In de ban van Tsaar Rudolf

Op 16 juni 1961 liep in Parijs een jonge danser van het Kirov Ballet over naar het Westen. Voor Rudolf Nureyev begon een grootse triomftocht, die nu tot in de finesses is gereconstrueerd.

Julie Kavanagh: Rudolf Nureyev. The Life. Fig Tree Penguin Books, 787 blz. €43,–

Bij het openslaan kraakt de nieuwe biografie van Rudolf Nureyev als een oude danser ’s ochtends bij het opstaan. 787 bladzijden plus drie fotokaternen later, wanneer alles van wieg tot graf voorbij is, en de rug bij het dichtslaan nog altijd kraakt, resten wrange gedachten. Vooral over de tijd die is verstreken.

Rudolf Nureyev. The Life is heel erg dik. Rudolf Nureyev de danser was in vorm.

Het boek is zwaar. Nureyev was zo licht dat de lucht hem droeg zolang hij wilde.

Het boek is traag. Nureyev was snel.

Het boek is breedvoerig. Zelden springt het, glanst het, flitst het, overdondert het met de theatrale kracht die Rudolf Nureyev tot de beroemdste naoorlogse balletdanser ter wereld heeft gemaakt.

Van zijn geboorte, tijdens een treinreis langs het Baikalmeer in 1938, tot zijn dood aan de gevolgen van aids in 1993 reconstrueerde Julie Kavanagh Nureyevs levensloop op basis van een duizelingwekkende hoeveelheid mondelinge en schriftelijke getuigenissen. Bijkans van dag tot dag. De nachten inbegrepen. In haar streven zowel Nureyevs sterke verhalen als zijn geheimen te ontmaskeren, overtreft ze haar vele voorgangers in de detailvoering.

Zo kwam ze op het spoor van de Oost Duitse danser Teja Kremke, wiens nalatenschap filmmateriaal bevat van de nog ongepolijste jonge danser Nureyev in Leningrad. Ze dook brieven op van zijn grote liefde, de befaamde Zweedse danser Erik Bruhn. Beide vondsten verdiepen het portret van de egocentrische, magnetiserende Nureyev. Maar de zoveelste geliefde (mannen en enkele vrouwen), de zoveelste saillante mededeling over zijn roofdierlijke seksuele verzameldrift wordt op den duur vermoeiend.

Misstappen

Waar komt het toch vandaan, het idee dat een biografie volumineus dient te zijn? Dat een kunstenaar pas gekend wordt door vivisectie te plegen op heel zijn handel en wandel en door alle bevindingen, inclusief die van de vorige biografen, aaneen te rijgen? Biedt boekhoudkundige volledigheid werkelijk inzicht in, in dit geval, de ultieme tragische Russische figuur?

Niets blijft, van de danskunst, al leek Nureyev de vluchtigheid van zijn vak te loochenen met zijn alomtegenwoordigheid op toneel, en daarbuiten. Tsaar Rudolf, de Russische James Dean, popicoon in de jaren zestig en zeventig toen klassiek ballet allesbehalve aansloot bij de tegencultuur op straat, was larger than life. Zijn rebelsheid en charme, zijn uitbarstingen, triomfen en misstappen, de vriendschappen met veel happy few en de conflicten met dansers, filmregisseurs, theaterdirecteuren, het legendarische partnerschap met de veel oudere Engelse ballerina Margot Fonteyn, zijn verlangen naar en angst voor het land van herkomst. Dat alles en bovenal zijn drang om te blijven dansen, ongeacht wat iedereen ervan vond, maakt hem fascinerend én lastig voor elke biograaf.

Om één wapenfeit, één datum draait dat leven. Het blijft een bloedstollende thriller, hoe de 23-jarige ster van het Kirov Ballet op 16 juni 1961 op het Parijse vliegveld Le Bourget aan de aandacht van zijn KGB- bewaking ontsnapte en in zes stappen bij twee Franse politieagenten was tegen wie hij verklaarde, dat hij in Frankrijk wilde blijven. Wereldnieuws.

Verspreid in de ‘definitive biography, ten years in the making’ bevinden zich de bouwstenen van een nieuw verhaal, dat zich nu pas aftekent. Het lijkt zoveel langer geleden dan het is. Het land dat Nureyev ontvluchtte, bestaat niet meer. De plek waar hij zijn ‘zes stappen naar de vrijheid’ nam, is inmiddels een luchtvaartmuseum. Het KGB-dossier over Nureyev is toegankelijk geworden. Diane Solway (Nureyev. His Life, 1998) trof er de bange vermoedens van de danser in aan: plannen om hem te ontvoeren, zijn kostbare benen te breken, hem te vermoorden.

De veroordeling, bij verstek, tot zeven jaar gevangenschap wegens landverraad, is verjaard. In het huidige Sint Petersburg mag zijn naam allang hardop genoemd worden. De befaamde Vaganova academie van het Kirov Ballet geldt niet meer als het gesloten bolwerk dat het gedurende een eeuw van politieke en maatschappelijke turbulenties was geweest. Dansers hoeven niet meer te vluchten om te kunnen dansen wat en waar ze wensen. Het tijdsgewricht waarvan Nureyev de meest zichtbare exponent was, is voorgoed voorbij.

Nureyev hunkerde naar de westerse dans die hij kende van horen zeggen, van plaatjes en een enkele opname. Eenmaal ‘overgelopen’ bleek dat die stijlen, in belangrijke mate ontwikkeld door Russische emigrés uit het tijdperk vóór hem, hem niet pasten. Kavanagh leunt sterk op Rudi van Dantzig, choreograaf en destijds artistiek leider van Het Nationale Ballet, die door Nureyev ontboden werd in 1968. Ze vermeldt de aanstaande Engelstalige uitgave van diens boek over Nureyev (Het spoor van een komeet uit 1993), waarvan ze het manuscript grondig heeft geraadpleegd.

Van Dantzig begreep hoe belangrijk het optreden van de ster voor het aanzien van zijn gezelschap was, maakte werk voor hem en raakte bevriend met hem. Hij schetst Nureyevs onvermogen zich ondergeschikt te maken aan de eisen van modern ballet. Nureyev kon het zich niet naar believen toe-eigenen, zoals hij op magistrale wijze deed met de grote Russische klassieken, waarvan hij de puurheid en de finesses wist over te brengen op de westerse solisten en gezelschappen met wie hij werkte.

Nuri-nieuwtjes

Dansers, ook oud-dansers, bezitten het vermogen hun fysieke geheugen aan te spreken zelfs zonder een pas te zetten. In hun spieren is als het ware de herinnering opgeslagen aan het repertoire dat ze hebben opgebouwd. Dit verfijnd ontwikkelde neurologisch fenomeen, proprioceptie, spreekt zeer tot de verbeelding van de buitenstaander, maar zijzelf weten niet anders. Nureyevs danspartners van weleer dragen dus zijn erfenis met zich mee. Die schat openbaar maken, zou de ideale biografie van Nureyev opleveren. Over zijn danskunst. ‘Nureyev. The Art.’ Of gaat het daar niet om?

Middenin haar boek raakt Kavanagh, onbedoeld, de essentie van het ultieme tragische Russische personage met een passage over de Nuri-fans. Hoe ze dagen (en vaak nachten) ‘elbow to elbow’ in blokkenlange rijen stonden om een kaartje te bemachtigen, al uren voor aanvang in een roes verkeerden elkaar opzwepend met Nuri-nieuwtjes, tijdens het optreden open doekjes aanzwengelden, het slotapplaus eindeloos lieten voortduren en hun bloemen strooiden, bij de artiestenuitgang opdrongen om een glimp van hem op te vangen, en dan na afloop tot in de kleine uurtjes nagenoten.

Erbij te zijn. Het deed me denken aan een scène waarvan ik in januari 1981 in Zürich getuige was. Op de gang van het operahuis had zich een slinger gevormd van jongens die elkaar met kennersblik monsterden. Zodra de deur van de kleedkamer open zwaaide, ging een siddering door de rij wachtenden. Sommigen ontblootten, met viltstift in de aanslag, hun armen, hun borst. Tsaar Rudolf had haast. De poncho fladderde achter hem aan terwijl hij voortschreed op zijn hoge laarzen, de baret schuin op de fraaie kop met de brutale, Tataarse trekken. Weg was hij. Slechts een paar geluksvogels droegen nu op hun huid het handschrift van Nureyev. Al zou ook dat, na een paar keer wassen, verdwijnen.