Als ik zeg hip, zegt gij geen hop

Het is de laatste week van het jaar en dus verschijnen overal lijstjes met beste nummers. De ideale single moet vooral vrolijk zijn. Daarom is ‘Thou shalt always kill’ van Dan Le Sac en Scroobius Pip dé plaat van 2007.

Dan Le Sac Vs Scroobius Pip op het Reading festival Foto Kirsty Umback/Corbis 25 Aug 2007, Reading, Berkshire, United Kingdom --- British two-piece band Dan Le Sac Vs Scroobius Pip on the Dance Stage at the Carling Weekend in Reading. --- Image by © Kirsty Umback/Corbis Umback, Kirsty

‘Gij zult geen open podium bezoeken en vertrekken zodra je je eigen kleine klotengedichtje of liedje hebt laten horen, jij zelfingenomen eikel.”

Dit gebod en nog zo’n twintig andere uit het evangelie volgens Dan le Sac and Scroobius Pip vormen de tekst van Thou shalt always kill. Het is een geweldig, opzwepend nummer. Zanger Scroobius Pip spuwt een trommelvuur aan woorden uit over een beat die klinkt alsof Dan le Sac in 1980 auditie doet bij Depeche Mode. Single van het jaar, zou ik zeggen.

Het zijn songs als Thou shalt always kill die je eraan herinneren dat euforie bij popmuziek begint en eindigt bij de single. In het digitale tijdperk is de single als fysieke verschijning bijna dood. Daar moet niet melancholiek over worden gedaan. De download maakt het verlies meer dan goed.

Sterker nog: doordat je singletjes kan downloaden wordt de cd in wezen overbodig. Op een cd weegt de aardigheid van enkele geslaagde nummers maar al te vaak niet op tegen de teleurstelling van de vulsels en missers.

Dus waarom zou iemand zich nog een heel pakket liedjes door de strot laten duwen op een schijfje als je het beste nummer los kan downloaden? Waarom een uur luisteren naar aanzetten voor b-kantjes van afspiegelingen van dat ene waarlijk gloedvolle nummer? Eens in de zoveel tijd een perfecte popsong, daar graast de liefhebber de muzieksites voor af.

Het effect van een single is groter als de makers uit het niets komen. Vorig jaar was Crazy van het onbekende Gnarls Barkley de verrassingshit van het jaar. Niemand kende Dan en Pip toen ze Thou shalt always kill dit voorjaar lanceerden. Een cd komt eraan – wie houdt ze tegen?

Bij Thou shalt always kill hoort een videoclip die veel bijdraagt aan het genot, omdat Pip een oudere kerel met een vierkante baard en een baseballpetje is, die zichtbaar meent wat hij zegt. Op YouTube is de clip inmiddels bijna twee miljoen keer bekeken.

Zijn naam ontleent de zanger

aan de hoofdpersoon van een nonsensgedicht van de negentiende-eeuwse dichter Edward Lear, Scroobious Pip. Zanger Pip doet zijn naamgever eer aan met zijn duivels geestige en lepe tekst, een mengsel van nonsens en serieuzere stellingen.

Het begint al met dat die archaïsche aanspreekvorm thou/gij. „Als ik zeg ‘hey’, zegt gij geen ‘ho’. Als ik zeg ‘hip’, zegt gij geen ‘hop’.” Tegenover dergelijke lol staat staat een complexe vermaning als: „Gij zult evenredig veel aandacht geven aan tragedies die plaatsvinden in niet-Engelstalige landen als aan die welke plaatsvinden in Engelstalige landen.”

Voeg er de geboden bij om geen producten van Coca Cola en Nestlé te kopen en het is duidelijk dat Thou shalt always kill ook de plaat van het jaar is omdat Pip het nieuwe bewustzijn van deze tijd verwoordt: antikapitalistisch, ecologisch verantwoord, maatschappelijk betrokken, de eigen verantwoordelijk nemend.

De nieuwe ernstigheid van een nieuwe eeuw kan een ludieke aanpak prima verdragen. Het hart van Thou shalt always kill is hilarisch. Pip schreeuwt: „Gij zult geen muzikanten en popartiesten op een belachelijk voetstuk plaatsen, ongeacht hoe groots ze zijn of waren.” Waarna hij een oefening in deemoed en zelfverloochening begint: „The Beatles. Just a band. Led Zepplin. Just a band. The Beach Boys. Just a band. The Sex Pistols. Just a band. The Clash. Just a band. Crass. Just a band. Minor Threat. Just a band. The Cure. Just a band. The Smiths. Just a band. The Beasty Boys. Just a band. The Pixies. Just a band. Oasis. Just a band. Radiohead. Just a band. Bloc Party. Just a band. The Arctic Monkeys. Just a band. The Next Big Thing. Just a band!”

In de clip illustreert hij dit door platenhoezen van de bands weg te gooien – een variatie op het beroemde filmpje van Bob Dylan, die vellen tekst wegwerpt bij het zingen van Subterranean homesick blues. In een live versie van het nummer zingt het publiek iedere keer hartstochtelijk ‘Just a band!’ als zanger Scroobius Pip een bandnaam noemt. Live gaat Pip trouwens nog minutenlang door met een hiphop-karaokeshow, waarbij hij virtuoos befaamde rapregels aan elkaar lijmt.

Van het aanbod aan reguliere

singletjes in 2007 stelde Vpro-website 3voor12 een lijst van tweehonderd nummers samen, waaruit twee weken geleden Smokers outside the hospital door van The Editors door het publiek tot single van het jaar werd gekozen. Net als bij de top-2000 van Radio 2 was de keuze dus beperkt door de voorkeuren van de organisatie. In dit geval leverde dat het merkwaardige misverstand op dat kwaliteit in popmuziek zou samenvallen met gitaarmuziek.

In de lijst stond geen wereldmuziek, geen jazz, nauwelijks dance en hiphop, en precies één r&b-nummer, Umbrella van Rihanna. Daar kan niemand tegen zijn, schitterende single met een fraai slepend ritme, maar de benepen eenzijdigheid verbaast wel. Geen Destination Calabria, de comeback van Crystal Waters (van Gypsy woman), op muziek van Alex Gaudino, niet de psychedelische engelenzang van Caribou op Melody day, niet de Finse funk van Feeling free van Nicole and the Soul Investigatorse of de warme, Duitse hiphopsoul van Radio Citizen en zangeres Bajka op The Hop. En ondanks de tientallen inwisselbare gitaarnummertjes niet eens I am van The Subways of You know I love you van The Pigeon Detectives.

Even goed stond er veel moois in: short cuts naar gelukzaligheid als Jimmy van M.I.A., haar rebelse visie op kauwgompop, Young folks van Peter, Björn and John, een onweerstaanbaar wiebel-met-je-hoofdnummertje, en Stop me, het door Mark Ronson tot nachtclubhit opgekrikte liedje van The Smiths, dat hij soepel laat overgaan in een Supremes-cover.

De ideale single werkt als een slaghoedje. Het lichaam wordt gedwongen in beweging te komen: stoelen aan de kant! Waar je ook bent, je bent in da club. Clubrock, clubhouse, clubhiphop – zo orden ik de lijsten op mijn iPod.

Behalve dopamine is de ideale single ook opvrolijkend, helemaal ‘up’ – uplifting, up-tempo. Dus niet zoals The Editors op hun single, die kniezen over „the saddest thing I’ve ever seen”. Aan die eisen werd dit jaar het best voldaan – behalve door Dan en Pip – door twee singles die eindigden met een lach. Van de zangers net zo goed als van de luisteraar.

Roc boys van Jay-Z is powerhiphop op zijn vrolijkst en dansbaarst, met een dwingende beat, schetterend koper en jubelende vocalen. „De roc boys zijn in het huis. Ik voel me licht. Hey!” Jay-Z bedankt aan het einde zijn kompanen en sluit af met een dikke grinnik.

Onversneden antidepressiva komt ook van Let’s dance tot Joy Division van The Wombats, dat leunt op het doemimago van de gewezen waveband en knipoogt naar hun hit ‘Love will tear us apart’. De zanger geeft advies aan zwartkijkers: ‘Leer van mijn fouten. Neem een taxi naar een uithoek van de stad, vraag de dj om Joy Division, en vier de ironie! Dans op Joy Division! Let the love tear us apart, ik vond de oplossing voor een gebroken hart. Alles gaat mis, maar wij zijn zo gelukkig!’ Eenmaal klaar hoor je de mensen schateren in de studio. Ja, wij zijn zo gelukkig. Supersingles, happy ends.

De genoemde nummers zijn te downloaden via iTunes of vergelijkbare muzieksites. De clip van ‘Thou shalt always kill’ is te vinden op YouTube. De live versie van dit nummer staat op de verzamel-cd ‘A-Z of Bestival 2007’.