Analyticus van 2007

Het verschil tussen de voetballer Jan van Halst en de analyticus Jan van Halst is eigenlijk vrij klein. Of hij nu een kort broekje draagt of een stropdas, hij moet altijd zijn best doen. Een Van Halst die zijn best niet doet, daar heb je niks aan. Vier jaar na zijn voetballerspensioen staat het beeld van Van Halst nog helder voor ogen. Een fanatiek baasje met een kale kop dat een niet overdreven vloeiende techniek paart aan ijver en spelinzicht.

Zondagavond net zo. In De Wedstrijden zal Jan niet kunnen verzaken. Wim van Hanegem kan dat wel, Johan Cruijff ook. Gewoon zeggen dat iemand een geweldige voetballer is en dan veelbetekenend voor je uitkijken. Waarom zouden Van Hanegem of Cruijff ook helder zijn, in de ballenbakken van hun grammatica buitelt de kijker net zo lang tot hij het gevoel heeft dat hij en de ziener op één lijn zitten.

Zelfs Youri Mulder, net als Van Halst van 1969, mag stiltes laten vallen. Van Halst niet – had hij maar negen interlands moeten spelen. Zodra hij onhelder is, denkt de kijker: loop heen. Wat jij doet, kan ik ook. Wegens gebrek aan een verleden als genie zal hij nooit in staat zijn het kritisch vermogen van zijn publiek uit te wissen. Toch, of liever, daardoor, kroonde Jan van Halst zich in 2007 tot de analyticus van het jaar.

Het niveau van de Nederlandse competitie mag dan lager zijn geworden, als Van Halst uitlegt wat er mis was met de zonedekking ga je er toch weer voor zitten. Hij maakt je deelgenoot van zijn kennis en dat is precies waarvan een betrekkelijk eenvoudige ex-prof als hij het moet hebben.

In feite is het doceren wat hij doet, telkens weer uitleggen waarom aanvallers die elkaar ‘kruisen’ lastiger te verdedigen zijn dan wanneer ze op hun plekje blijven staan.

De docent Van Halst verschijnt altijd goed voorbereid ten tonele. Vlijtig in de weer met computer en digitale viltstift maakt hij zichtbaar waarom het ene team speelruimte voor zichzelf schiep en het andere juist niet. En je kunt hem altijd navertellen. Van Halst doceert zonder verzadiging. Logisch, hij was minder goed dan veel spelers die hij analyseert. Zijn blijdschap over goed spel lijkt oprecht, dat is mooie televisie.

Zijn enige nadeel is zijn baan. Overdag commercieel directeur bij de club waar hij vele jaren speelde, FC Twente, en dan ’s avonds de wijsneus uithangen op tv: ergens kan dat niet. Van Halst verzorgt ook lezingen. Als hij nou maar vaak genoeg wordt geboekt, geeft hij die baan misschien wel op en legt hij zich volledig toe op uitleggen hoe het zit. Dan krijgt de televisiekijker het onafhankelijke geluid waar hij recht op heeft.