Duizend kransen met de allermooiste wensen

Leontine Buijnsters-Smets: Decoratieve prenten met geschreven wensen, 1670-1870. Vantilt, 256 blz. € 34,90

Wie denkt dat een handgeschreven groet in de mail-, chat- en sms-maatschappij passé is, heeft het in elk geval in deze tijd van het jaar bij het verkeerde eind. In december 2007 worden zo’n 190 miljoen kerstkaarten verstuurd. Op die kaarten is de groet of wens (Gelukkig Nieuwjaar!) meestal al voorgedrukt, en hoeft de afzender er alleen nog enkele persoonlijke woorden, of hooguit zijn naam, aan toe te voegen.

De voorbedrukte ansichtkaart is een 19de- eeuwse uitvinding. Dat betekent niet dat tot dan toe helemaal geen papieren wensen circuleerden. Integendeel, in Nederland, Duitsland en Engeland kende men vanaf de 17de eeuw de traditie van de ‘wenskrans’, ook wel ‘wensbrief’ genoemd; een blad papier met een decoratieve, voorgedrukte sierrand (de ‘krans’). Binnen zo’n krans schreven schoolkinderen, in hun allermooiste handschrift, een gedicht of rijmbrief om hun ‘Geliefde Vader en Moeder’ een zalig kerstfeest te wensen, een broer of zusje te feliciteren, of ‘Eerwaarde Peetje’ voor het komende jaar geluk te wensen. Hun plechtstatige verzen ontleenden zij aan allerlei voorbeeldboekjes, en vaak hielp de schoolmeester ook nog een handje mee, bijvoorbeeld bij het kalligraferen van de hoofdletters. Maar in feite was het dichtwerk van ondergeschikt belang, en ging het er vooral om dat een kind kon laten zien welke vorderingen het de afgelopen maanden in zijn schrijfkunst had gemaakt.

Aan het fenomeen van de wenskrans, dat omstreeks 1800 zijn hoogtepunt bereikte, was tot nog toe maar weinig aandacht besteed. De prenten werden wel verzameld (bijvoorbeeld door de fotograaf Jacob Olie en de volkskundige G.J. Boekenoogen); niet zozeer vanwege die handgeschreven gedichten, maar juist om hun fraaie sierranden. Ook de kunsthistorica Leontine Buijnsters-Smets kocht om die reden ooit een prent met ingekleurde tafereeltjes van ijsvermaak en winterpret – de omlijsting van een handgeschreven nieuwjaarsdicht uit 1769. Tijdens haar zoektocht naar de geschiedenis en betekenis van de ‘decoratieve prenten met geschreven wensen’ bracht ze vervolgens een omvangrijke collectie bijeen, en schreef ze een uiterst gedetailleerde, inventariserende studie over deze bijzondere vorm van drukwerk.

De auteur kwam meer dan duizend verschillende wenskransen op het spoor, en de aandacht gaat in haar boek vooral uit naar de grote variëteit in iconografische thematiek: in de eerste plaats natuurlijk Bijbelse taferelen, en daarnaast ook stad- en landzichten, kermisbeelden, illustraties van volksvermaak en volksgebruiken, van ambachten en beroepen. Daar zitten juweeltjes bij, en die zijn in dit boek ook schitterend weergegeven: een sierrand waarop een borduurwinkel en dameskransje te zien is; een prent met bloemenzuilen en gezicht op het Paleis op de Dam of een wensbrief met een Indisch tafereeltje. Die laatste werd gegraveerd door Leonard Schweickhardt, een 19de-eeuwse graveur die voor een Rotterdamse boekhandelaar werkte en als een van de weinige kunstenaars zijn werk signeerde.