Het stickie wordt hard

Het softdrugsbeleid in Nederland is toe aan herijking. Tot zover kan de oproep die vijf burgemeesters, drie korpschefs en twee oud-ministers eerder deze maand deden, worden onderschreven. Maar de richting waarin zij het zoeken – minder repressie, meer nationale beleidsvrijheid – houdt te weinig rekening met nieuwe kennis en actuele ontwikkelingen. Het beleid wordt al jaren gekenmerkt door tegenstrijdigheden, waarover min of meer is afgesproken dat ze samen een balans vormen tussen repressie en gedogen. De risico’s van cannabisgebruik wegen daarin echter onvoldoende mee.

Nieuwe medische inzichten wijzen op ernstige gezondheidsrisico’s bij cannabisgebruik, met name op geestesziekten. Onder jongeren in risicogroepen is cannabismisbruik een belangrijke probleemversterker. Voorlichting over de kwalijke neveneffecten van cannabis schiet tekort.

Wiet is de laatste jaren door veredeling chemisch sterker geworden. Het stickie is allang niet meer de pretsigaret waar babyboomers hun eerste giechelstuip bij kregen. Het heeft ten onrechte nog wel die roep: de relaxte geestverruimer. Maar het softe stickie is hard op weg een harddrug te worden. Vooral jongeren zijn kwetsbaar. Van de cannabisverslaafden is het merendeel jonger dan 22. Excessief gebruik komt vooral voor bij jongeren die al zwak staan door etnische of sociale afkomst. Sociaal-maatschappelijk is wiet, zeker in combinatie met alcohol, voor hen vaak een snelle weg naar de afgrond. Angst, paniek en psychosen kunnen bij gebruik van grotere sterktes snel voorkomen. Bekend was dat cannabis schizofrenie kan verergeren. Nu is ook aangetoond dat cannabis het risico erop kan verhogen. Het gaat dan om mensen bij wie door hun genetische aanleg dopamine niet snel genoeg uit de hersens verdwijnt. Dat is ongeveer een kwart van de bevolking. De kans voor pubers met dit profiel om schizofreen te worden door cannabis is tien keer zo groot. Scholieren, van wie naar schatting één op de tien cannabis rookt, zetten zo hun toekomst op het spel. Cannabisgebruik kun je maar beter voorkomen, concludeerde hoogleraar psychiatrie René Kahn onlangs nuchter.

Het recente plan van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) om „het normaliseringsproces rondom het kweken van hennep [..] te doorbreken” kan daarom alleen maar worden toegejuicht. Maar daar houdt het niet op. Als kweken niet normaal is, is vrij gebruik van het eindproduct dat dan wel? Dat coffeeshops bij scholen nu worden gesloten, is een bescheiden stap in de goede richting. Aanbod schept immers vraag. De bedreiging van de jeugd door alcohol staat op de politieke agenda. Er is geen reden om niet even voortvarend op te treden tegen hasjgebruik. Cannabis is onschuldig noch onschadelijk.