De uitverkoop van Nederland

Met de economie is niets aan de hand zolang Nederland meer exporteert dan importeert. De verkoop van bekende bedrijven doet daar niets aan af, schrijft Alfred Kleinknecht.

Met de verkoop en splitsing van ABN Amro ging een stuk nationaal erfgoed verloren met historische wortels die teruggaan tot de roemruchte VOC. Straks wordt Stork gesplitst. Het Kruidvat is al in Chinese handen. China heeft intussen ruim 1.400 miljard dollar aan buitenlandse reserves opgepot. De koopkracht van de Chinese 1.400 miljard dollar kan nog verveelvoudigen indien het geld via hedgefondsen wordt belegd, waarbij fors wordt bijgeleend.

Als je over dit soort geldbedragen kunt beschikken, dan is een overnamebod op bedrijven als Philips, Shell of Akzo een koud kunstje. Moeten we ons zorgen maken? Moet nationaal erfgoed worden afgeschermd tegen buitenlandse opkopers?

Laten we even stilstaan bij de achtergrond van het probleem. Het probleem komt voort uit onevenwichtige nationale handelsbalansen. De handelsbalans van een land registreert alle export en import van goederen, naast wat inkomensoverdrachten. Door de hoge olieprijzen hebben tegenwoordig vooral de olieproducerende landen forse exportoverschotten. Ze verdienen dus heel veel geld dat aan overnames in het buitenland besteed kan worden. Maar andere landen kunnen er ook iets van. Zo bedroeg in 2006 het exportoverschot (export min import) als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) in Nederland 8,6 procent, in Duitsland 5 procent en in de Volksrepubliek China maar liefst 9,4 procent.

Als Nederland voor 8,6 procent van het Nationaal Product meer goederen exporteert dan importeert, dan eet het buitenland dus netto 8,6 procent van ons Nationaal Product op. De vereffening vindt plaats via handel in eigendomstitels: aandelen, schuldpapier, onroerend goed e.d.. Ter compensatie van de te veel geleverde goederen moet het buitenland ons eigendomstitels verkopen. Bij een Nederlands exportoverschot van 8,6 procent hebben we het dan over ongeveer 40 miljard euro op jaarbasis. Voor ruwweg dit bedrag moeten Nederlandse beleggers in het buitenland meer eigendomstitels kopen dan buitenlanders hier kopen.

Tegenover de ‘uitverkoop’ van Stork, ABN Amro of het Kruidvat staat dus een veel grotere ‘uitverkoop’ van buitenlandse vermogenstitels aan Nederlanders, dankzij ons exportoverschot. Wel ervaren we het als vreemd dat nu ook Chinezen hun exportoverschot besteden door in rijke landen bedrijven over te nemen. Dat is even wennen: omgekeerd imperialisme! Maar is er reden tot bezorgdheid? Hebben de klanten of medewerkers van het Kruidvat last van het feit dat de eigenaar nu een Chinees is? Het maakt eigenlijk geen snars uit. Zoals ook het voorbeeld van ABN Amro laat zien, hebben beleggers geen enkel respect voor nationale belangen, voor historie of tradities. Ze kijken alleen naar de winst op hun aandeel. De aandeelhouders van ABN Amro hebben de bank gewoon verkocht aan de meestbiedende. Een zelfstandige ABN Amro of een fusie met ING was vermoedelijk beter geweest voor Nederland – en vooral voor Amsterdam dat fors heeft geïnvesteerd om van de Zuidas een financieel centrum te maken. Echter, de beleggers hadden geen boodschap aan het belang van de stad Amsterdam. Ze gingen gewoon voor het hoogste bod. Was ABN Amro niet van de Hollanders maar van de Chinezen geweest, dan hadden de Chinezen zich ook niet anders gedragen. Wat telt is de winst; het warme Oranjegevoel is bijzaak. Wat geeft het als ING, Akzo of Shell straks van de Chinezen zijn? Ja, de winst wordt dan ieder jaar naar Azië overgemaakt. Maar daar staat winsttransfer uit Nederlandse beleggingen in het buitenland tegenover.

Geen reden tot zorg dus? Wellicht toch. De genoemde bedrijven zijn geen ‘gewone’ bedrijven. Ze hebben een dusdanige omvang dat ze eigenlijk een soort nationale infrastructuur zijn die we niet kunnen missen. Je moet er niet aan denken dat een Aziatisch investeerder Philips opkoopt, het aanwezige kenniskapitaal opzuigt en naar Azië overbrengt en het bedrijf vervolgens degradeert tot filiaal. Dat soort ‘strategische investeringen’ moeten we niet hebben. Het huidige stelsel van ondernemingsbestuur biedt onvoldoende waarborg dat zoiets niet gebeurt. Als we willen voorkomen dat na ABN Amro nog meer strategisch belangrijke bedrijven aan de meestbiedende worden verkwanseld, dan moet de macht van aandeelhouders worden ingeperkt. Ook het belang van gemeenten of regionale overheden moet bij fundamentele beslissingen echt meetellen. Bovendien zou de Nederlandse vakbeweging een sterk vetorecht voor de werknemers moeten opeisen bij strategisch belangrijke beslissingen. De regionale overheid evenals de mensen die een baan te verliezen hebben zijn de enige partijen die er echt belang bij hebben dat een bedrijf voor Nederland behouden blijft.

De Chinezen mogen van mij aandelen Philips kopen. Maar wie het bedrijf ook moge bezitten, werknemers en overheden hebben er belang bij dat de kern van het bedrijf en de kennis in Brabant blijven. Beleggers, topmanagers of commissarissen zijn wat dit betreft niet te vertrouwen, zoals de recente overnames hebben laten zien.

Er is een effectieve tegenmacht nodig van andere belanghebbenden. Anders kan in het speelcasino van het aandeelhouderskapitalisme van alles worden verkwanseld.

Dr. Alfred Kleinknecht is hoogleraar economie van innovatie aan de TU Delft.