Het zwijgen van Nederlands eigenzinnigste architect

Cees Dam: Cees Dam. Nieuw Amsterdam, 384 blz. € 45,– Cees Dam: Cees Dam

Cees Dam: Cees Dam. Nieuw Amsterdam, 384 blz. € 45,–

Cees Dam heeft een merkwaardig boek gemaakt. Sterker nog, Cees Dam is het raarste Nederlandse architectuurboek sinds Rem Koolhaas’ SMLXL uit 1997. Het in een knalrode kaft gehulde boek begint als een onvervalste autobiografie. Dat is ook wat hem gevraagd was, schrijft Dam (1932) in het voorwoord: ‘Enige tijd geleden vroeg de uitgever mij of ik ter gelegenheid van mijn 75ste verjaardag terug zou willen kijken op mijn leven, op mijn dromen, op 50 jaar ontwerpen’. Vervolgens begint Dam gedetailleerd over zijn jeugd te vertellen en komt de lezer bijvoorbeeld te weten dat zijn moeder kort na zijn geboorte aan bloedvergiftiging overlijdt en hij onder de hoede komt van de zus van zijn moeder en haar echtgenoot, een jachtopziener in Wijk aan Zee. Hij noemt hen zijn ouders, pap en mam, en zichzelf Le Petit Prince. Dams verhaal over zijn gelukkige jeugd gaat vergezeld van vele oude familiefoto’s.

Maar als hij eenmaal is beland bij zijn studietijd aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, verdwijnt de autobiografie naar de achtergrond. Hoewel familie- en vakantiefoto’s ook in de rest van het boek voorkomen, gaat het vanaf dan vooral over zijn werk als architect en maakt de intimiteit van het eerste deel plaats voor een zekere afstandelijkheid. Over allerlei gebouwen en affaires hult hij zich in stilzwijgen. De Amsterdamse Stopera bijvoorbeeld, toch Dams beruchte magnum opus dat met onnoemelijk veel gekrakeel tot stand kwam, behandelt hij heel kort. ‘Het geharrewar laat ik voor wat het is’, schrijft hij doodleuk.

Over zijn leven als Nederlands bekendste architect en architectonische evenknie van Jan des Bouvrie laat Dam evenmin veel los. Op een brokkelige, onsamenhangende manier vertelt hij over zijn werk. Lezingen, mijmeringen over bijvoorbeeld Georges Braque en dan toch weer ineens een ode aan zijn overleden vrouw wisselen elkaar af.

Ondanks het gefragmenteerde karakter geeft Cees Dam een duidelijk beeld van de schrijver: Cees Dam is de eigenzinnigste architect van Nederland. Onafhankelijk van welke school of stroming dan ook ging Dam zijn eigen gang en schiep zo een oeuvre dat opvallend onmodieus is. Typerend voor Dams onverstoorbaarheid is wat hij schrijft over Aldo van Eyck, van wie hij op de Academie les kreeg. Terwijl Van Eyck (1918-1999) nog steeds geldt als het met een zekere heiligheid omgeven geweten van de naoorlogse Nederlandse architectuur, noemt Dam hem ‘eigenlijk niet zo’n goede bouwmeester’.