Een plaag opeten met Oudjaar

Oesters houden huis in de Oosterschelde. En in de Waddenzee. Niet de oesters die er al zo lang wonen als er biologen zijn, maar Japanse. Ze horen hier niet, zeggen biologen, want voorheen zagen we ze er niet. En ze eten alles voor de neus van autochtone oesters weg. Een plaag. Opeten!

Yerseke verpakt Japannertjes, creuses in beschaafde maten, in houtspanen kistjes of (beter) in plastic met extra zuurstof waarin de schelpdieren het langer naar hun zin hebben. Wie een Zeeuwse stroper kent of eentje van een Waddeneiland kan om grotere ruige oesters vragen, voor een kwartje per stuk. Of raap en pluk ze zelf bij laag water. Zulke grote zijn erbij, dat je er met je hele gezin van kunt eten. Ze zijn nog moeilijker open te krijgen dan de keurige uit Yerseke.

Een lezeres vroeg of ik een machine weet. Ik heb er ooit twee gezien. Een dikke plank met een knikkerputje en een mes dwars op een hendel die scharniert in een stalen oog op de plank. De ene hand moet de hendel bewegen, de andere hand een oester in het knikkerputje vastdrukken. Het is bijna net zo onveilig als een los oestermes in de hand van een kluns.

Er is ook een elektrisch aangedreven oestermes, een kleine variant van een machine die hout klieft voor de open haard. Hij is alleen geschikt voor oesters in beschaafde maten. Niet voor grote wilde. Een goed oestermes en een sterke man zijn ideaal eigenlijk. Maar onhandige rechtse mannen met weinig oesterervaring steken het mes gemakkelijk dwars door hun linkerhand als de oester niet meewerkt. Linkse helden doorboren hun rechterhand waarin ze de oester vasthouden.

Een winkelier in kookgerei en keukengereedschap in Utrecht heeft er wat voor te koop en overdrijft meteen nogal. Hij stuurt me een foto van zichzelf, gekleed in een stalen schort dat reikt van borst tot enkels. Een maliënkolder. Gevechtskleding van voor de uitvinding van het buskruit.

De vijand wil je met zijn zwaard stuk maken maar komt niet door je jurk heen. Het kledingstuk van duizenden metalen ringetjes aan elkaar houdt het zwaard tegen. Dus ook het oestermes. Maar erg waarschijnlijk is het niet dat het mes in je buik belandt bij een poging een oester te openen. De oesterheld met helemaal zo’n stalen schort voor wekt op het feestje het tegendeel van vertrouwen.

De enkele handschoen biedt genoeg soelaas. Slagers die nog zelf uitbenen gebruiken hem, je ziet ze in de visverwerkende industrie en in slachterijen. Soms hebben uitbeenders er aan beide handen een, meestal alleen aan de hand die de botten vasthoudt. Een zilveren handschoen, een breiwerk van roestvrijstalen ringetjes.

Hij beschermt vooral tegen snijwonden, een steek houdt hij niet helemaal tegen, maar de punt van het mes kan niet diep de hand binnendringen. Potten en Pannen in Utrecht importeert voor de feestdagen de handschoen uit Frankrijk, merk Wilco (www.manulatex.fr).

De handschoen wordt in Frankrijk aanbevolen voor gebruik bij elektrische messen die voordat je er erg in hebt je hele hand eraf kunnen lispelen. Met zo’n handschoen aan kan dat niet, het mes loopt erin vast.

Oesters eet men bij champagne met Oudjaar, wil hier en daar de traditie. Zeker bij Frans georiënteerde culinaire klanten van deftige kookwinkels in Nederland. De voortvarende keukenwinkelier heeft daarom de handschoen in oudejaarsaanbieding, 125 euro met een gratis oestermes. Maar dat mesje! Het is te klein met een smal glad heft. Dat vraagt om een stalen handschoen.

Wouter Klootwijk