Een briljante alliantie van buitenstaanders

Wilhelm Raabe: Oliebol. Vertaald door Ard Posthuma. L.J. Veen, 224 blz. € 24,90

Zoals men graag over ‘de oude Fontane’ spreekt, als het over 19de-eeuwse Duitse literatuur gaat, heeft men het ook wel eens over ‘de oude Raabe’. De twee tijdgenoten bereikten hun hoogtepunt in het laatste decennium van de 19de eeuw, toen ze al min of meer bejaard waren. Fontane deed het met zijn romans Effi Briest en Der Stechlin, Wilhelm Raabe met de novelle Das Odfeld en vooral met de zojuist in een briljante vertaling verschenen roman Stopfkuchen uit 1891.

Maarten ’t Hart noemde dit laatste werk ‘een van de grootste romans van de 19de eeuw’, en dat was een van de zeldzame momenten waarop hij zich niet te buiten ging aan overdrijving. Stopfkuchen (vertaald als Oliebol) is humoristisch en spannend, de vertelvorm is verrassend modern. Je vraagt je af waarom dit werk, dat van een diepe levenswijsheid getuigt, hier zo lang onbekend is gebleven.

Wilhelm Raabe (1831-1910) was een uitermate productieve schrijver, die met enkele sentimentele en tamelijk traditioneel vertelde jeugdromans een groot publiek bereikte. Later distantieerde hij zich van deze ‘verschaalde jeugdkwark’ en werd zijn techniek geraffineerder en veeleisender. Zijn beste werken herinneren met hun springerige vertelvorm en hun soms bizarre uitweidingen en terzijdes enigszins aan Lawrence Sterne en vooral Jean Paul, die een van Raabes lievelingsauteurs was.

Raabes beroemdste roman Stopfkuchen wordt verteld door een zekere Eduard, een gewezen scheepsarts uit Duitsland die nu als boer in Zuid-Afrika woont. Hij bevindt zich op de terugreis van Hamburg naar Kaapstad, en van de vier weken durende scheepstocht maakt hij gebruik om zijn ervaringen in het vaderland op schrift te stellen. In zijn Duitse geboortestreek heeft hij zijn jeugdvriend Heinrich Schaumann alias ‘Stopfkuchen’ ontmoet; de ietwat merkwaardige bijnaam heeft hij te danken aan zijn dikte en vraatzucht. Schaumann is een uitgesproken zonderling en individualist, van kindsbeen af door iedereen bespot en ook voor dom en lui versleten. Op school had hij moeite met de lessen, de studie theologie kon hij niet afmaken (waardoor zijn vader hem op straat zette); het gerucht gaat dat hij een bastaardkind is. Maar in werkelijkheid is Schaumann juist een intelligente en fijngevoelige man, die zijn kwetsbaarheid achter ironie en spotzucht verbergt.

Schaumann is getrouwd met Valentine, de dochter van een inmiddels gestorven boer, die lange tijd – ten onrechte, zoals uiteindelijk blijkt – van een moord werd verdacht. Zij is al net zo’n buitenstaander als haar echtgenoot; eenzaam en gestigmatiseerd is ze opgegroeid (haar moeder overleed jong), door iedereen werd ze gemeden. De passages, precies in het midden van de roman, waarin Valentine terugblikkend vertelt over het ontstaan van de liefde tussen haar en Schaumann en hoe ze ‘door kennis te krijgen aan Heinrich van verwilderd dier tot rust en menselijkheid kwam’, behoren tot de ontroerendste en onvergetelijkste uit Raabes oeuvre – en misschien wel uit de hele Duitse literatuur van de 19de eeuw.

Twintig of dertig bladzijden heb je nodig om te wennen aan Raabes nogal particuliere stijl en vertelwijze, aan de retoriek en de vele herhalingen als stijlfiguur. Raabes ‘zee- en moordverhaal’, zoals de ironische ondertitel luidt, leeft deels van de spanning, die handig wordt opgevoerd en pas tegen het slot wordt opgelost.

Stopfkuchen luidt de zelfs voor Duitsers tamelijk vreemde titel van deze roman; ook in de gespecialiseerde woordenboeken komt het woord niet voor. (Een ‘Stopfkuchen’ is het laatste restje deeg waarin de resterende rozijnen, boter en suiker worden gestopt, een verwijzing naar de vraatzucht van de hoofdpersoon.) De Nederlandse titel Oliebol is uitstekend gekozen, het betreft immers niet zozeer een scheldwoord als wel een goedmoedig invectief. De vertaling van Ard Posthuma is vindingrijk, secuur en volledig aangepast aan de diverse stijlregisters van het origineel. Gelet op de moeilijkheidsgraad mag je gerust van een uitzonderlijke vertaalprestatie spreken. Kortom, een voorbeeldige editie van een van de grote romans uit de 19de-eeuwse wereldliteratuur.