Welvaart Nederland streeft VS voorbij

Hoe lang is een Chinees? In economische zin korter dan iedereen dacht. De Wereldbank kwam vorige week met het nieuws dat de Chinese economie 40 procent kleiner is dan eerder was uitgerekend.

Om internationale vergelijkingen tussen economieën te maken kan gewoon het bruto binnenlands product (bbp) worden genomen, maar dat heeft nadelen. Lijsten op basis van het nominale bbp moeten worden uitgedrukt in een gemeenschappelijke munteenheid, en dat is meestal de Amerikaanse dollar. Het betekent dat er grote verschuivingen optreden als wisselkoersen veranderen, én het zegt weinig over het door de burger ervaren peil van de binnenlandse welvaart.

Een Chinees heeft misschien een klein inkomen, maar hij is aan veel zaken ook veel minder geld kwijt. Denk aan de kapper, de tandarts of andere lokale diensten. Hij is in werkelijkheid dus welvarender dan het lijkt. Gecorrigeerd voor die verschillen, dus op basis van ‘koopkrachtpariteit’ (ppp) zien ook internationale vergelijkingen er opeens heel anders uit. In harde dollars is de Chinese economie kleiner dan de Duitse, maar in ppp-dollars is zij de op één na grootste ter wereld (na de VS).

Dat zo’n statistische benadering ook nadelen heeft, bleek vorige week. De oude ppp-berekening was gebaseerd op oude schattingen. Nieuwe data geven nu aan dat het Chinese binnenlandse prijspeil veel hoger is dan gedacht. Dat heeft gevolgen: China’s ppp-economie blijkt 40 procent kleiner. Het aantal Chinezen onder de armoedegrens bedraagt geen 100 miljoen, maar 300 miljoen mensen.

En Nederland? Daarvan is de ppp-economie, net als bij de meeste westerse landen, iets kleiner dan de nominale economie. Per hoofd van de bevolking was het bbp in 2005 38.789 dollar, tegen 34.724 dollar op basis van koopkrachtpariteit. Op de EU-ranglijst blijft Nederland in beide gevallen op de derde plaats waar het welvaart betreft, na Luxemburg en Ierland.

Gemeten in harde dollars doet zich overigens nog een opmerkelijk verschijnsel voor. Over 2005 was de genoemde 38.789 dollar per hoofd van de Nederlandse bevolking nog lager dan de VS. Maar wie de nominale economische groei van zowel Nederland als de VS in 2006 en 2007 meeneemt en de intussen gedaalde koers van de dollar, komt tot de volgende, opmerkelijke, conclusie: tegen de huidige wisselkoers bedraagt het Nederlandse bbp ruim 49.000 dollar per hoofd, tegen iets meer dan 47.000 dollar voor de VS. Dankzij de gedaalde dollar zijn we voor het eerst sinds economenheugenis ‘welvarender’ dan de Amerikanen.

Maarten Schinkel