrenkt.

Ironisch genoeg leek eerder dit jaar juist de populaire, als seculier bekendstaande Benazir Bhutto de reddende engel te worden voor Musharraf. De generaal bezocht haar afgelopen zomer op in ballingschap. Dat leidde tot de speculatie over toekomstige machtsdeling: Musharraf zou zijn legeruniform uittrekken, zich als burger laten herverkiezen tot president, en zij, Benazir Bhutto, zou na haar te verwachten overwinning in de parlementsverkiezingen van januari premier worden. Zo zou Pakistan plotseling een democratisch gezicht krijgen, met Musharraf nog steeds in een sturende positie.

Zo zal het nu niet meer gaan. Dit voorjaar kwam Musharraf in problemen door zijn pogingen de kritische opperrechter Iftikhar Chaudhry te ontslaan. Die onrust, met advocaten en rechters op straat, kreeg begin november een vervolg toen Musharraf onverwachts de noodtoestand uitriep. Analisten spraken van een wanhoopspoging om zijn presidentschap veilig te stellen. Opperrechter Chaudhry en zijn mederechters, die grondwettelijke bezwaren zagen in Musharrafs herverkiezing, werden vervangen door volgzame juristen.

[Vervolg Pakistan: pagina 5]

PAKISTAN

‘Lafhartige daad van moorddadige extremisten’

[Vervolg van pagina 1] Politieke tegenstanders werden tijdelijk opgesloten of kregen huisarrest. Met dergelijke maatregelen werd een zachte, democratische landing van legerleider Musharraf al steeds onwaarschijnlijker werd. Bhutto, op 18 oktober teruggekeerd uit ballingschap, en Nawaz Sharif, de andere belangrijke oppositieleider die op 25 november terugkeerde, lieten zich steeds kritischer uit over het machtsspel dat Musharraf speelde. Voor Musharraf was Bhutto de veiligste optie om aan de macht te blijven. Maar toen zij gisteren werd vermoord, was zij meer criticus dan partner van de president – wat niet wil zeggen dat zij uit ‘pragmatische’ overwegingen niet bereid zou zijn geweest tot samenwerking. Wie in Pakistan als politicus aan de slag wil, ontkomt niet aan samenwerking met de militairen.

Musharraf heeft inmiddels drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Maar de grote vraag is of hij de voor 8 januari geplande parlementsverkiezingen door zal laten gaan. Nawaz Sharif, die oktober 1999 als premier werd verdreven door zijn stafchef Musharraf, heeft al gezegd een stembusgang op die datum te zullen boycotten.

En wat zal het Westen doen, de Verenigde Staten voorop? Nadat Musharraf zijn coup had gepleegd werd hij internationaal als een paria bejegend. Die afwijzende houding sloeg om na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS. Het Pakistan van generaal Musharraf werd plotseling een van de trouwste Amerikaanse bondgenoten in de strijd tegen het internationale terrorisme. Pakistan werd opnieuw een frontlijnstaat, ditmaal niet tegen communistische bezetting van buurland Afghanistan, maar tegen Al-Qaeda en Talibaan in dat land. Musharrafs steun aan Washington heeft Pakistan de afgelopen jaren zo’n tien miljard dollar aan steun opgeleverd.

Toch zijn de twijfels over Musharraf nooit verdwenen – ontvangsten door en warme woorden van de Amerikaanse president Bush ten spijt. Aanhoudend moslimextremisme in eigen land, met de moord op Bhutto als laatste voorbeeld, bewijst dat Musharrafs leger op zijn zachtst gezegd niet erg succesvol is, of wil zijn, in de strijd tegen jihadisten. Nog pijnlijker blijkt het falen van Pakistan in het beteugelen van islamitische strijders in het ontoegankelijke grensgebied met Afghanistan. Die zogeheten stammengebieden gelden nog steeds als uitvalbases voor de Talibaan in Afghanistan.

Geen wonder dat ook in Washington steeds nadrukkelijker de hoop werd gevestigd op een nieuwe politieke toekomst van Benazir Bhutto, pro-westers ingesteld en democratisch gekozen door het volk van Pakistan. Nu die troefkaart uit handen is geslagen, moet de buitenwereld het voorlopig blijven doen met de oude bondgenoot-tegen-het kwaad Musharraf. „De VS veroordelen krachtig deze lafhartige daad door moorddadige extremisten die proberen Pakistans democratie te ondermijnen”, zei president Bush gisteren.