‘Ik lig niet wakker van mediadruk’

Voor de tweede keer in zijn carrière is Martin Bruin benoemd tot juryvoorzitter bij de Ronde van Frankrijk. „De Tour staat er beter voor dan tien jaar geleden.”

Gisteren maakte de internationale wielerunie UCI bekend dat Martin Bruin (60) komende zomer juryvoorzitter is bij Tour de France. De Hagenaar gaat de functie voor de tweede keer bekleden; in 1998 zag hij tijdens de door dopingaffaires ontsierde Tour Dopage ook toe op het wedstrijdverloop. Bruin, die deze week juryvoorzitter is bij de Nederlandse kampioenschappen baanwielrennen in Alkmaar, maakt tussen de wedstrijden door even tijd voor een gesprek.

Toen u eind jaren negentig werd benaderd om juryvoorzitter te worden bij de Ronde van Frankrijk toonde u zich verrast. Kwam het verzoek deze keer ook uit de lucht vallen?

„Een beetje wel. Twee jaar geleden was ik ook actief als wedstrijdcommissaris in de Tour. Dan verwacht je niet dat je zo snel daarna als juryvoorzitter wordt gevraagd. Maar ik ben blij verrast. Deze benoeming geldt zonder meer als een van de hoogtepunten in mijn carrière.”

Hoe ver strekken de bevoegdheden van de juryvoorzitter?

„Als juryvoorzitter houd je je bezig met de technische en sportieve aspecten van de Tour. Samen met negen commissarissen, onder wie zes motorcommissarissen. Om een voorbeeld te geven: als zich tijdens de eindsprint onregelmatigheden voordoen, moeten wij uitvogelen hoe het in elkaar steekt en met een correcte uitslag komen.”

Tijdens uw eerste voorzitterschap moest u de complete Festina-ploeg als gevolg van een dopingzaak naar huis sturen. Hoe groot is de kans dat u zoiets in 2008 weer overkomt?

„Dat is moeilijk te zeggen. Maar ik maak zoiets niet graag nog een keer mee. Het greep mij destijds erg aan, dat mag u best weten.”

Blijft het bij het bekendmaken van diskwalificaties? Of houdt u zich als juryvoorzitter ook op andere manieren met dopingkwesties bezig?

„Ik maak bekend dat een renner of een ploeg uit de Tour is verwijderd. Daar blijft het bij. Bij de zaak-Rasmussen hoefde de jury vorig jaar bijvoorbeeld niets te doen. Hij was opgesteld door de Rabobank en gelegitimeerd door de UCI. Het was zijn werkgever die hem uit de Tour haalde. Een fait accompli.”

Staat de Ronde van Frankrijk er sinds uw eerste voorzitterschap beter of slechter voor?

„Beter. De dopingcontroles worden nu serieuzer genomen dan toen. En het dopingonderzoek in het Parijse dopinglaboratorium is veel verfijnder. We kunnen een stuk sneller signaleren of renners het wedstrijdreglement hebben overtreden. Dat is pure winst.”

De media-aandacht is sindsdien alleen maar toegenomen. Wordt de psychische druk op de juryvoorzitter daardoor ook groter?

„In de afgelopen editie dwarrelden er 1.500 journalisten rond het circus. Werkelijk alles werd onder het vergrootglas gelegd. Zoiets vergroot de druk, maar dat weet je als je aan deze klus begint. Ik lig er niet wakker van.”