Een kippenvelmoment

cd klassiek

Schönberg Gurrelieder

SWR o.l.v. Michael Gielen *****

Als Arnold Schönberg (1874-1951) op zijn 26ste net zo tragisch jong zou zijn overleden als de Italiaanse barokcomponist Giovanni Pergolesi, zou hij nu geliefd en beroemd zijn, in plaats van verwenst en berucht. Hij zou worden gezien als de briljante veelbelovende componist van het mystieke en intense strijksextet Verklärte Nacht (1899) en van de sprookjesachtige monumentale Gurrelieder (1900) voor groot orkest, koren en solisten.

Het onvoltooid achtergebleven werk over Waldemar, de koning van Gurre die God vervloekt en dan zijn geliefde Tove verliest, zou door een andere componist zijn voltooid en Schönberg eeuwige roem hebben bezorgd. Weinig in de laat-romantische muziek is immers zo aansprekend, zo beeldend en afwisselend als dit oratorium op tekst van de Deen Jens Peter Jacobsen. Uiteindelijk vervloekt God Waldemar, die voor eeuwig ’s nachts met zijn mannen door de wouden van Gurre moet rossen, net als de Vliegende Hollander bij Wagner voor eeuwig over de zeeën moet varen

Alleen al in de Gurrelieder die magistrale, stralende zonsopgang, na die wilde, duistere nacht! Steeds luider, steeds lichter, steeds hoger hoort men in de aanzwellende zang der machtige koren en in het crescendo van het reusachtige orkest de zon boven de horizon uitstijgen tot een overweldigende climax is bereikt. Het is, naast de finale van de Achtste symfonie van Mahler, een van de absolute kippenvelmomenten in de de muziekhistorie.

Maar Schönberg bleef leven en voltooide zelf de orkestratie van zijn Gurrelieder in 1911, toen hij al een paar jaar atonale muziek schreef en daarmee de muziekwereld op zijn kop zette. Schönberg , introduceerde daarna nog het twaalftoonssysteem: alle tonen van het octaaf zijn even belangrijk, de toonsoort werd afgeschaft. Zo werd Schönberg in de ogen van velen de oervader van alle avant-gardisme, van alle pling-plong-ellende.

Schönbergs Gurrelieder bleven een verdacht curiosum. Het toppunt van overweldigende laatromantiek, dat Wagner, Strauss, Mahler en Schönbergs eigen ‘Sprechgesang’ geniaal samenvatte, was afkomstig van een als geen ander omstreden avant-gardist.

Juist wie niet van Schönberg houdt, luistere naar de spectaculaire uitvoering van de Gurrelieder door het Duitse SWR-radio-orkest onder leiding van de 80-jarige Michael Gielen: verblindend grandioos. In de rol van Waldemar is Robert Dean Smith de mindere van Siegfried Jerusalem op de Decca-opname van Chailly. Het bijzonderste van deze live-opname is dat uiterst gematigde tempo – Chailly kwam tot 100 minuten, Gielen doet er nog 21 minuten bij, zonder ook maar iets aan spanning te verliezen. De zonsopgang, bij Chailly 4 min. 39 sec., duurt bij Gielen 6 min. 17 sec.: bijna eindeloos.