Kleurrijk leven met een zweem van nepotisme

Benazir Bhutto kwam voort uit de elite, maar werd gezien als vrouw van het volk.

Onomstreden was ze niet, en onbedreigd zeker niet.

Pakistan former Prime Minister Benazir Bhutto waves as she arrives to address to her last public rally in Rawalpindi, Pakistan, Thursday, Dec. 27, 2007. Opposition leader Bhutto was shot and killed Thursday in a suicide attack on her vehicle as it pulled away from a campaign rally, aides said.(AP Photo/Mohammad Javed) Associated Press

Met de dood van Benazir Bhutto is een einde gekomen aan een turbulent, weerbarstig leven en een buitengewone politieke carrière. Op haar 35ste, in 1988, werd ze in één klap beroemd, toen zij als eerste vrouwelijke premier van een islamitische republiek was gekozen.

Een opmerkelijke prestatie van een dappere, mooie vrouw in een conservatieve samenleving die door mannen en militairen werd en wordt gedomineerd.

Als leidster van de Pakistaanse Volkspartij, de grootste partij van Pakistan, had zij ook een groot deel van haar campagne gevoerd terwijl zij zwanger was. Hoewel ze nooit vloeiend Sindhi, de taal van haar thuisprovincie Sindh (hoofdstad Karachi) heeft gesproken en de nationale taal, Urdu, correct maar zonder zwier sprak, wist Bhutto als geen ander in haar land de massa’s te bespelen.

Als ze sprak lag het publiek aan haar voeten. Ze was de slimste, de beste en werd door veel aanhangers gezien als de verlosser van Pakistan. Bhutto werd ook wel de moeder van de Pakistaanse politiek genoemd.

Haar eerste taal was eigenlijk Engels, een erfenis van haar opvoeding als kind van een schatrijk feodaal geslacht – een Engelse gouvernante, onderwijs op een klooster van Ierse nonnen en afgeronde studies aan Harvard en Oxford. In Oxford – zij studeerde politieke wetenschappen – werd zij als eerste buitenlander voorzitter van de prestigieuze debatclub van de universiteit.

Het politieke bloed stroomde door de aderen van de familie, maar zelf had de jonge Bhutto een diplomatieke carrière voor ogen. Maar de brute dood, in 1979, van haar vader Zulfikar Ali Bhutto dreef Benazir op 26-jarige leeftijd in de Pakistaanse politiek.

Haar vader was de oprichter van de Pakistaanse Volkspartij. Hij was president (1971-1973) en premier (1973-1977). Hij was de eerste premier van Pakistan, na de afscheiding van Bangladesh. Zijn regime wist als een van de weinige in Pakistan het leger buiten de deur te houden. Zijn loopbaan kwam na de verkiezingen in 1977 abrupt ten einde nadat bekend werd dat er geknoeid was met de verkiezingsuitslagen.

Demonstraties in het land leidden er toe dat Muhammad Zia-ul-Haq, opperbevelhebber van de Pakistaanse krijgsmacht, Zulfikar Bhutto afzette. Twee jaar later liet hij hem executeren, een actie die van Bhutto’s vader een martelaar en een symbool voor democratie maakte.

Het was in de periode voor zijn dood dat dochter Benazir Bhutto haar opmars in de partij maakte. Zij hield vlammende toespraken tegen het militaire bewind en leidde tal van protesten. Haar optredens leidden ook tot haar eerste huisarrest – de afgelopen dertig jaar heeft zij ongeveer tien jaar vastgezeten – in de gevangenis en thuis.

Ondanks haar populariteit was ze niet onomstreden.

Tweemaal mocht Bhutto regeren. De eerste keer twintig maanden, de tweede keer van 1993 tot 1996. Beide malen stuurde de president haar naar huis; ze werd verdacht van nepotisme en corruptie. Haar echtgenoot, cementfabrikant Ali Asif Zardari, was tijdens haar tweede bewind minister van investeringen. Deze ‘Mister 10 procent’ vroeg overal geld voor. Hij zat acht jaar vast, onder meer voor corruptie.

Tijdens haar tweede bewindsperiode kwam haar broer Murtaza om het leven. Murtaza zag zichzelf eigenlijk als de opvolger van zijn vader binnen de partij, hij was een rivaal van Benazir, maar hij werd tijdens een duistere schietpartij met de politie in 1996 neergeschoten. Tegenstanders van Bhutto, onder wie Murtaza’s dochter Fatima, zeggen dat Benazir achter zijn dood zat.

Tien jaar eerder was haar andere broer, Shahnawaz, die ook actief was in de politiek, eveneens onder verdachte omstandigheden omgekomen.

In 1999 ontvluchtte Bhutto het land nadat een rechtbank haar had veroordeeld voor corruptie, een uitspraak die volgens haar onder politieke druk tot stand was gekomen. Pas op 18 oktober van dit jaar keerde zij terug. Zij werd in Karachi opgewacht door duizenden aanhangers, en een man die zichzelf liet exploderen tussen de mensen; bij deze aanslag kwamen bijna 150 mensen om.

Ze was teruggekomen om van het Pakistan van Musharraf, de president in generaalsuniform, weer een democratie te maken. De waarschuwingen voor aanslagen op haar leven ten spijt.