Hoe nu verder met dit land?

Pakistan is een belangrijke bondgenoot van het Westen in de strijd tegen terreur.

Benazir Bhutto beloofde als premier het land ook wat democratischer te maken.

Ze was de hoop van zowel gewone Pakistanen als van Westerse leiders op een stapje richting democratie. Ze was de belangrijkste uitdager van president Musharraf bij de parlementsverkiezingen van 8 januari. Nu is onduidelijk of die verkiezingen nog doorgaan.

Pakistan was diep in schok gisteren, toen het nieuws doordrong dat Benazir Bhutto was omgekomen bij een aanslag in Rawalpindi, de garnizoensstad bij Islamabad. In heel het land – van Muzaffarabad in de Himalaya tot haar thuisstad Karachi aan de Arabische Zee – gingen rouwende en woedende Pakistanen de straat op om te weeklagen over Bhutto’s ‘martelaarschap’.

Bhutto stierf aan het einde van een – ook voor Pakistaanse begrippen – turbulent jaar. Sinds de onafhankelijkheid in 1947 kampt het land met spanningen tussen fundamentalistische en gematigde moslims. En tussen het leger – dat ongeveer de helft van de tijd aan de macht is geweest – en de democratie zoals de grondlegger van Pakistan, Mohammed Ali Jinnah, die voorstond. In 2007, het jaar waarvan president Musharraf vooraf had aangekondigd zijn dubbelfunctie als legerleider op te geven, kwamen al die spanningen samen.

„Ik kan slechts zeggen dat ik na deze aanslag mijn vertrouwen in de toekomst van Pakistan ben verloren, er is geen toekomst, het [land] gaat de ondergang tegemoet”, schreef ‘Atia’ op het populaire weblog pakistaniat.com. De Amerikaanse VN-ambassadeur Zalmay Khalilzad verwoordde het in de internationale gemeenschap breedgedragen gevoel zo: „Het is een grote tragedie omdat ze stond voor gematigdheid, voor rechtsorde, voor democratie in haar land.”

Bhutto nam bewust een risico toen ze op 18 oktober naar Pakistan terugkeerde uit vrijwillige ballingschap in Londen en Dubai, waar ze acht jaar verbleef om corruptieaanklachten te ontlopen. Een commandant van de Pakistaanse Talibaan had gewaarschuwd dat Bhutto met zelfmoordaanslagen ontvangen zou worden, nadat zij in het openbaar had gepleit voor hard optreden tegen islamitische militanten. President Musharraf had haar voor die bedreigingen van moslimextremisten gewaarschuwd, toen hij tegen wil en dank haar terugkeer voor de verkiezingen toestond.

Zij trok zich er niets van aan. „Ik stelde mijn leven in de waagschaal en kwam hier omdat ik voel dat dit land in gevaar is. De mensen maken zich zorgen. We zullen dit land uit deze crisis leiden”, zei ze een paar uur voor haar dood in een toespraak in Rawalpindi. Eén van haar laatste activiteiten was een gesprek met de Afghaanse president Karzai over samenwerking tegen moslimterrorisme.

Dat de dreigementen niet loos waren, was al op dag één van haar terugkeer duidelijk geworden. Twee zelfmoordterroristen sloegen toe terwijl ze feestelijk werd ingehaald in Karachi. Bhutto bleef ongedeerd, 136 anderen kwamen om. De regering legde de schuld bij moslimterroristische groepen, maar Bhutto zelf wees erop dat de straatlantaarns op de plaats van de aanslag uit waren, toeval? Ook gisteren richtten PPP-aanhangers hun verontwaardiging op president Musharraf, die volgens hen te weinig deed voor Bhutto’s beveiliging.

De oppositieleidster en de president hadden tot de zomer een bijzonder slechte verstandhouding. Het afgelopen half jaar raakten zij echter steeds meer tot elkaar veroordeeld. De president, die in 1999 als legerleider met een staatsgreep aan de macht kwam, verloor al langer aan populariteit en raakte in de problemen toen hij in maart opperrechter Iftikhar Chaudhry probeerde te ontslaan.

De eigenzinnige Chaudhry was een bedreiging geworden voor Musharraf, omdat hij bezwaar zou kunnen maken tegen diens kandidatuur voor de presidentsverkiezingen in november. Musharraf had beloofd bij die verkiezingen zijn dubbelfunctie als legerleider op te geven, maar durfde dat toch niet aan. Na zijn verkiezing deed het dat alsnog.

Chaudhry’s ontslag was voor veel Pakistanen een stap te ver. Voor het eerst kwam de rechterlijke macht, die Musharraf altijd trouw gevolgd had, tegen hem in het geweer. Ook de VS raakte in een lastig parket. Washington, dat sinds 11 september 2001 minstens tien miljard dollar aan Musharraf heeft gegeven om Al-Qaeda en de Talibaan aan te pakken, kon die steun niet volhouden zonder ook democratisering te bepleiten. Musharraf maakte het ontslag van de opperrechter uiteindelijk ongedaan.

Voor de regering-Bush was een mogelijk premierschap van Benazir Bhutto het aantrekkelijkst. Zij leidde een seculiere partij. Ze kondigde aan de extremisten in het grensgebied met Afghanistan daadkrachtiger te zullen aanpakken. En ze had een grote aanhang onder de bevolking.

Voor Musharraf was zij de veiligste optie om als president aan de macht te kunnen blijven. Met de derde belangrijke speler in de Pakistaanse politiek, de door Musharraf afgezette oud-premier Nawaz Sharif, zou het waarschijnlijk nóg lastiger samenwerken zijn. Dus liet Musharraf de aanklachten tegen Bhutto opschorten. Een grondwetswijziging die het voor een premier mogelijk moest maken om een derde termijn te dienen, was in de maak.

Vlekkeloos verliep dit scenario overigens niet. Op 3 november riep de president onverwachts de noodtoestand uit, naar eigen zeggen omdat de strijd tegen terreur dat vereiste. Maar volgens tegenstanders was het een wanhoopspoging om zijn volgende presidentstermijn zeker te stellen. Opperrechter Chaudhry en zijn collega’s werden alsnog vervangen door Musharraf-getrouwe juristen, die zijn kandidatuur goedkeurden.

Weinigen durfden gisteren te zeggen hoe het verder moet met het democratiseringsproces in Pakistan. Er is geen gedoodverfde opvolger voor Bhutto binnen haar partij, de PPP, zeker niet één met een vergelijkbaar charisma. Sharif, die gisteren ook drie aanhangers verloor door geweld bij een verkiezingsbijeenkomst in Rawalpindi, zei gisteravond de verkiezingen te zullen boycotten en eiste Musharrafs aftreden. Er wordt gespeculeerd over een nieuwe noodtoestand. Maar eerst volgen nu de door Musharraf afgekondigde drie dagen van nationale rouw.