Celstraf Russische militairen voor moorden in Tsjetsjenië

Twee Russische militairen zijn gisteren veroordeeld tot gevangenisstraffen van vijftien en zeventien jaar wegens de moord op drie Tsjetsjeense burgers in januari 2003.

Het komt zelden voor dat Russische militairen tot lange gevangenisstraffen worden veroordeeld wegens misdaden in Tsjetsjenië. In de afgelopen dertien jaar vochten Russische troepen twee oorlogen uit (van november 1994 tot juni 1996, en van oktober 1999 tot februari 2006) tegen opstandelingen in de Kaukasische deelrepubliek waarvan de bevolking overwegend islamitisch is.

De twee militairen waren in eerdere instantie tot twee keer toe vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Die vonnissen waren eerder vernietigd door het Hooggerechtshof, dat de zaak terugverwees naar een militair tribunaal in Rostov aan de Don.

Dit tribunaal veroordeelde Sergej Araktsjejev en Jevgeni Choediakov gisteren tot respectievelijk vijftien en zeventien jaar cel. Beiden werden ook uit het leger gezet. Choediakov werd bij verstek veroordeeld. Het tribunaal gelastte zijn opsporing.

De twee militairen dwongen op 15 januari 2003 nabij het vliegveld van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny een vrachtwagen te stoppen en de drie inzittenden uit te stappen. Ze werden ter plekke doodgeschoten. Hun lichamen werden overgoten met benzine en in brand gestoken.

Mensenrechtenorganisaties hebben het Russische optreden in Tsjetsjenië herhaaldelijk aan de kaak gesteld wegens buitensporig geweldgebruik. Zij schatten dat in beide oorlogen meer dan 100.000 burgers om het leven zijn gebracht, bijna tien procent van de bevolking.

Slachtoffers en nabestaanden die bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg hun beklag deden over het Russische optreden in Tsjetsjenië zijn de afgelopen jaren tot ergernis van Moskou dikwijls in het gelijk gesteld. (AP, BBC)