De krimp van de VS

Het zit de Verenigde Staten niet mee. Economisch is het feest voorbij. Er heerst een hypotheekcrisis. Het overheidstekort blijft groeien, de dollar verliest zijn vooraanstaande positie. Londen heeft New York ingehaald als financieel centrum. En de Europese anti-kartelwetten zijn de Amerikaanse regels aan het vervangen als standaard voor de wereld. De oorlog in Irak kost 275 miljoen dollar per dag. Eind volgend jaar worden de kosten geraamd op 611 miljard. Tegelijkertijd slepen ook de militaire inspanningen in Afghanistan zich voort. Dit zijn enkele voorbeelden van zogenoemde imperial overstretch: de militaire macht van de VS is te ver opgerekt.

Mede daardoor beleeft George W. Bush in zijn laatste regeringsjaar een ‘krimpend presidentschap’. In eigen land is hij zijn gezag kwijt. Functionarissen uit zijn regering worden vervolgd en bestraft voor misbruik van overheidsmacht. Onlangs is een justitieel onderzoek ingesteld naar het vernietigen van bewijsstukken voor illegale verhoormethoden door de CIA.

Wereldwijd hebben de VS aan gezag verloren. In India en Pakistan groeit de oppositie tegen de VS. Terwijl Bush de druk op Iran opvoerde en er zelfs werd gewerkt aan een aanval op nucleaire installaties, onthulden zestien inlichtingendiensten dat Iran waarschijnlijk al in 2003 was opgehouden met het fabriceren van een kernbom.

Bij de klimaatconferentie in Bali werd de Amerikaanse delegatie die zich verzette tegen specifieke doelstellingen voor CO2-reductie, door de anderen geïsoleerd en zozeer in de hoek gedreven dat ze wel mee moest gaan met de rest. Zelfs Zuid-Amerika heeft zich aan de greep van de VS ontworsteld.

Met het achteloze unilateralisme uit zijn eerste termijn heeft president Bush nodeloos vijanden gemaakt. Maar als zijn ambtsperiode ten einde is, zijn de problemen niet voorbij. Ook een nieuwe president zal rekening moeten houden met het afgenomen internationale gewicht van zijn land.

En toch heeft Amerika zijn status als enig overgebleven supermacht nog niet verloren. Vooralsnog kan geen enkel ander land de leiding overnemen. Militair, politiek economisch en cultureel staat Amerika eenzaam bovenaan. Het land neemt nog altijd meer dan de helft van de militaire uitgaven in de wereld voor zijn rekening, al zijn zulke uitgaven niet de enige maatstaf voor militair potentieel. Ook economisch beschikt Amerika nog steeds over een ongeëvenaard potentieel, en oefent het een grote internationale aantrekkingskracht uit op talent. De uitgaven voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zijn in de VS aanzienlijk hoger dan in Europa. Er worden nog steeds de meeste uitvindingen gedaan. Met het Engels als moedertaal, de massaproductie van internationaal gewaardeerde muziek, films, tv, literatuur en bedrijfsformules, duurt de culturele hegemonie ook na de twintigste eeuw voort. Het Amerikaanse bedrijfsleven is veerkrachtig. Doordat de geboorten op peil blijven, vergrijst het land ten slotte minder snel dan Europa.

Maar de Amerikaanse eeuw loopt wel ten einde. De afstand tot aspirant-grootmachten verkleint. Het zal moeilijker worden die concurrenten in het gareel te houden.