Alle dagen champagne

Het is een sprekend toeval dat Jan Wolkers is overleden in het jaar dat de discussie over de Nederlandse identiteit een hoogtepunt bereikte. Hij was zoals wij onszelf het liefste zien.

Jan Wolkers: Dagboek 1976. De Bezige Bij, 228 blz. € 18,50

‘Ik sta er niet bij stil of mijn werk zal beklijven,’ zei Jan Wolkers eens tegen zijn favoriete interviewer Coen Verbraak. ‘Daar moet je realistisch in zijn. Zelfs de piramides zullen ooit als gemalen nootmuskaat ter aarde liggen. […] Voor mij is het niet belangrijk of mensen over vijftig jaar nog Wolkers zullen lezen. Ik heb die boeken niet gemaakt voor ,,later”. Ik heb ze voor mezelf geschreven.’

De berustende woorden van Wolkers, na te lezen in het eerder dit jaar verschenen boek Jan Wolkers – Foto, waren misschien een oefening in valse bescheidenheid. Per slot van rekening zal de schrijver van veertig jaar oude evergreens als Terug naar Oegstgeest en Turks fruit op z’n minst gedacht hebben dat hij in 2047 nog gelezen wordt. Maar hij zou in zijn stoutste dromen niet hebben kunnen voorzien wat voor een stroom aan emoties zijn dood, op 19 oktober, in Nederland heeft losgemaakt.

De paginavullende necrologieën op de voorpagina’s van alle kranten bleken nog maar een voorproefje. In de aanloop naar de uitvaartplechtigheid op de Nieuwe Ooster – dankzij aanwezigheid van cultuurminister Plasterk en rechtstreekse uitzending op televisie een soort staatsbegrafenis – kwamen diverse media met ‘achtergrondverhalen’ waarin Wolkers’ verhouding tot zijn wooneiland Texel en de sfeer bij de voorbereidingen van de crematie uitgebreid uit de doeken werden gedaan. En na het spetterende afscheid van de ‘Grote Vriendelijke Reus’ (dixit Ronald Plasterk) zinderden alle media nog dagenlang van de nabeschouwingen en de reacties van gewone lezers. Niet gek voor een auteur die in de jaren zestig door grote groepen van de bevolking werd beschouwd als een gevaarlijke zedenbederver en in de jaren negentig – onder meer door critici die hem nu weer de hemel in prezen – als een letterkundige has been.

Als eerbiedwaardig literair orakel, vrij van de narrigheid van een Reve en de schijnbare arrogantie van een Mulisch, veroverde Jan Wolkers in de nieuwe eeuw de hearts and minds van journalisten (die steevast gastvrij werden onthaald in de oude burgemeesterswoning in Den Burg) en van de Nederlandse lezers. Én van de niet-lezers, want de bron van zijn hernieuwde populariteit lag niet zozeer in zijn comeback als romancier in 2005 (met het boekenweekgeschenk Zomerhitte) alswel in zijn doorbraak als mediapersoonlijkheid. Met zijn overrompelend succesvolle jeugdserie De achtertuin van Jan Wolkers (2002-2003) werd hij beroemder dan hij ooit geweest was: een überenthousiaste natuurliefhebber die liefdevol geparodieerd werd door satirische programma’s als Kopspijkers en Koefnoen.

Het is een tot de verbeelding sprekend toeval dat de nationale knuffelbeer Jan Wolkers is overleden in het jaar dat de discussie over de Nederlandse identiteit een hoogtepunt bereikte – om precies te zijn drie weken na de geruchtmakende toespraak waarin Prinses Máxima suggereerde dat de Nederlander niet bestond. Want Wolkers belichaamde de ideale Nederlandse identiteit. Hij was zoals wij onszelf het liefste zien: vitaal, wijs, gastvrij, humoristisch, natuurminnend, diervriendelijk, tolerant, vaderlijk maar niet autoritair, viriel maar trouw aan zijn grote liefde, belezen zonder daarmee te koketteren, getalenteerd zonder het contact met de maatschappij te verliezen.

In dat licht hoeft niemand zich te verbazen over het succes van Wolkers’ dagboeken, die uitgeverij De Bezige Bij de afgelopen jaren op de markt heeft gebracht. Want juist in die onopgesmukte verslagen van ‘een jaar uit het leven van Jan’ toont zich het Hollandse rolmodel op zijn best. Neem het meest recente deel, postuum verschenen, over het jaar 1976, waarin de schrijver werkt aan zijn Indonesië-roman De kus, waarin de beeldhouwer de voorbereidingen treft voor zijn Auschwitzmonument, en waarin de levensgenieter zich overgeeft aan zijn volkstuintje en zijn vrouw Karina.

Compositorisch stellen de aantekeningen niet veel voor, en een zekere eenvormigheid kan ze niet ontzegd worden. Maar wat een Mensch rijst eruit op: een fanatiek wandelaar en tuinier, een belangstellend voetbalkijker (geen wonder: dit waren de hoogtijdagen van het Nederlandse voetbal), een gedisciplineerd auteur (elke dag een bladzij), en niet te vergeten een potente minnaar die op zijn 50ste ‘de ladder naar lust’ nog dagelijks beklimt. En passant zien we hoe de kiem wordt gelegd voor zijn latere romans De doodshoofdvlinder en Brandende liefde, en krijgen we onroerende fragmenten te lezen: ‘We vrezen dat die verwilderde rotkatten van Wildeboer, toen we gisteren afwezig waren, onze vriendelijke groene kikkertjes hebben opgegeten. We zijn treurig en kwaad, want we hielden van ze.’

Wolkers’ Hollands welvaren komt misschien wel het mooist tot uitdrukking in de maaltijden die hij bereidt – niet voor niets was dat hetgene dat Karina Wolkers tijdens de uitvaartplechtigheid verkoos te memoreren. Wat we in Dagboek 1976 voorgeschoteld krijgen is de goed-Hollandse keuken, met hoogstens een Indisch tintje: tarbot, asperges en haring, maar ook hutspot, kerriesoep, pannekoeken en varkenshaasjes in kerriesaus. De wijnen zijn Frans en goed, en het scheelt niet veel of er is alle dagen champagne. Hierin was Wolkers een trendsetter. Zoals hij in de jaren zestig met zijn boeken voorop liep en een hele generatie bevrijdde van de knellende invloed van het calvinisme door te onderstrepen dat het geloof der vaderen niet de waarheid in pacht had, zo liet hij door zijn manier van leven zien dat je Nederlander kon zijn en toch van het leven kon genieten.

Maar misschien moeten we niet te veel zeggen over Jan Wolkers als gedroomde Nederlander. In een open brief in Humo en Het Parool, die na Wolkers’ dood gepubliceerd werd, maakte Arnon Grunberg zich zorgen over het leger Wolkersfans dat de schrijver op den duur alleen nog maar zag als gastvrije reus in een Texels lustoord:

‘Wat een gezellige man was die Wolkers toch.

Wolkers die zo vriendelijk is en goed.

En achter al die gezelligheid verdween het oeuvre geleidelijk. Als de Nederlander moet kiezen tussen gezelligheid en een roman, dan weet hij het wel.’

Laten we hopen dat Grunberg geen gelijk heeft. Het staat een ieder vrij om Jan Wolkers te vereren als de typische Nederlander naar wie Prinses Máxima vergeefs op zoek is geweest. Maar we mogen nooit vergeten wat voor schrijver achter dat ideaalbeeld schuilging: een niet te evenaren stilist die in zijn essays zelfs leken enthousiast wist te maken voor de poëzie van Keats, de portretten van Hals, de plaatjes van Verkade en de spieren van Johnny Weismuller; en een baanbrekend romancier wiens beproefde titels ook toekomstige generaties lezers zullen blijven boeien.

Steye Raviez & Jan Wolkers: Jan Wolkers – Foto. Teksten Coen Verbraak. De Bezige Bij, 140 blz. €34,50.Jan Wolkers leest Turks fruit. Luisterboek Meulenhoff, 6 cd’s. €19,90.