Broedermoord in jungle van Afrika

De kans op vrede voor Noord-Oeganda wordt kleiner. De leider van de rebellengroep LRA zou zijn plaatsvervanger hebben gedood. De vraag rijst of de rebellen vrede willen.

Nairobi/Juba, 28 dec. - Praten met moordenaars is lastig en controversieel. Maar vredesberaad voeren wordt welhaast onmogelijk als deelnemers tijdens het overleg elkaar gaan doodschieten. De vredeskansen vervagen voor Noord-Oeganda na berichten over een splitsing in de rebellengroep het Verzetsleger van de Heer (LRA). LRA-leider Joseph Kony zou twee maanden geleden zijn plaatsvervanger Vincent Otti hebben vermoord wegens onenigheid over het vredesberaad.

Hardnekkige berichten over de executie van Otti door Kony kregen eerder deze maand meer geloofwaardigheid toen twee invloedrijke leden van de LRA een ooggetuigenverslag gaven. LRA-leiders bevinden zich diep in de wildernis in het noordoosten van Congo, in het ruwe gebied van het wildpark Garamba. Vorige zomer begonnen de LRA en de regering van president Museveni aan een vredesproces, dat een einde moet maken aan ruim twintig jaar strijd tegen de regering. Die stelt volgens Kony en de zijnen het noorden achter. De strijd is sindsdien geluwd, maar een akkoord blijft nog altijd uit. Voor de rebellen is de belangrijkste eis dat zij niet worden uitgeleverd aan het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag, dat hen wil berechten voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Sunday Otto en Richard Odong zeggen aanwezig te zijn geweest tijdens de moord op Otti. Ze ontvluchtten de LRA-basis en gaven een interview aan de Oegandese oppositiekrant Monitor.

„Ik kan bevestigen dat Vincent Otti op 2 oktober om 10 uur werd gedood. Ik heb bewijzen, want ik was er”, zegt Sunday Otto. Sunday coördineerde de vredesbesprekingen voor het LRA. Richard Odong, die met hem wegvluchtte, was een naaste medewerker van LRA-leider Joseph Kony.

„Kony vertelde me dat het LRA verdeeld was en dat de meeste van zijn troepen loyaler waren aan Otti dan aan hemzelf”, aldus Sunday. „Hij klaagde dat zijn bevelen niet meer werden opgevolgd. Hij had zijn strijders opdracht gegeven om rekruten te ontvoeren maar Otti had gezegd dat dit de vredesbesprekingen zou verstoren. Kony had voorgesteld te verhuizen naar de Centraal Afrikaanse Republiek maar Otti had dit geweigerd.”

Over de kans op succes van het vredesberaad zegt Sunday „heel sceptisch” te zijn. „Otti was de man achter de vredesbesprekingen, hij was degene die Kony overhaalde. Kony vreest te worden vermoord. Bij iedere ronde van de besprekingen droeg hij een pistool, klaar om te schieten.” In juli 2005 vaardigde het ICC arrestatiebevelen uit voor vijf topleiders van het LRA. Van de oorspronkelijke vijf zijn behalve Kony Okot Odhiambo en Dominic Ongwen nog in leven. Odhiambo zou sinds de dood van Otti vice-voorzitter van het LRA zijn.

Otti behoorde tot de oudste van de LRA-leiders; in tegenstelling tot andere commandanten tijdens de twintig jaar oude oorlog werd hij niet als kind ontvoerd. Hij was een voormalige onderwijzer en sprak goed Engels. Hij leidde in de bush van het park Garamba de besprekingen en instrueerde de LRA-delegatie die in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba onderhandelingen voert met de Oegandese regering.

De door het ICC aangeklaagden durven zelf de bush niet te verlaten uit vrees voor arrestatie. Kony begon volgens het interview in Monitor te geloven dat Otti zich verrijkte met geld overhandigd door internationale vredesstichters en dat hij van plan was de leiding van het LRA over te nemen.

Er is de afgelopen maanden moeizame vooruitgang geboekt bij het vredesproces. De delegaties van de regering en van het LRA bereikten deelakkoorden over een staakt-het-vuren, over de oorzaken en de oplossing van de oorlog, over verzoening tussen Noord- en Zuid-Oeganda en over de wijze van berechting van misdaden tijdens de oorlog.

Knarsetandend gingen mensenrechtengroepen akkoord met een plan om LRA-leiders als alternatief voor het ICC te laten berechten door een speciaal Oegandees gerechtssysteem dat deels traditioneel, deels modern zal zijn. De aangeklaagden zullen zich in Noord-Oeganda moeten verantwoorden tegenover nabestaanden van hun slachtoffers, ze moeten compensatie betalen en reinigingsceremonies doorlopen. Maar ze zullen ook voor een ‘echte’ rechter moeten verschijnen. De Oegandese president Museveni zei onlangs de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te willen vragen een verzoek in te dienen bij het ICC om de aanklachten op te schorten.

De Noord-Oegandezen zijn afgemat door twintig jaar wrede gewelddadigheden, het overgrote deel begaan door het LRA maar ook door regeringssoldaten. Als onderdeel van het vredesproces kwamen delegaties van zowel regering als LRA hun de afgelopen weken het compromis voor berechting voorleggen. De LRA-delegatie van burgers die zegt namens Kony te spreken, vroeg om vergiffenis voor de misdaden. „We willen vrede, maar wie compenseert mij voor mijn pijn”, reageerde een oude vrouw bij de stad Kitgum.

Een andere vrouw, bij het kamp Kochgoma waar het LRA bewoners levend verbrandde en kinderen ontvoerde: „Het LRA doodde onze kinderen. Ze moeten niet van ons verwachten dat we hen hartelijk ontvangen, we willen alleen maar dat deze oorlog eindigt.”

Met de dodelijke ruzies binnen het LRA is opnieuw de vraag gerezen of de rebellen wel vrede willen. Het geduld van de internationale vredesstichters raakt op. De regeringen in de regio, in overleg met Amerika, spraken onlangs af dat eind volgende maand het LRA Congo moet verlaten. Er wordt in Noord-Oeganda allang niet meer gevochten en ongeveer eenderde van de 1,8 miljoen mensen in kampen voor ontheemden gaan schoorvoetend terug naar hun vernielde woningen. „De oorlog is zo goed als voorbij”, zegt de noordelijke politicus Norbert Mao, „maar we weten nog niet hoe het laatste bedrijf er zal uitzien”.