‘Ik wist niet dat de auto zo emotioneel ligt bij mannen’

Bij bedrijven die niet duurzaam werken, moet de Rabobank kritisch zijn, zegt directeur maatschappelijk verantwoord ondernemen Bart Jan Krouwel. Ook al kost dat klanten.

Hij had eigenlijk knuffelend met een koe op de foto gewild, vertelt Bart Jan Krouwel (61), terwijl hij zijn banjo in de hoek van de kamer legt. „Ik ben daar heel goed in. Die koeien worden helemaal lijp, ze laten hun tong uit hun bek hangen van vreugde. Ik heb het laatst gedaan toen ik met een aantal collega’s bij een zorgboerderij op bezoek was. Je zag ze kijken: wat doet die Krouwel nu weer?”

Krouwel is directeur maatschappelijk verantwoord ondernemen bij de Rabobank. Al sinds 1996. Hij is geen man die vragen afwacht. Nog voor hij koffie heeft ingeschonken, gaat hij verder met vertellen. „Ik ben grootgebracht in de Betuwe waar in de boomgaarden allemaal beesten rondliepen. In de winter, als ze op stal stonden, lag ik altijd te knuffelen met die koeien in het stro. Die koeien werden helemaal gek als ze in de lente weer naar buiten mochten en vers gras konden eten. Maar ik was zo dom om te denken dat ik gewoon mijn lievelingskoe kon aanhalen. Die koe koos voor het gras. Het gevolg: ze nam me op haar hoorns en boem, daar lag ik.”

Krouwel was al bezig met duurzaam bankieren toen het woord nog uitgevonden moest worden. Hij werkte in 1977 nog bij de Crediet- en Effectenbank, toen hem werd gevraagd de eerste directeur van de Triodos Bank te worden, de bank die nu geldt als voorloper in het milieubewust en maatschappelijk verantwoord bankieren en beleggen. Hij maakte een uitstap naar de antroposofische gezondheidsinstellingen op het Medisch Centrum Berg en Bosch. In 1996 ging hij naar de Rabobank.

Daar probeert hij maatschappelijk verantwoord ondernemen in de praktijk te brengen. „Als wij de gevolgen van CO2-uitstoot willen bestrijden door bomen te planten, dan staat de wereld straks bomvol met bomen en hebben we nog steeds CO2-uitstoot. We moeten stoppen met auto’s maken die CO2 uitstoten. Dan zegt iedereen: dat kan toch niet. Maar waarom niet? Kijk naar de technologische innovaties die we al hebben.”

Was het afgelopen jaar makkelijker om binnen de Rabobank uw werk te doen?

„Een van mijn statements is: ik ben nog elke dag gefrustreerd. Dan schrikken mensen altijd. Er moet nog heel veel veranderen in de wereld voordat ik mijn idealen heb verwezenlijkt. Maar er is al veel gebeurd in de dertig jaar sinds wij met de Triodos Bank begonnen, en het gaat steeds sneller.

„6 oktober 2006 was een belangrijke dag: de dag dat Al Gore hier was voor de Nederlandse première van zijn film. Voor die tijd kon je over het klimaatvraagstuk praten als Brugman, maar kwam de boodschap bij veel mensen niet aan. De wijze waarop Gore het heeft weten te brengen, heeft iets losgemaakt, los van de vraag of hij gelijk heeft. Mensen moeten de boodschap nog wel verinnerlijken en zich echt anders gedragen. Veel mensen roepen dat van alles moet veranderen maar handelen er zelf nog niet naar.”

Hoe is dat bij uw eigen bank?

„Vorige week heeft onze bestuurder Hans ten Cate intern veel stof doen opwaaien door in een interview met De Boerderij een pleidooi te houden voor duurzame landbouw en te zeggen dat boeren verder moeten gaan dan zich alleen aan de geldende wet- en regelgeving houden. Ten Cate voorspelde dat hij veel commentaar zou krijgen. Nou, dat klopte.

„Het is intern een lastige discussie als ik zeg dat de veehouderij duurzamer en minder intensief moet. Biologisch is amper 2 procent van onze activiteiten. En die andere 98 procent van de boeren vindt dat wij voor hen moeten opkomen. Wij moeten voor een duurzame landbouw nieuwe producten en diensten bedenken. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen idealisme, maar keiharde zakelijke werkelijkheid.

„Als je nu maatschappelijk verantwoord ondernemen niet integreert in je doen en laten, ben je er over tien jaar niet meer. Dan ben je niet innovatief genoeg geweest, of stijgen je kosten door strengere regelgeving. Bankiers moeten van volgers trendsetters worden. Dat is een enorme ommekeer. Dezelfde collega’s die nu staan te kirren van plezier over het geld dat ze verdienen aan de handel in CO2-emissierechten, zeiden mij vijf jaar geleden nog dat ze er totaal geen markt in zagen.”

U moet dus als bank veel meer doen dan voorheen?

„Bij traditioneel denkende bankiers heerst nog een onterechte angst om met klanten in gesprek te gaan of ze niet iets moeten veranderen in hun bedrijfsvoering. Wij hebben boeiende discussies in onze commissie ethiek. Of wij zaken moeten doen met een bedrijf dat in opspraak is geraakt door een groot gifschandaal. Mijn commerciële collega’s zeiden: dat bedrijf is officieel nog niet eens in staat van beschuldiging gesteld. Toch houden wij ze vooralsnog buiten de deur.

„Maar het zou fantastisch zijn als dat bedrijf in zijn sector, waar heel veel misgaat, het voortouw neemt om het probleem aan te pakken. Volgende week ga ik bij de raad van bestuur langs. Maar intern is de kritiek dat het niet onze rol is om een bedrijf dat te vertellen.”

Accepteren klanten het dat u ze komt vertellen dat het anders moet?

„Ja, dat doen ze. Al hebben we nu een probleem rond Wilmar, een grote Aziatische producent van palmolie. Milieudefensie pakt ons in de media hard aan dat wij zo’n ‘desastreuze producent’ financieren. Het is de vraag of Milieudefensie gelijk heeft. Wij zijn bovendien maar een van de vijftien internationale banken die Wilmar als relatie heeft. Als wij dat bedrijf opgeven, gebeurt er niets.

„Wij zitten nu regelmatig met het bedrijf aan tafel om goede criteria op te stellen voor certificering, samen met de milieubeweging, de andere banken en grote afnemers als Unilever. Maar gaat Wilmar zich ook aan de criteria onderwerpen? Als ik dat vraag, vinden mijn collega’s in Singapore mij te streng. Zij zijn bang dat Wilmar naar een van die andere veertien gaat.

„Wilmar zal uiteindelijk wel meedoen. De clou is dat als je bot nee zegt tegen een klant hij naar een andere bank gaat die niet zo kritisch is. Door in gesprek te gaan, kun je dingen veranderen.”

Bij PGGM en ABP zijn ze in beroering geraakt door de uitzending van ‘Zembla’ waarin deze pensioenfondsen beschuldigd werden van financiering van landmijnen en clusterbommen. Wordt daar bij u nu ook discussie over gevoerd?

„Die uitzending hebben we allemaal geweten. Iedereen is er volop mee bezig. We hebben een aparte commissie Wapenindustrie opgericht. We gaan alle bedrijven na op de lijstjes van actiegroepen en delen ze in drie categorieën in.

„Rood zijn bedrijven die dingen doen die wij niet willen financieren en waar we afscheid van gaan nemen. Oranje: een grijs gebied met bedrijven waar we nog niet genoeg van weten. Groen: Klanten waarvan we kunnen verdedigen dat we ze houden. Een behoorlijk aantal bedrijven zit in rood en een vrij grote groep is oranje.

„De groslijst gaat nu naar de raad van bestuur en die beslist binnenkort welke bedrijven wij niet meer als klant willen hebben. Maar lastig is het wel. Stel dat een bedrijf heel veel goede dingen doet en maar een ietsiepietsie actief is met dingen die wij niet leuk vinden. Moeten we dan zeggen: wegwezen? En als een bedrijf voor een paar procent actief is met een controversieel wapen, maar daar wel de hele wereldmarkt mee beheerst? Dan stel ik voor te stoppen met investeren, zij kunnen het probleem de wereld uithelpen.”

Was u dertig jaar geleden al begaan met deze onderwerpen toen u voor Triodos werd gevraagd?

„Het kwam voorbij. Ik werkte bij de Crediet- en Effectenbank, die toen een dochter was van de NMB. Daar zaten mensen in de raad van bestuur die erg antroposofisch waren ingesteld. Binnen de NMB konden ze nooit een bank oprichten gebaseerd op het gedachtengoed van Rudolf Steiner. Dus richtten ze de Triodos Bank op. Voor mij was het nieuw, ik kwam niet uit de antroposofische beweging. Maar alle drie mijn kinderen zijn daarna naar de Vrije School gegaan. Zij waren daar zielsgelukkig en ik was stinkend jaloers dat ik nooit naar zo’n school was geweest.”

Heeft het antroposofisch gedachtengoed nog steeds veel invloed op uw functioneren?

„Mijn grootste hobby is thuis groente telen, alles biologisch. Ik heb een antroposofische huisarts en zal zelden naar een niet-antroposofische arts gaan. In onderwijs, gezondheidszorg en landbouw volg ik dus de antroposofie. Maar ik heb soms moeite met de mensen die zich antroposoof noemen, die zijn vaak zo verdomd dogmatisch. Daar verander je de wereld niet mee.”

Heeft u het idee dat u altijd het goede voorbeeld moet geven?

„Dat is lastig, want ik doe ook verkeerde dingen. Ik rij veel auto, ik vlieg veel. Ik heb wel mijn Volvo V70 weggedaan, ik rijd sinds twee jaar een Toyota Avensis met roetfilter. Dat was toen ik hem kocht de meest milieuvriendelijke diesel. Die staat hier in de garage tussen de BMW’s en Audi’s. Dan zie je ze wel kijken: hij rijdt maar een Toyota. Ik wist niet dat een auto zo emotioneel ligt bij mannen.

„In 2005 besloten we dat iedereen een lease-auto met een milieulabel ABC moest gaan rijden. Er hebben wat mannen tegen me aan lopen zeiken, sorry dat ik dat woord gebruik. Zelfs in de lift werd ik erover aangevallen. Waar heb je het dan over?”

Bent u de duurzaamheidsnar van de Rabobank?

„Ik mag graag overdrijven om te zorgen dat mensen gaan relativeren. Ik stel dingen scherp, niet om de lolbroek uit te hangen maar om mensen voor te houden dat ze ergens veel te star in zitten. Ook op duurzaamheidsgebied. Niets mag bijna meer, dan is het leven toch niet meer leuk? 28 december is mijn verjaardag, dat is de Dag van de Onnozele Kinderen. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar ik ben er heel trots op.”