Daphne in een laurierboom

Het idee dat een lichaam ook na de dood nog nuttig kan zijn, is lang taboe geweest, maar dat verandert. Er zijn meer opties dan begraven of cremeren. Zoals de trans-genetische grafzerk, die zorgt dat de mens voortleeft in een boom.

Zelfportret van Frances Woodman (1958-1981) Foto Marian Goodman Gallery Marian Goodman Gallery

Een van de mooiste dingen die op deze aarde te zien zijn, bevindt zich in de grond en wordt pas zichtbaar als archeologen een paar lagen hebben weg gekrabd. Het zijn verkleuringen van de aarde die aangeven dat er ergens lang geleden, heel lang geleden, een paal heeft gestaan, of een hek, of een huis. Op foto’s lijken zulke verkleuringen vaak op abstracte schilderijen, vooral die van Mark Rothko – hetzelfde poederachtige oppervlak, dezelfde gedempt gloeiende kleuren, waarin net wel of net niet een vorm is te onderscheiden. Qua techniek zou je de verkleuringen met foto’s kunnen vergelijken, het zijn afdrukken van het verleden, al duurt het nemen ervan veel langer dan de fractie van een seconde die een gewone foto vereist. Zo, als verkleuring, is bijvoorbeeld de plattegrond van een huis uit een bandkeramische nederzetting in de buurt van Geleen bewaard gebleven. Zelfs het weer heeft in Janskamperveld zijn indrukken achtergelaten. In het boek Nederland in de prehistorie staat in het onderschrift bij een kleurenfoto van de plattegrond: „De kaarsrechte grens van de leemkuil links kan zijn veroorzaakt door van het dak druipend regenwater.” Regenwater van zesduizend jaar geleden.

Uit het verre verleden hebben we vooral graven over. Hunebedden, grafheuvels, cryptes, mausolea, piramides, soms met de dode er nog in, meestal alleen de botten, soms veel meer dan dat. Sieraden, kleding (een meisjesveenlijk uit Denemarken heeft nog steeds een kek rieten rokje aan), haar, huid. Vaak is er helemaal niets meer. In De ondergang van de Batavia, een boek over de schipbeuk van deze Oost-Indiëvaarder op de Abrolhos, een eilandengroep bij Australië, beschrijft de Engelse historicus Mike Dash het einde van een stel muiters dat daar werd opgehangen. Hij gaat nog verder na hun dood, als de vogels hun lijken al leeg gepikt hebben: „Niet veel later zullen ook de galgen zijn omgewaaid, zodat er niet veel meer dan hoopjes botten en hout op het strand achterbleven om daar te bleken en langzaam te verkruimelen.” Maar Dash schrijft ook over de dood van een andere groep schipbreukelingen, die wel een begrafenis kregen. De Abrolhos zijn nogal onherbergzaam, op de door de wind geteisterde riffen groeit bijna niets. Maar in de jaren dertig van de zeventiende eeuw stond het noordelijke deel van een van de eilandjes plotseling in bloei. Ik citeer Dash: „De verklaring van deze onverwachte vruchtbaarheid lag een centimeter of zestig onder het oppervlak, waar de lijken van Jeronimus’ slachtoffers in hun ondiepe graven rusten.” Het is een beeld net zo mooi als van de verkleuringen, al bestaan er geen foto’s van. „Naarmate de lichamen (...) tot ontbinding over gingen, kwamen hun bouwstoffen terecht in de bodem, waardoor plotseling vruchtbare aarde ontstond voor de sporen van theeboomstruiken en paardebloemen; de plek van elke grafkuil werd alras gemarkeerd door een kleine krans van hardnekkig groen.”

Het idee dat een lichaam

ook na de dood nog nuttig kan zijn, is lang taboe geweest, zoals het dat voor de dood eigenlijk ook is. Menselijke uitwerpselen worden hier al heel lang niet meer als mest gebruikt. Maar nu begint dat idee weer meer geaccepteerd te raken. Er zijn mensen die met de gezinsproductie hun moestuin bemesten. Het extreme einde van de tweede groep schipbreukelingen van de Batavia kan ook gemeengoed worden. Ik citeer nogmaals Dash: „De planten hebben ervan geleefd tot de lijken geheel vergaan waren – zodoende hebben ze dood in leven veranderd, en begrafenis in wedergeboorte.”

Nu zijn er de laatste tijd al meer opties voor een dood lichaam gekomen dan gewoon begraven of cremeren. Vooral voor de as zijn nieuwe bestemmingen gevonden. Je kunt er een diamant van laten maken of het de ruimte in laten schieten, zoals onder anderen de Amerikaanse journalist Hunter Thomspon liet doen, je kunt het in de huid van een ander laten tatoueren, zoals Rachel en de kinderen Hazes deden, of het opsnuiven, zoals Keith Richards, gitarist van The Stones, naar verluidt met zijn vader deed, al beweerde hij later dat hij de as verstrooid had: „De waarheid is dat ik een stevige Engelse eik heb geplant. Ik heb de as onder de boom gestrooid, en nu doet hij eikebomen groeien, en hij zou dat geweldig van mij vinden.”

Maar cremeren schijnt net als begraven niet erg milieuvriendelijk te zijn. Om dat aan te tonen zijn van die berekeningen gemaakt die een abstract gegeven absurd concreet maken: zo van, met de hitte die nodig is om een mens te verbranden zou een huishouden een hele winter kunnen stoken. Of: met het hout voor zoveel kisten kun je een stapel naar de maan bouwen. Mensen die zich tijdens hun leven druk maken om hun ecologische voetafdruk, willen met hun dood de uitstoot van CO2 niet opeens ophogen. Met een natuur- of kringloopbegrafenis is dat niet nodig. De Australische professor in de biologie Roger Short stelde onlangs in een lezing dat het het beste zou zijn als iedereen zich naast zijn lievelingsboom liet begraven: „Het idee dat je iets goeds voor de planeet kunt doen nadat je bent gestorven door de groei van een paar bomen te bevorderen, stemt me vrolijk. Forget pushing up daisies, we should be pushing up forests instead’’, citeerde een Australische krant.

Short wil zelf onder een eik in de tuin van zijn dochter begraven worden. Voor de meeste mensen zal zo’n privégraf niet weggelegd zijn. Dan is er de natuurbegraafplaats, waarvan er in Engeland al een flink aantal is, en in Nederland één, het Bergerbos in Limburg. „Al wandelend door dit bijzondere bos merk je niet op dat je op een begraafplaats bent”, meldt de website. Op een natuurbegraafplaats zijn geen zerken en geen graven in nette rijen, de doden liggen verspreid in een bos te composteren, al wordt daar meestal een eufemisme voor gebruikt. ‘Iets teruggeven aan het land’, is de meest gebruikte.

Becoming a tree, noemde Short zijn lezing. Boom worden. Het is een idee dat tot de verbeelding spreekt. Bomen spreken tot de verbeelding, ze zijn geliefd als monument, zie bijvoorbeeld de recente ophef over de kastanje van Anne Frank. Het is helaas niet zo dat men op een natuurbegraafplaats altijd een boom ten goede komt. Ook daar gelden nog wetten en praktische bezwaren. Het graven van een nieuw graf kan bijvoorbeeld de wortels van de boom op het graf van de buurman beschadigen.

Twee Britse kunstenaars hebben

het idee van de boom als persoonlijk monument nog verhevigd. Volgens Georg Tremmel en Shiho Fukuhara is het mogelijk het dna van een mens in een boom op te laten nemen. Zo ontstaat een ‘levend monument’ of een ‘trans-genetische grafzerk’. Een mens zou op die manier na zijn dood niet figuurlijk maar letterlijk in de boom voortleven. Leven na de dood. Het menselijk dna wordt in de cel van een appelboom geïnjecteerd, waaruit de boom zal groeien. Later kan de boomsoort zelf gekozen worden. Een wilg, een eik, een kers. ‘Biopresence’ noemt het duo het project, dat een aantal prijzen heeft gewonnen. Zoals veel biologische kunst bekoort het vooral omdat het een oeroud figuurlijk idee letterlijk maakt. Daphne in een laurierboom, Philemon en Baucis in een verstrengelde eik en linde. Omnia mutantur, nihil interit, zei Ovidius in zijn Metamorfosen. Alles verandert, niets gaat te gronde.

De Nederlandse stichting die zich om natuurlijk begraven bekommert is het Natuurlijk Dood Centrum (www.natuurlijkdoodcentrum.org). De belangrijkste Engelse organisaties zijn Theet Natural Death Centre (www.naturaldeath.org.uk) en Woodland Burials (www.woodlandsburial.co.uk). De Nederlandse natuurbegraafplaats bevindt zich in de buurt van St Odiliënberg (www.natuurbegraafplaats.nl). De site van Tremmel en Fukuhara is biopresence.com