China biedt redding, Balkenende niet

‘Schuld die vertrouwen uitdrukt (6)’ luidde 29 verticaal van het Econogram dat deze krant afgelopen maandag in het Economiekatern afdrukte. Bondiger kan de situatie op de financiële markten niet worden samengevat. De kredietcrisis is in de eerste plaats een vertrouwenscrisis. Vorige week gaf de Europese Centrale Bank het bankwezen een kasinjectie van 350 miljard euro, oftewel 1.000 euro per inwoner van de EU. Ook de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, liet zich niet onbetuigd.

Banken durven elkaar geen geld meer te lenen, omdat ze van elkaar niet weten hoeveel ze hebben belegd in verliesgevende hypotheekeffecten. Successievelijk hebben prestigieuze zakenbanken zich het afgelopen jaar gedwongen gezien om miljarden af te boeken op besmette hypotheekobligaties.

Maar niet alleen de Europese en Amerikaanse centrale bank schieten het bankwezen te hulp. De steenrijke staatsfondsen uit landen als China, Rusland, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië blijven opduiken in het nieuws. Vorige week maakte de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch & Co bekend dat zij een kasinjectie van 5 miljard dollar krijgt van het Singaporese staatsfonds Temasek Holdings. Tegelijkertijd riep zakenbank Morgan Stanley voor 5 miljard dollar de hulp in van een Chinees staatsfonds, nadat de bank een recordafboeking moest doen op ‘besmette’ hypotheken. Een maand eerder had het investeringsfonds van Abu Dhabi een belang van 7,5 miljard gekocht in Citigroup, de tweede bank van Amerika.

De potentiële kasstroom van de staatsfondsen naar het Westen is gigantisch. De fondsen beheren bij elkaar op dit moment naar schatting tussen de twee- en drieduizend miljard dollar. Dat is veel meer dan het vermogen van alle hedgefondsen ter wereld bij elkaar. Volgens sommige financieel analisten zal het vermogen dat wordt gemanaged door deze staatsfondsen in de komende acht jaar vervijfvoudigen.

Gegeven de aanhoudende stress op de financiële markten, is de kans groot dat de staatsfondsen in 2008 nog veel meer strategische aankopen in het Westen zullen doen. De autoritaire regimes in landen als China, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten zijn niet per se uit op winstmaximalisatie. Dat betekent dat hun aankopen niet zozeer economisch gemotiveerd hoeven te zijn, maar evenzeer gebaseerd kunnen zijn op politieke calculaties.

Het is wrang dat uitgerekend de Volksrepubliek China zich opwerpt als redder in nood. De kredietcrisis is immers in hoge mate van Chinese makelij. Het land met de meeste inwoners ter wereld heeft zich de afgelopen jaren opgeworpen als huisbankier van de Amerikanen. De bubbel op de obligatiemarkt, die afgelopen zomer uiteenspatte, was onder meer te wijten aan het enthousiasme waarmee de Chinezen jarenlang de Amerikaanse schuldenlast bleven financieren.

China heeft, via de levensverzekeringsmaatschappij Ping An, inmiddels ook een miljardenbelang genomen in de Belgisch-Nederlandse bank-verzekeraar Fortis. Op de Amsterdamse beurs is de koers van Fortis dit jaar 40 procent gedaald. Dankzij de inmenging van de Chinezen lijkt de financiering van de overname van ABN Amro, waarvoor Fortis nog minimaal 2,5 miljard euro uit de markt moet halen, nu toch verzekerd.

In dat licht is het extra wrang dat premier Balkenende geen vinger wilde uitsteken toen een overname van ABN Amro door ING nog een reële optie was. Wie het eerste deel heeft gezien van het tweeluik De Prins en het Meisje dat de VPRO afgelopen zondag uitzond kan zich een levendige voorstelling maken hoe dat eraan toe is gegaan.

Balkenende, die in de film wordt vertolkt door Arnoud Bos – de broer van Wouter – bemoeit zich het liefst nergens mee: niet met de begrotingen van de ministeries en al helemaal niet met de toekomst van De Bank. Zoals deze krant op 18 december onthulde, weigerde hij om ABN Amro-topman Groenink en president Wellink van De Nederlandsche Bank te ontvangen toen die op 6 maart 2007 belet bij hem vroegen.

Ter verdediging wees Balkenende vorige week vrijdag tijdens de persconferentie na afloop van de ministerraad op het telefoongesprek dat hij in 2005 voerde met Berlusconi, toen die zich hevig verzette tegen de overname van bank Antonveneta door ABN Amro. Balkenende zei destijds tegen de Italiaanse premier dat nationaal protectionisme geen pas gaf.

Maar Groenink en Wellink vroegen Balkenende slechts om te bemiddelen bij de vastgelopen fusieonderhandelingen met ING. Er was nog helemaal geen sprake van buitenlandse bieders die de pas moest worden afgesneden, zoals ABN Amro twee jaar eerder in Italië was overkomen. Op tafel lag alleen de brief van onruststoker TCI, het Britse hedgefonds met een belang van 1 procent in ABN Amro. Het bod van de Britse bank Barclays kwam pas weken later.

Verder verschuilt Balkenende zich achter de rokken van Wouter Bos. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst volgde de premier simpelweg het advies van de minister van Financiën, die gesprekken met een van de twee partijen onverstandig vond.

Maar niets belette de premier toch om met beide partijen (ING en ABN Amro) om de tafel te gaan zitten. Volgens een woordvoerder van ING mag ervan uit worden gegaan dat, als een dergelijke uitnodiging van de minister-president in maart 2007 op het bureau van ING-topman Michel Tilmant was beland, deze hierop in zou zijn gegaan.

De wegen van de eerste minister zijn ondoorgrondelijk. Misschien is het wel te veel gevraagd van Jan Peter om gezag aan te wenden.